Pokeren met emoties; Als het artificiële je te pakkken neemt

Dit is een bekorte versie van het ingezonden artikel.

O! Fuck! Wat een stelling. De uitnodiging over toneel te schrijven waardeer ik, maar waarom zo'n meta-essay? Praten over praten over toneel. Welke kluizenaar, welke pseudo-Othello heeft dit bedacht? Wantrouwig, bang, gelooft alles wat je zegt. Je begint te vertellen: 'suppose... life is an old man wearing flowers on his head.' De rest van je woorden blijft hangen in de lucht. De pseudo-Othello is al weg, op zoek naar bloemen. Het gevatte antwoord kun je vergeten.

Lezen doet-ie wel, pseudo-Othello, niet te lang en alleen als je hem op tijd schrijft. Zijn stelling is woord voor woord te tackelen. Ik heb gepoogd een aantal slidings op rij te maken. Lees:

1. Niemand - surrealistische term. De logische tegenhanger is iedereen. Logisch onmogelijk. En dan, je kunt niet iedereen afluisteren, iedereen zijn post openstomen. Het is het niemand van de polemische stotteraar, van hem die zijn gedachten niet afrondt. Gokje: niemand die belangrijk is... Zoals de Media: de voorpagina's van de kranten niet, hun opinie-pagina's niet, de televisie-journaals en de twee culturele shows niet. Welnu.

Uit eigen ervaring. Half april. Met A. in de trein van Rotterdam terug naar Leiden. Beiden met het tekstschrift van Lars Noréns stuk Zo eenvoudig is de liefde in de hand. We lezen elkaar passages voor, waarbij de een de ander aftroeft door de allerállerleukste zinnen te traceren. Norén wordt voor een Freudiaanse tobber uit het Hoge Noorden gehouden. Mis. De Appel toont ons dat hij even zwartkomisch is als Ibsen zwartgallig. Rauwe humor. Beter dan Albee. De ultieme sitcom, in vitriool gedrenkt.

Dit moet iedereen zien, zo stellig zijn we wel. Iedereen - slechte stijl, goed effect - dat is een kleine kring van vrienden die eveneens van toneel houden en soms alleen al om die eigenschap bevriend zijn. Ja, mijn beste pseudo-Othello, dat kàn anno 1995.

2. Praat Praten met pseudo-Othello. Ach, natuurlijk klopt je stelling. Niemand praat meer over het toneel. Café-meningen uitgewisseld achter een potje Belgisch bier, taco's bij de hand, het dipsauzen-discours.

Niemand praat meer. Niemand praat. Bestand in Bosnië. Serven nemen ongehinderd het hunne van de voedselkonvooien naar Sarajevo. Blauwhelmen kijken toe. Kroaten zetten aanval in. Moslims breken uit. Granaten slaan in. Op de plek waar het 17-jarige meisje haar gewonde broertje probeerde weg te slepen herinnert alleen een plas bloed aan haar bestaan. Tijdens het 274-ste bestand werden 1148 schendingen van het staakt-het-vuren geteld.

'Famine horror, millions die/ Princess Di is wearing a new dress.' (Depeche Mode).

Gaat het cynisme zo hard, zo voortvarend?

Probeer eens: het onbenoembare.

Het aantal uitdrukkingen is schier onuitputtelijk als het gaat om uit te leggen hoe het voelt als kunst, het artificiële, ons te pakken neemt. Dan zijn we eskimo's in de sneeuw. Opgaan, meegesleept worden. Zo veel woorden om te verklaren dat we het niet weten en om te zeggen dat het zich niet in woorden laat vatten. Chemie. Magie. Slechte stijl, goed getroffen. Publiek en speler groeien tot één Mystiek Lichaam. In Kellendonks roman met die titel gebruikt kunstrecensent Broer, voor hij speculant in woorden en waarden wordt, veelvuldig het woord 'onbeschrijflijk' - omdat het werkelijk rake zich niet laat benoemen.

Concreet: hoe kun je je gehoor motiveren naar Onder Controle van De Mug met de Gouden Tand te gaan. Plots hoor je jezelf praten in een taal die niet de jouwe is: 'Je ondergaat iets, je maakt iets mee'. Als je wilt kun je het spelletje wel fileren, de kunstjes ontleden - de ingestudeerde spontaniteit, de persuasieve sensibiliteit - maar deze keer wil je alleen pokeren met effecten, zeggen wat het met je doet en wat het voor je betekent.

Nog iets persoonlijks, mijn pseudo-Othello. Over een man die anders dan jij met de liefde omging: Casanova. 1990: sublieme momenten, en in mijn liefde voor theater een 'moment suprême'.

