Uitverkoop (1)

Vandaag is de bouwvak begonnen. De ochtendspits is verschoven naar het uur waarop de toeristen aan het werk gaan en een avondspits is er niet meer: verwaaid in de lauwe stadsbries, in elkaar gezakt en gesmolten op het asfalt. In de winkels is het uitverkoop. Allerlei dingen die de winkelier aan het begin van het seizoen voor veelbelovend heeft aangezien en die hij aan de straatstenen niet heeft kunnen kwijtraken zijn nu koopjes geworden. Ligt dat aan de winkelier, de dingen of de klanten? Weer zo'n vraag waarop geen antwoord valt te geven. Het probleem voor de winkelier is: hoe komt hij ervan af.

De overeenkomst tussen de winkelier en de stukjesschrijver is dat beide een voorraad hebben die aan de mens moet worden gebracht. De stukjesschrijver is in het voordeel. Hij schrijft zijn stukje, kijkt dezelfde of de volgende avond of het in de krant staat, en is dat het geval dan maakt hij zich niet ernstig bezorgd over zijn klandizie.

Maar hij is ook in het nadeel. Hij is iemand die bij zichzelf inkoopt, zijn eigen aanbod aan onderwerpen verzint. Sommige onderwerpen keurt hij af: omdat ze niet in de mode zijn, of omdat ze al bij de concurrentie in de etalage liggen, of omdat hij ze niet 'rond' kan krijgen. Dat een onderwerp weigert zich 'rond' te laten maken, kan veel oorzaken hebben. Het heeft bijvoorbeeld te veel ingangen, het kan onder de handen van de gedachten van de stukjesschrijver zich ontwikkelen tot een ander onderwerp waarin hij geen zin heeft, het verandert van blozend in asgrauw, het is in de nacht voor het schrijven opgelost, enz. Maar soms, terwijl het zijn weerbarstigheid niet verliest, blijft het veel beloven. Een paar van die onderwerpen - die dus niet 'rond' zijn gemaakt maar ook niet afgedankt - doe ik nu in de uitverkoop. Het gebeurt dat in een gezelschap, liefst van vier of vijf mensen, het gesprek terecht komt op de films die ze hebben gezien. Het begint bijvoorbeeld zo. A zegt: 'Dat doet me denken aan die film waarin Groucho Marx aan een dame vraagt of het haar hindert als hij niet rookt.' Allen lachen. B: 'Was dat niet A Night at the Opera?' C: 'Nee, Duck Soup.' D: 'Dat is aan boord van een schip.' E (die Groucho kan nadoen, dat is een specialiteit van hem): 'Hij loopt altijd zó.' Loopt met doorgezakte knieën snel door de kamer. C (wijst op A met wie ze getrouwd is): 'Dat kan jij ook. Loop jij eens als Groucho.' A staat op en loopt als Groucho. B die niet zo kan lopen als Groucho: 'Eigenlijk vind ik Harold Lloyd nog leuker'.

De grondslag voor de verwarring is gelegd. Films van de Marx Brothers, Buster Keaton en Harold Lloyd worden door elkaar gehaald. Via Frankenstein komt het gesprek op Dracula, de zombies. In de gedachtenwisseling komen steeds meer zinnen voor als: 'Dat was toch die acteur die, help eens even, hij lijkt op die in Poltergeist twee zo'n griezelige bijrol had. Of was dat de moorden in Elmstreet?' 'Dat was Alzheimer.' 'Nee, de Blob.' 'Wat is de blob?' 'Daarin wordt iemand met zijn arm door de afvoer van de gootsteen het riool ingezogen.' 'De mooiste riolen komen voor in The Third Man.' 'Wenen! Daar speelt ook die spionagefilm waarin Jeroen Krabbé als kolonel door zo'n afvoerbuis wordt weggeschoten. Onvergetelijk!' 'Ik ken hem alleen als Willem van Oranje.'

Ik geef toe: dit is een gebrekkige en vooral grove weergave van de conversatiechaos. Ik stel me voor dat ik als zesde in het gezelschap terecht kom, op het ogenblik dat de verwarring het laatste stadium van escalatie heeft bereikt, dat er geen touw meer aan valt vast te knopen en dat ik scherp genoeg luister om het de volgende dag te kunnen opschrijven.

Ondoenlijk. Dat heeft drie oorzaken. 1. Iedereen wil praten over de films die hij gezien heeft. Dat maakt in dit geval vijf partijen. 2. Iedereen volgt zijn eigen unieke lijn van associatie zodat er binnen een paar minuten vijf talen worden gesproken. 3. Iedereen heeft een paar hiaten in zijn geheugen en verwacht dat die door een van de anderen worden gevuld.

Het gesprek dat daaruit ontstaat valt niet te reconstrueren. Dit onderwerp blijft veelbelovend maar is niet 'rond' te krijgen en daarom heb ik het in de uitverkoop gedaan.