Zaaikapitaal voor projecten van 'Willy Wortels'

Het adviesbureau Licentec, dat voor de helft in eigendom is van ABN Amro en voor de andere helft van de Nederlandse Participatiemaatschappij, bemiddelt niet alleen in technologische kennis maar verstrekt eveneens zogeheten zaaikapitaal. Daartoe beheert het twee fondsen - Seed Capital Investments I en 2 - met daarin in totaal 7,5 miljoen gulden. Licentec financiert daarmee op risicodragende basis projecten van individuele 'Willie Wortels', universiteiten, onderzoeksinstituten en kleine bedrijven, die zonder deze ondersteuning in de kiem zouden smoren.

Het gaat specifiek om hele prille technologie die pas na 3 à 10 jaar rijp is voor de markt, licht directeur dr. W.J. van Oort toe. “Projecten die de doorsnee participatiemaatschappij links laat liggen, omdat ze te riskant lijken. Zij geven de voorkeur aan bewezen technologie en doorstarters.”

Licentec beoordeelt nieuwe ideëen op hun technische haalbaarheid en praktische bruikbaarheid. Is dat in orde, dan stelt het 'zaaikapitaalfonds' een paar ton beschikbaar voor bijvoorbeeld een veldstudie, het ontwikkelen van een prototype of het opbouwen van een octrooiportefeuille. Geld verdienen Licentec en ook het zaaikapitaafonds pas als het project wordt doorverkocht. Licentec vraagt dan, evenals overigens bij bemiddeling, 15 procent van de opbrengst.

Een belangrijk aandachtsgebied van Licentec is de juridische bescherming van jonge technologie. Om te voorkomen dat een ander met een idee aan de haal gaat, vestigt het daarop een octrooi of een merkenrecht. Het kapitaal in de twee 'zaaifondsen' is ingebracht door Licentecs twee aandeelhouders, NesBIC (Fortis Amev), Parcom (ING Groep) en het Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Onderwijs). Deze partijen hebben geen ideële bedoeling, beklemtoont Van Oort. “Het eerste criterium voor een project is of er geld mee valt te verdienen.” Gedurende de tijd dat de projecten in portefeuille zijn bedingt Licentec de zeggenschap erover. Worden ze na enkele jaren verkocht aan een industrieel bedrijf of aan een participatiemaatschappij dan delen de uitvinders en het 'zaaikapitaalfonds' de opbrengst. Uit Van Oorts woorden blijkt dat geen goudmijn te zijn. De fondsen, waarvan de eerste in 1989 van start ging en de tweede vorig jaar, nemen in twaalf projecten deel en zijn per saldo verlieslatend.

Twee voorbeelden van projecten waarin Licentec heeft bemiddeld. De ontwikkeling door de universiteit van Groningen van eiwittechnologie voor toepassing in voedingsmiddelen en pharmacie. Imiddels is met Nutricia voor het verder ontwikkelen een researchcontract afgesloten van circa vier miljoen gulden voor een periode van vijf jaar. Een ander project loopt bij AB-DLO te Wageningen, een onderzoeksinstituut van het ministerie van landbouw. Daar is vier ton door het zaaikapitaalfonds beschikbaar gesteld om een stof te ontwikkelen om de groei van bloemen en planten af te remmen. Volgens Van Oort moet de stof in staat zijn het groeiproces voor enkele dagen stil te leggen, om het daarna weer op gang te laten komen. Toepassing zou de duur van vervoer en opslag van planten en bloemen aanmerkelijk verlengen. Van Oort: “Idealiter is de bloei straks zo te faseren dat die pas begint als bloemen op tafel staan.”