Lucas Vandervost kan koppeltje duikelen, hoela-hoepen, schommelen, zeepkist rijden, flipperen, schoonzwemmen en bergbeklimmen. Met zijn stem. Met lippen, tong, neus, strot, borstkas, tanden, stembanden en alle lucht die hij binnenkrijgt. Twinkelend door de lucht. Zijn lichaam behoedzaam manoeuvrerend over een vloer van omgekeerde pallets. Zie: de wet van behoud van balans. Zie de oude man. In een sleetse robe, vergeefs hautain, vergeefs edel, helemaal Casanova. Verbitterd is hij, de vroegere glorievolle gladiator van boudoirs. Stil gaat hij zitten in een hoekje. Opent zijn pantalon. Poedert overdadig en zachtjes kermend zijn gevoelig geslacht. Streelt. Zijn ogen willen door zijn schedeldak. Smeert. Wiegt zijn aangetaste relikwie, tegelijk kern en symbool van zijn bestaan. Wat doet meer pijn: deze aandoening of nostalgie. Had men mij een strop omgelegd, ik had niet beter begrepen wat 'de keel snoeren' betekent.

3. (Niet) Verzwegen antecedent bij praten. Scharnier van je stelling.

Voor je het beseft is een voorstelling er niet meer. De speeltijd is even snel voorbij als een Nederlandse film uit de roulatie. Vorig seizoen zag ik ongeveer 75 voorstellingen. Van de vijftien stukken in de selecties van de Rotterdamse Schouwburg en het Theaterfestival kende ik er zes. Deels eigen schuld, deels gevolg van de eigenzinnige keuzes, deels effect van de stijgende publieke belangstelling. Abonnementhouders die op zeker gaan en andere weinig avontuurlijke cultuursnuivers, de bloedhonden van de hype, blokkeren met hun luie zitvlees de toegang. De recensenten kraaien 'acteursfeestje' en de tent is uitverkocht. Aan reprises kleven legio haken en ogen, maar de trend is gezet. Een opluchting, al lijkt het mij eerder een kwestie van het beruchte percentage eigen inkomsten dan artistieke drang. Vorig jaar was ik blij met de selecties, want ik kon de schade inhalen. De manische Victor Löw, het indringende Ombat, het statement De Fantasten. Maar ik treurde ook. Want graag had ik het veelgelaagde De stille grijzen van een winterse dag in Oostende van Karst Woudstra nog eens goed in me opgenomen. Rijk, intelligent theater over theater en over de kracht van verbeelding. De actualiteit is subtiel versneden: een theatermaker wekt zijn aan aids overleden broer tot leven gedurende de voorstelling die we vervolgens zien. Voor even heft Woudstra de onmacht - heersende emotie in dit tijdsgewricht - op. Geëngageerde verbeelding, toneel van en over deze tijd: daar zit een mooi essay in. De stille grijzen werd in geen commentaar meer genoemd, vergeten, weg. Tot ik een paar maanden later, in november, in een piepklein berichtje las dat Woudstra plots een onooglijk prijsje kreeg voor de beste nieuwe toneeltekst. Dat was dat. Over en sluiten.

Mijn beste pseudo-Othello, als je me toestaat dat ik me even laat meeslepen: over het gebrek aan goede toneelschrijvers wordt veel geklaagd. Ik houd het kort. Peter Brook stelde dat de film de creativiteit van schrijvers opslokt. Een onzinnige klacht. Behandel goede schrijvers met egards en laat hun stukken spelen als je daarvoor de macht hebt, zie Woudstra. Breng filmscripts op de planken, zie Rieks Swarte (Sirk) en Geert Kimpen (Fassbinder). Het beste: laat het publiek vergelijken en oordelen. Zie David Mamet: Vastgoed BV van toneelgroep Amsterdam was twee klassen beter dan de filmversie van zijn toneelstuk Glengary Glen Ross, gespeeld door Amerikaanse topacteurs. Waarom? Door het hoge tempo, de ijzingwekkende scherpe timing en de soepele motoriek en gestiek van de acteurs in een consequent zakelijke choreografie rondom het gouden kalf, met als belangrijkste winst de geestrijke vertaling van Marcel Otten, die ons het monomane ge'fuck' van de film bespaarde. Het theaterwereldje kan niet de film overal de schuld van geven. Film is niet de boze wolf die alles wegneemt wat goed is. Wat ik net bedoelde is: vertrouw op eigen kracht. Pik terug. Versla ze.

4. Meer In de hoedanigheid van niet meer, vroeger wel. Otje, bespaar me je sentimentele flauwekul. 'Over de Nederlandse toneeltraditie hoeven wij ons niets wijs te maken. Zij is altijd zwak geweest. Het toneel heeft bij ons nooit in het centrum gestaan van de cultuur.' Dixit H.A. Gomperts in 1955.

Het theater heeft geen geheugen. Dat is het 'niet meer' wat we moeten bestrijden. Toneel is vluchtig en uniek en dat is de charme. En het frustreert. Wie meer wil over wat hij zag en hoorde tast in de leegte. Met zowel het boekstaven van voorstellingen als het archiveren van theatergegevens als de beschikbaarheid van toneelteksten is het droevig gesteld. Zelfs het meest elementaire, de tekstboekjes, zijn afgezien van enkele Shakespeares en een Pinter voor de lijst, onverkrijgbaar.

'De tekst is alleen maar een soort siroop, die je moet aanlengen'. (Mulisch) - En liefst niet door Frans Weisz.

