Pijnlijke ironie voor alle rangen; Bataljon voormalige blauwhelmen oefent in de Spaanse heuvels in het bevrijden van gijzelaars

ZARAGOZA, 14 JULI. Eén van de drie bataljons van de luchtmobiele brigade heeft vanochtend vroeg een groepje Nederlandse gijzelaars bevrijd. Niet in de moslimenclave Srebrenica, waar blauwhelmen uit Nederland door de Bosnische Serviërs gevangen worden gehouden, maar bij Zaragoza in het noordoosten van Spanje. In alle rangen wordt pijnlijk de ironie van de situatie gevoeld, maar de bevrijdingsactie was nu eenmaal lang geleden gepland, als onderdeel van de twee weken durende oefening Spanish Falcon.

De oefening houdt in geen enkel opzicht verband met de gebeurtenissen in Bosnië, maar de exercities in de Spaanse heuvels, waar stof en hitte (ongeveer 50 graden) regeren, worden er wel door overschaduwd. Nederlandse vlaggen in het kamp hangen halfstok en gistermiddag om twaalf uur namen de ongeveer 400 militairen van het 12de bataljon van de luchtmobiele brigade en de circa 200 mannen en vrouwen van ondersteunende eenheden één minuut stilte in acht, ter nagedachtenis aan de in Bosnië gesneuvelde Raviv van Renssen. Na een lange claxonstoot die uit verschillende hoeken van het immense oefenterrein San Gregorio klonk, brachten de militairen de rechterhand naar hun baret, helm of tropenhoed, op het moment dat hun jonge collega in Loenen met militaire eer werd begraven.

Fysiek zijn de militairen van de luchtmobiele brigade volop in het oefengebied aanwezig, maar de gedachten dwalen dikwijls vele honderden kilometers naar het oosten af. Vooral naar Srebrenica, waar een groot deel van het 12de bataljon van vorig jaar juli tot in januari van dit jaar zijn tour of duty draaide. Toen zij de enclave verlieten, nam het 13de bataljon van de luchtmobiele eenheid, dat nu als een muis in de val zit, het van hen over.

“We dachten dat wij het daar moeilijk hadden, maar de situatie is nu veel ernstiger”, zegt kapitein W. Huigen, commandant van de Alpha-compagnie, één van de drie compagnieën die tot en met vandaag bij Zaragoza oefenen. “Ik ken er nogal wat van de groep die nu in Srebrenica zit, omdat ik ze na onze rotatie nog twee weken heb ingewerkt. Hij praat over zijn periode in Srebrenica als “een onwerkelijke situatie”. “En hoe langer je er zit, des te minder je ervan begrijpt. Het is een volstrekt idiote situatie.”

De Nederlanders bij Zaragoza houden zich onder meer door een televisie op de hoogte van de ontwikkelingen in Bosnië, in het bijzonder van de lotgevallen van de blauwhelmen. Met een schotel wordt RTL-4 uit de lucht geplukt, en enigszins gespannen gevolgd in een tent die kantine wordt genoemd. Het nieuws wordt steeds eentoniger; tientallen leden van Dutchbat worden nog steeds in gijzeling gehouden.

Verscholen in de bosschages aan de andere kant van het oefenterrein staan onderkomens van één van kapitein Huigens pelotons. Met behulp van touwen en buizen zijn afdakjes van plastic en jute gemaakt waaronder soldaten zich opmaken voor transport naar een andere hoek van het terrein, niet ver van de rivier de Ebro. Over een uur worden ze daar met een Chinook-helikopter van het Spaanse leger gedropt. Of ze ooit nog eens terug zouden willen naar het voormalige Joegoslavië? Eén van hen verhult niet dat hij blij is er weg te zijn, een maat van hem onderstreept “dat het nu eenmaal je werk is”. “Als ze willen dat je gaat, ga je. Bovendien word je er goed voor betaald.”

Een paar meter verderop brengt luitenant-kolonel W. Heijster een groepje soldaten op de hoogte van de toedracht van de dood van Raviv van Renssen, en van een aantal vervelende consequenties van het noodgedwongen langere verblijf van de blauwhelmen in Srebrenica. “Vakanties die geboekt zijn, moeten worden geannuleerd. Er moet overlegd worden met reisorganisaties om duidelijk te maken dat voor deze mensen een uitzondering moet worden gemaakt.” Dit aspect van de val van Srebrenica lijkt de soldaten niet bijzonder aan te spreken, de dood van Van Renssen des te meer. “Je gaat er niet naartoe in de veronderstelling dat je niet meer terugkomt”, zegt een van hen.

Luitenant-kolonel R. Vermeulen, bataljonscommandant, ziet zijn mannen voorlopig niet naar het voormalige Joegoslavië terugkeren, al was het alleen maar omdat zijn bataljon op zijn vroegst volgend voorjaar weer aan de beurt is. Als de VN er onder het huidige mandaat zou blijven opereren, heeft het volgens hem ook geen zin om voor een nieuwe ronde naar het oorlogsgebied te gaan.

Kapitein Huigen is verontwaardigd over de steeds terugkerende kritiek dat de Nederlandse militairen niets in het voormalige Joegoslavië te zoeken zouden hebben. “Ik had juist een erg goed gevoel toen we terug waren. We hebben daar wegen hersteld, huizen opnieuw gebouwd en voedsel verstrekt, ook van onze eigen voorraden. Eveneens van onze krappe voorraad hebben we hun diesel gegeven, zodat de mensen in Srebrenica zelf brood konden bakken. Op scholen gaven we kinderen les in mine-awareness, zodat ze zelf mijnen konden herkennen die de Serviërs om de enclave hadden gelegd. We hebben ook leermiddelen verstrekt en we hebben elke dag wel 20 patiënten in de hospitaals gehad. Met name door die medische hulp zijn er mensenlevens gered. In Nederland zijn juist die aspecten niet goed doorgekomen.” Een korporaal denkt er anders over: “Mijn persoonlijke mening is dat we daar weg moeten. Neem nou die vorige gijzeling. Ik zie mezelf al staan met zo'n handboei aan een paal. Ik zou me doodschamen.”

Vandaag zit de oefening erop voor de luchtmobiele brigade, die volgens Vermeulen “overal binnen de poolcirkels” inzetbaar moet zijn. In tegenstelling tot hun collega's in Srebrenica kunnen de manschappen van Vermeulen op de afgesproken tijd naar huis.

    • Ward op den Brouw