Vrijdag 14; Van alles en nog wat

De vaste bezoeker van het North Sea JAZZ Festival in Den Haag, dat vandaag begint aan zijn twintigste editie, weet het zijne van branche-vervaging. Want zelfs als hij ooit afkwam op jazzmuziek, dan moest hij wel 'ruiken' aan andere genres: soul, salsa, fusion, gospel en funk. In '88 kwam daar zelfs nog 'ethno' bij, wat dat ook voor muziek moge zijn.

In datzelfde jaar werd ook de Statenhal, goed voor 10.000 extra bezoekers, aan het North Sea-onderkomen toegevoegd. Ook die moest de organisatie vol zien te krijgen en dat leek onmogelijk met 'echte jazz'. Dat het dakterras dit jaar in ere is hersteld, waarmee het aantal podia op veertien komt, dwingt tot nog meer water bij de wijn. De 'echte jazz' belandt daardoor in de marge.

Tot een naamswijziging heeft dit echter nog steeds niet geleid, tot ergernis van bijvoorbeeld trompettist Wynton Marsalis die tijdens een televisie-verslag van de NOS eens zijn beklag deed. Wat moest hij, spelend op een jazz-festival, met al die housers en hiphoppers om zich heen?

Dat de organisatie het woord jazz heeft laten staan, is best verklaarbaar. Naamsverandering kost altijd geld en het chique festival in Montreux, waar nog veel minder jazzmuziek te horen is, voert ook nog steeds dat woord in de titel. Bovendien, zou het Haagse festival met Tony Bennett, Randy Crawford, Paolo Conte, Denise Jannah en Deborah Harry (Blondie!) en honderd andere vocalisten net zo goed het North Sea SONG Festival kunnen heten, wat maakt het ook uit. Iedereen weet toch inmiddels wel dat jazz staat voor van alles en nog wat?

Belangrijker dan de kwestie van vlag en lading is dat het festival bij iedere afwijking van het rechte pad altijd kiest voor de veiligste weg, ook dit jaar weer. Vrijwel alles in het programma-boek klinkt bekend. In de categorie 'wereldmuziek': Zap Mama en Youssou N'Dour, allebei tien keer eerder in Nederland, als popattracties de vertrouwde koek van Van Morrison en Dr. John, en in de afdeling rock 'n' roll Chuck Berry en Bo Diddley, zelfs te doorgeroest om nog te fungeren als 'gouwe ouwe'.

Het mag allemaal best, nostalgie is geen zonde, maar een beetje avontuur hoort toch ook bij een festival dat jazz in de naam voert? Waarom geen reprise van de 'weirde' muziek van Robert Graettinger, in '93 uitgevoerd in de Beurs van Berlage o.l.v Gunther Schuller? De arrangementen liggen kant en klaar in een Amsterdamse woning te wachten op een herhaling voor een groter publiek. Waarom niet eens, het festival maakt toch geen verlies, een compositie-opdracht verstrekt aan deze of gene, bijvoorbeeld aan rietblazer Henry Threadgill, een man met een prachtige staat van dienst?

Waarom toont de organisatie niet een beetje meer lef? Voor het publiek hoeft het niets te laten, want dat slikt alles, mits met verve verkocht, dat is de afgelopen jaren telkens gebleken.

    • Frans van Leeuwen