Buitenlanders staan geen 'kleutercricket' meer toe

HAARLEM, 15 JULI. Buitenlanders in een vertegenwoordigd Nederlands elftal, het blijft vreemd. In het cricket mag het. Cricketers die lang genoeg in een bepaald land verblijven - vier jaar achtereen voor zeker acht maanden - zijn speelgerechtigd. Residents worden ze genoemd. En zo kan het dat de Australiër Peter Cantrell gisteren en vandaag in Haarlem met een grote oranje hoed op zijn hoofd tegen zijn eigen land speelde. Het gaf, zo zei hij, “een beetje raar gevoel”.

Bondscoach David Trist, zelf een Nieuwzeelander, vindt dat men zich in Nederland ten onrechte geneert over het 'gebruik' van buitenlanders. “Het mag en het gebeurt overal, zelfs in de grote testlanden.” Hij stelt bovendien dat de gastspelers van Oranje niet zo maar voorbijgangers zijn. “Clarke woont al twaalf jaar in Nederland, Cantrell tien jaar. Ze zijn helemaal ingeburgerd. Zouden ze dan, alleen omdat ze hier niet geboren zijn, niet voor Nederland mogen spelen?”

“Ik voel me Nederlander”, zegt Cantrell. “Ik denk ook in het Nederlands.” En hij spreekt de taal ook nog eens goed. Hij heeft geen plannen om terug te gaan naar Australië. Al drie jaar was hij niet meer in zijn geboorteland. De 32-jarige Cantrell volgde in Nederland een opleiding tot golfleraar. Elf jaar geleden kwam hij als cricketavonturier voor het eerst over om voor het Utrechtse Kampong te spelen. Hij woonde bij een gastgezin in Bunnik en leerde snel alle gewoonten en eigenaardigheden van het land. Hij moest aan “kleine dingen” wennen. Dat iedereen hier fietste en dat iemand die jarig is zelf voor drank en eten zorgt inplaats van, zoals in Australië, dat de gasten dat zelf meebrengen.

Cantrell is niet de enige resident in de basisploeg. Tijdens de uitgebreide tv-reportage over het bekerduel van Oranje in Engeland, verleden maand, waren de eerste vier 'Nederlanders', die in beeld kwamen, buitenlanders: Clarke (Barbados), Cantrell (Australië), Bradley (Nieuw-Zeeland) en Aponso (Sri Lanka). En de nummer vijf, Tim de Leede, een ras-Nederlander, was weer snel verdwenen. Het was, oordeelde bondscoach Trist, toeval. “Twee dagen daarvoor speelden we een andere wedstrijd in Engeland en toen deden De Leede en Erik Gouka het werk voor ons. Het is echt niet zo dat de buitenlanders er duidelijk bovenuit steken. De Nederlanders komen eraan, let maar op.” Hij wijst op Bastiaan Zuiderent, volgens Trist een echt home-product. De 19-jarige speler van VOC bezorgde Nederland gisteren bijna de overwinning tegen Australië door 39 runs te scoren.

Volgens de fanatieke aanvoerder Steven Lubbers maakt het de Nederlanders niet uit dat er buitenlanders in het nationale team spelen. Hij kon het aan de reacties merken na de genoemde beelden op televisie. “We hebben jullie gezien, hoorde ik steeds. Niemand zei wat over die vreemde namen of zo. Dat er buitenlanders meedoen vinden ze niet erg. Het gaat ze om de prestaties, om de kwaliteit.”

Toch is er in de cricketwereld zelf hier en daar nog steeds kritiek over het inzetten van buitenlanders. Het zou de ontwikkeling van de eigen talenten belemmeren. Lubbers noemt dat “zielig gebral”. Hij vindt het een belediging dat hij er van wordt beschuldigd niet aan het belang van het Nederlandse cricket te denken. “We weten heel goed wat we doen. We zoeken altijd naar een goed evenwicht.” De buitenlanders hebben, stelt Lubbers, voor een andere mentaliteit gezorgd. “Zij staat niet toe dat we terugvallen naar kleutercricket. Ze zitten er bovenop als er iets misgaat. Ben je er nog bij? Heb je nog zin vandaag? Zo zijn we allemaal harder geworden. Vroeger zaten ze een uur te janken in de kleedkamer als er wat was gezegd. En dan zeiden ze dat ze kapot werden gemaakt bij het Nederlands elftal.”

Eens zal Oranje het zonder buitenlanders kunnen redden, weten Lubbers en Trist. Maar dat zal nog even duren. Met de grote hulp van de residents plaatste Nederland zich voor het eerst in de historie voor het WK van volgend jaar. En een dergelijke prestatie spreekt aan en moet voor jeugdspelers een stimulans zijn om de top te halen. Voorlopig heeft Peter Cantrell in tien jaar tijd het niveau in de hoofdklasse niet zien verbeteren. De Australiër maakt zelf wel minder runs dan vroeger. “Maar dat ligt aan mij. Ik ben slechter geworden.”