Schuilen voor vrouw en politie

HOEILAART, 14 JULI. De uitbaters van de cafés in mijn dorp adverteren met hun voornamen om een sfeer van geborgenheid op te roepen. Zo hoort 'Nieuw Betenland' bij het echtpaar 'Roger & Gaby'. 'Alfredo & Brigitte' staat in witte letters op het raam van café Asturias. 'Thunderball' aan de Brusselsesteenweg is onlangs uit het rijtje verdwenen: Mina & Jempi hebben een bordje 'te huur' opgehangen.

“Als je echt gezellig wilt uitgaan, moet je dat niet in dit dorp doen”, zegt een bewoonster. Nochtans hebben de cafés hier niet te klagen over klandizie. Het meest in het oog loopt 'Nieuw Betenland': wie vanaf het gemeenteplein naar het belangrijkste kruispunt in het dorp rijdt of wandelt, kan de verweerde koppen achter de caféruiten nauwelijks over het hoofd zien. 's Ochtends om een uur of tien is het vaak al behoorlijk druk. Ik neem een kopje koffie, maar de overwegend bejaarde mannen en vrouwen die tot de vaste bezoekers behoren van het lokaal, geven de voorkeur aan bier.

In mijn dorp is het beeld van oudere mensen achter een groot glas bier, vaak wit bier, 's middags of 's ochtends heel gewoon. Na het winkelen, na de markt, na de kerk of gewoon na een wandelingetje stapt men het café binnen voor een gezellige babbel. Een buitenstaander wordt niets in de weg gelegd, wordt zelfs vriendelijk toegeknikt, maar weet nooit door te dringen tot de finesses van de gevoerde conversatie. Dat ligt niet aan het stemgeluid van Gaby die, gezeten op een barkruk tussen enkele klanten, met felle uithalen de discussie aanvoert. Maar omdat ze het dialect van de streek spreekt, blijven haar woorden voor mij vrijwel zonder betekenis. “Ik zeg: da kan toch nie. Ik ben ervan verschoten”, is het enige wat ik opvang.

Een soortgelijk tafereel, maar in een ander interieur, met bruine formica tafels op de versleten tegeltjesvloer, een langwerpige bank, twee biljarttafels en een prijzenkast, biedt het witgeschilderde café Sportecho, tegenover de basiliek. De cafébaas serveert dezelfde slappe doorloopkoffie met bijbehorend chocolaatje als zijn concurrent. Over zijn clientèle, hun gebruiken en eigenaardigheden, wil hij niets kwijt. Een goede cafébaas verraadt zijn klanten niet, geeft hij te verstaan.

De cafés in mijn dorp zijn niet alleen verkaveld naar buurt of naar straat, maar ook naar sport- en verenigingsactiviteit. Bijna elk café is de thuisbasis van een sportclub of een vereniging. In Sportecho, met kauwgumballenautomaten aan de buitenmuur, hangen onder andere de trofeeën van de voetbalclubs Eendracht en Fortuna (damesvoetbal). Café 't Lindeke ('bij Jan & Francoise'), waar de postbode om half twaalf even van zijn fiets stapt voor een korte onderbreking van zijn ronde, is het vaste adres van de lokale duivenbond, alsmede van de judovereniging Budo Noki, de plaatselijke Oudstrijdersbond en de Vriendenkring Brandweer. De leden van de visclub De Luchtvangers ontmoeten elkaar bij voorkeur in Nieuw Betenland, terwijl café 't Boske ('bij Myriam & Ludo') in één adem kan worden genoemd met de voetbalclub Dynamo Wijndaal, de Boogschutters, de tennisvereniging De Krabbers en de toneelkring Klem.

Anders dan de naam doet vermoeden, geeft Café des Sports slechts onderdak aan een kleine ornithologische verening, de 'Distelvink'. De 75-jarige eigenaar, Jean Vanderdood, staat er helemaal alleen voor sinds zijn vrouw een aantal jaren geleden is overleden. Café des Sports ligt verscholen in een achteraf-straatje, de verweerde reclameborden en de sterk aangetaste sierletters 'Coiffeur' herrinneren aan het arbeidszaam verleden van de uitbater.

Sinds 1954 heeft Vanderdood het beroep van kapper gecombineerd met dat van cafébaas. Ook nu nog knipt en scheert hij een enkeling, maar hij doet het kalmer aan. Pas na het middageten schuift hij de gordijnen voor het raam weg en valt het buitenlicht over de bar, over vijf oude houten tafeltjes, over de glazen kast met tientallen plastic poppetjes uit de hele wereld en over de witte kaptafel met borstels, kammen en flessen lotion.

Veel tijd om de praten heeft Vanderdood niet, want zo zullen de eerste vaste klanten uit de buurt zich aandienen en dan moet alles klaar staan. De trouwe bezoekers komen er juist omdat het een beetje uit het zicht is. “Ge kunt u er zo mooi versteken voor uw vrouw en voor de politie”, glimlacht een man in korte broek en met een blauw zonnehoedje op. In zijn hand heeft hij een plamuurmes en een potje stopverf. Eerst nog even een klusje afmaken, zegt hij als hij wegbeent.