Avonturen (1)

Het was in de hongerwinter 1944-'45 dat ik Shackleton's 'Mijn zuidpool tocht' nog eens herlas. Als jongen had ik het al geboeid gelezen en ik voel dan ook helemaal met Montag mee als hij schrijft (Z 8 juli) hoe hij door sneeuw en ijs gefascineerd werd. Maar in de hongerwinter sprak het boek een andere taal. Zelf bij het noodkacheltje met de winterjas aan in de huiskamer. Met rantsoenen die misschien wel niet zo erg veel van die van Shackleton en zijn mannen verschilden, kwam je nader tot de ontberingen die zij geleden hadden. Hoe hun schip, de Endurance, bekneld raakt in het pakijs en totaal vernield wordt. Hoe drijvend, overgelaten aan wind en stromingen, de mannen op de ijsschotsen noordwaarts gaan en op Olifantseiland aanspoelen. Dan de lange tocht over openzee in reddingsboten die maar nauwelijks enige beschutting tegen het weer boden. Afgrijselijke kou, honger, natte kleren en natte slaapzakken; de totale uitputting nabij. Dan had ik ten minste een droog bed. Hoe schril stond daar de expeditie van Scott tegenover. Met uitzondering van de groep die met sleden en ski's de pool moest zien te bereiken en die wèl een barre tocht maakten en dat met de dood moesten bekopen, hadden de overigen aan boord van de 'Discovery' een comfortabele expeditie. Voor zo ver dat dan mogelijk is.

Het is deze 'Discovery' die in de Theems was; of weer is. Dat zou ik niet weten. De 'Endurance' zonk op 21 november 1915 op 67ß8 ZB en 52ß8 W.L.