Bankschandaal

Vijftig jaar na de bevrijding heeft de Zwitserse vereniging van banken eindelijk besloten recht te doen aan de nabestaanden van de vervolgingsslachtoffers van het nazi-regime. Deze doorbraak in het traditionele bankgeheim is het gevolg van publikaties in Israel over de vrijwel onoplosbare problemen, die rechthebbenden ondervinden bij het terugvorderen van slapende banktegoeden. De omgekeerde bewijslast, die de Zwitserse banken hanteren voor het opvragen van saldi, vormt een groot obstakel omdat met Hitlers 'Endlösung' niet alleen miljoenen Europese joden werden vernietigd; ook hun bezittingen en administratieve bewijsstukken werden geroofd of vernietigd. Soms bemiddelden notarissen, accountants of andere tussenpersonen bij het storten op Zwitserse bankrekeningen, hetgeen het opsporen van de verdwenen gelden verder bemoeilijkt. Volgens ingewijden gaat het om een bedrag van destijds ongeveer 40 miljoen Zwitserse frank, hetgeen gekapitaliseerd naar de huidige waarde ergens tussen de 100 en 200 miljoen zou liggen. Dit geld is slechts een fractie van het joods bezit, dat volgens de historicus G. Aalders van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie, alleen al in Nederland werd ontvreemd: omgerekend zeven miljard gulden.

Pecunia non olet, geld stinkt niet, zeiden de Romeinen al. Het is een grof schandaal, dat datzelfde Zwitserland, dat er vlak voor en tijdens de oorlog geen moeite mee had om duizenden, in doodsnood verkerende Duitse joden terug te sturen naar hun 'Heimat', er vijftig jaar over heeft moeten doen om eindelijk een begin te maken met het openen van hun heilige bankboeken. Het bankgeheim is heilig, iedereen doet daar zijn voordeel mee en Zwitserland heeft daar decennia lang wel bij gevaren. Niettemin bestaan er hogere ethische principes, die dit bankgeheim al veel eerder terzijde hadden moeten schuiven. De kleine joodse groep, die na de oorlog was overgebleven, had dit onrecht bespaard moeten blijven.

De verdediging van de Zwitserse bankwereld, dat degenen, die gelden bij hun filialen deponeerden, zich daarmee ook impliciet hebben onderworpen aan de daar geldende regels en voorschriften, gaat niet op. Ook het Zwitserse bankleven moet de hogere principes van rechtvaardigheid, oprechtheid en billijkheid respecteren. Alhoewel zij zich formeel kunnen beroepen op de Zwitserse bankwetgeving, bestaat er zoiets als het begrip 'misdadiger binnen het kader van de wet'. De bekende middeleeuwse Tora-verklaarder Nachmanides (13e eeuw, Spanje) hanteert dit begrip om aan te geven, dat niet alles wat in de wet staat, automatisch rechtvaardig is. Ook in de Nederlandse jurisprudentie wordt dit principe toegepast: rechtvaardigheid gaat boven de letter van de wet. Het onrecht, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd toegepast als recht, mag niet blijven voortbestaan. Rechtvaardigheid gaat boven bankgeheim.