Personalia

Prof.dr. P. Thoenes, emeritus hoogleraar sociologie in Utrecht, is woensdag op 73-jarige leeftijd overleden. Hij is vooral beroemd geworden door het bedenken van de term 'verzorgingsstaat' in zijn proefschrift De elite in de verzorgingsstaat (1962). In dat boek stelde hij die elite in gebreke “omdat ze te weinig een geestelijke elite was en te veel een bureaucratie”, zoals hij het in 1984 in een vraaggesprek met de Volkskrant noemde. Eigenlijk had hij de Nederlandse versie van de welfare state 'voorzienigheidsstaat' willen noemen, maar zijn promotor vond dat te kerkelijk klinken. Thoenes vond de vaak gebruikte vertaling 'welvaartsstaat' verkeerd, maar wel typerend voor het Nederlandse denken, omdat daarin de nadruk op welvaart werd gelegd, en niet op de voorzieningen die de staat biedt aan zijn burgers.

Voor de oorlog wilde Thoenes eerst militair worden, maar hij werd communist. In 1943 werd hij gearresteerd door de Duitse bezetter en weggevoerd naar Dachau. In de jaren vijftig werkte Thoenes, inmiddels lid van de PvdA, na zijn studie aan de Universiteit van Amsterdam tot 1956 bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarna werkte hij bij de Rijksuniversiteit Leiden. In 1965 werd hij hoogleraar bij het Institute of Social Studies in Den Haag. Van 1968 tot 1984 was hij hoogleraar in Utrecht. In de jaren zeventig pleitte Thoenes voor een 'humanistische utopie'. Hij vond dat de sociologie een 'dienende wetenschap' moest zijn, waarin utopie en wetenschap samengaan om richting te geven aan de maatschappij. Hij zag zichzelf als een man van de achttiende-eeuwse Verlichting.