Werkelijk, het water loopt me in de mond als ik mijmer over een Theater-encyclopedie - zoals de pop-encyclopedie van Oor. Met complete 'discografieën' (ik kom met geen mogelijkheid op een gangbaar theater-equivalent). Soms voel ik me in staat het rotding zelf te gaan maken. Zou een sloot werkeloze theaterwetenschappers niet, met behoud van uitkering, voor dit project te porren zijn? Of verblindt mijn hebberigheid nu mijn politiek-correcte inborst?

5. Over Waar gaat het over als je over toneel praat? Over het effect van verhaal, spelers, thematiek, decor. Over de esthetische en ethische ervaring. Het meest over mensen, over de acteurs. Jouw 'huidige generatie onweerstaanbare acteurs' bestaat uit jonge anti-sterren. NRC Handelsblad wijdde er een serie aan. Komkom, dacht ik toen, dat bepalen wij wel. Het hoogst haalbare voor jullie is Ster-tegen-wil-en-dank. Verder gaat het compromis niet. Een acteur kan moeilijk als J.D. Salinger door het leven.

Adoratie is lekker, een ongecompliceerd gevoel. Adoratie is onwankelbare jongetjes-eerbied. Voor Jan, Bob en Arie, voor Flip de Topscorer, voor Buck Danny.

Ariane Schluter ontloopt mijn adoratie niet. De rol moet ze nog krijgen, maar ze is nu al mijn favoriete Lady Macbeth (straks, als Johan Doesburg ook de echt goede Shakespeares aandurft). Ik bewonder haar spel, het koele staal van haar stem, haar trotse houding, de heldere blik; jong, aantrekkelijk, gaat Mystiek Lichaam tot theater bewerken - wat wil je nog meer. Neem haar mond. Door hem lelijk te vertrekken, geeft ze je zicht op een lang sleurhuwelijk.

Het valt niet mee van acteurs te houden. Adoratie is werken. 6. Het Suggestie van eenheid. Vlakke vloer, lijsttoneel; vrije produktie, subsidiegenieters; werkplaatsen, gezelschappen, ad-hocprodukties, arbeidsbureau-produkties; repertoire, modern klassiek, eigentijds, werkprocesvertoning; komedie, tragedie, docudrama, klucht. De rij is eindeloos, pseudo-Othello, maar bondigheid is geboden. Typisch trekje van je. Praat alsjeblieft over praten maar praat niet te lang. Ik zal jou eens wat zeggen.

Het. Klein woordje, grote betekenis, O Othello. O Calimero. Groot in kleinheid. Want zij zijn wit en jij bent zwart. En zij zijn met zoveel en jij bent maar alleen. HET hypercorrecte Nederlands toneel wordt beheerst door blanke regisseurs, acteurs, auteurs, etcetera. Missen we hier niet een fractie actualiteit? Een 'stukje spiegel van de samenleving'? Ken je het tv-spotje: als je goed kijkt.... Nee, dan zie je geen acteur. Geen interesse? Willen of kunnen ze alleen maar dansen, voetballen? In wat voor merkwaardige gezinnen zijn Ruurt de Maesschalk en Khaldoun Elmecky opgegroeid?

Jonge theatermakers worden steeds geëngageerder - lekkere constatering, hij had van jou kunnen zijn - maar gek dat 25 jaar kleurrijke samenleving zich niet laat vertalen in kleurrijk toneel. En niet in een kleurrijke zaal, want van de weeromstuit is ook het publiek een tikje witjes. Bij Negerangst van Suver Nuver vorig jaar (niemand gehoord over het feit dat de donkere acteurs buitenlanders waren), liep de enige neger in de zaal na 15 minuten weg. Zegt niks? Is er maar één? Maar één avond. Ik vond het stuk een gemiste kans. Egocentrisch neo-paternaternalisme. Zo, dat zijn er twee.

'Burn Hollywood burn', zong Public Enemy in 1990. Branden moesten de dromenbouwers, want bij hen geen zwarten of ze zijn slaven, butlers of driving miss Daisy ... Gelukkig rapt niemand over toneel, want anders ging de fik in Nederland Theaterland.

7. Toneel Aangekomen bij je laatste woord, pseudo-Othello. En het mijne, want langer kan het zo niet. Dit nog. Alleen op het toneel wordt de slip van een hemd overtuigend de pik van een personage. Toneel kan wat film niet kan. Contact maken. Een aantal jaren geleden kreeg ik een brief thuis van theaterbezoekers. Zij hadden hetzelfde gezien als ik en wilden erover praten. Omdat ze in hun fascinatie gevangen bleven en een weg naar buiten zochten. Ik schurkte me liever aan mijn bevangenheid. De discussie zat in mij. Al begreep ik ze wel, ik praat niet graag therapeutisch over toneel.

Dag lieve pseudo-Othello. Ergens mag ik je wel. Tenslotte praten we graag over hetzelfde. Kijk maar eens in mijn spiegel. Ik zie wat jij ziet. Wantrouwen, angst, geloof alles wat ze tegen me zeggen. Het lijkt wel kunst.