Uitslag essayprijsvraag; Niemand praat meer over het toneel

'Niemand praat meer over het toneel' was dit jaar de titel die de lezers van NRC Handelsblad opriep tot het schrijven van een essay. Die titel bleek profetisch: de prijsvraag lokte slechts 66 inzendingen uit die, ontdaan van naam en adres, door de jury (Carel Alphenaar, Pieter Kottman, Joyce Roodnat en Bianca Stigter) werden beoordeeld.

Het merendeel van de inzenders ging, in soms fraaie stukken, niet of bijna niet in op het onderwerp. Een aantal anderen kroop in de huid van de recensent en dat had de jury nu juist niet van de deelnemers verlangd. In menig stuk klonk kritiek door op de Nederlandse theaterkritiek en één maal werd er zelfs een komplottheorie ontwikkeld: 'Acteurs en critici hebben met mekaar te doen. Ze ontmoeten elkaar geregeld na de voorstellingen, ze drinken een glas en flirten en lachen wat af.'

Interessant was de observatie van een van de inzenders dat er sedert de Aktie Tomaat ook weinig meer te praten valt: 'Sinds 1969 ga je in Nederland niet meer zo maar een avondje naar de Schouwburg; sinds 1969 kies je in Nederland voor een bepaald soort toneel,' schrijft Rob van der Zalm terecht en hij vervolgt dat wie teleurgesteld het theater verlaat, zich er wel voor wacht om daar nog een woord aan vuil te maken: 'dan schrijf je geen boze stukken naar de krant, laat staan dat je de andere morgen een opstand ontketent op de stoep van het theater, dan had je domweg beter moeten weten.'

Een andere auteur meent daarentegen dat de tijd rijp is voor een nieuwe Brecht: 'Maar dan hoop ik wel dat het een Brecht op zijn beste momenten zal zijn waarbij er verder gekeken wordt dan de incidenten van de oppervlakte. Zaken als Bolkesteins opportunisme in het minderheden-debat moeten maar in de kranten worden afgedaan.'

Eensgezind besloot de jury dat Jan van der Mast uit Delft het winnende essay schreef: Een uitstapje naar de werkelijkheid. Een essay in de vorm van een klein toneelstuk, een dialoog tussen twee vrienden en een zwijgende derde. De ene vriend ligt ziek in bed, de andere is een go-between tussen de zieke en een enquêteur die zich aan de deur heeft vervoegd en de vragen stelt die de jury van de essayprijsvraag aan de potentiële inzenders stelde. Van der Mast schreef een geestige en ontroerende dialoog waarin geleidelijk de werkelijkheid van de mannen, die gaat over ziekte en liefde, de overhand krijgt op de discussie over toneel. De dialoogvorm mag dan geen stijlkenmerk van het essay zijn, de auteur gaat diep op het onderwerp in en komt in sterke mate tegemoet aan de voorwaarde dat een essay persoonlijk gekleurd moet zijn.

Voorts achtte de jury nog een tweede inzending het meer dan waard om gepubliceerd te worden. Pokeren met emoties van Ron Rijghard uit Leiden is ook geen klassiek essay. Het werd geschreven in de vorm van een brief aan de jury. Rijghard dendert met hinkstapsprongen door de thematiek, zijn associaties dwarrelen als confetti omlaag. Het regent namen in zijn stuk, maar hij bezondigt zich niet aan namedropping. Analyseren doet hij niet, hij maakt dingen duidelijk door de poëtische rangschikking van zijn onderwerpen.