Partij van de apartheid vecht met haar toekomst

KAAPSTAD, 14 JULI. De Nationale Partij kraakt en kreunt. De decennialang oppermachtige partij van de blanke Afrikaners, die de wettelijke rassenscheiding in Zuid-Afrika introduceerde, vertoont nu als kleinere partner in de regeringscoalitie tekenen van wanhoop en zelfvernietiging. De NP wordt geplaagd door interne verdeeldheid over de politieke koers, openlijke ruzies tussen ministers en parlementariërs en door de schaduwen van het apartheidsverleden die haar leiders blijven achtervolgen.

Na een week van woelingen en speculaties over een dreigende scheuring heeft vice-president F.W. de Klerk naar het traditionele wapen van de NP-leider - kragdadigheid - gegrepen om zijn volgelingen weer in het gelid te krijgen. Hij waarschuwde dissidenten, die anoniem de berichtenstroom over de verdeeldheid op gang houden, voor “disciplinaire maatregelen”. “Er is geen plaats in de Nationale Partij voor mensen die hun eigen belang boven dat van de partij stellen”, verklaarde De Klerk tijdens een congres van NP-jongeren in Stellenbosch.

De partijleider koos openlijk de zijde van minister Roelf Meyer (grondwetszaken), de jonge, meer verlichte bewindsman die het bij de conservatieve vleugel in de NP moet ontgelden. Meyer wordt een meeloper genoemd die te vriendelijk zou zijn tegenover het Afrikaans Nationaal Congres, de grootste partij in de regering van nationale eenheid. De Klerk beschermde zijn bewindsman strijdlustig: “Als NP-leden iemand de schuld willen geven voor beslissingen van de regering, moeten zij mij de schuld geven. Ik ben de leider en ik neem de volle verantwoordelijkheid. Als iemand wil vechten, laat hij dan met mij komen vechten. Ik ben er klaar voor.”

Het heeft de partij geen goed gedaan dat minister Meyer in conflict is gekomen met de provinciale regering van de Westkaap, de enige in het land die door de Nationale Partij wordt geleid. De provinciale NP probeerde de gebiedsindeling in de Westkaap te manipuleren om een overwinning te verzekeren bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1 november. De centrale regering draaide dat besluit terug, en Meyer, als verantwoordelijke minister voor provinciale zaken, mocht het - vooral namens het ANC - opnemen tegen zijn eigen partijgenoten. De NP-premier in de provincie, de conservatieve Hernus Kriel die wordt verdacht van hogere ambities, stapte vervolgens naar de rechter.

Het conflict in de NP was daarmee tot een uitbarsting gekomen. De Klerk moest partij kiezen maar de vraag is of zijn autoriteit voldoende is om de NP op langere termijn bij elkaar te houden. De NP verkeert in een malaise die dieper gaat dan een Broedertwis tussen een 'liberale' en een 'conservatieve' vleugel. De partij lijkt na de apartheid permanent te twijfelen aan haar identiteit en bestaansrecht. Nadat de NP 46 jaar alleen aan de macht is geweest, weet zij zich nauwelijks raad met een rol op het tweede plan.

De NP maakte zich in de onderhandelingen over een nieuwe grondwet sterk voor 'machtsdeling'. Uiteindelijk kreeg zij niet meer dan een handvol ministers met weinig belangrijke portefeuilles in de regering van nationale eenheid (ANC, NP en Inkatha). Van veto's voor minderheidspartijen bij kabinetsbesluiten, een NP-eis bij het begin van de onderhandelingen, wilde het ANC niets weten. De NP is nu een bescheiden regeringspartner die mag helpen het beleid - volgens velen ANC-beleid - uit te voeren. De Klerk verzekert keer op keer dat hij als vice-president achter de schermen grote invloed uitoefent, maar zijn volgelingen in het parlement voelen zich klemgezet: waar houdt het mee-regeren op en begint de oppositie?

Die tweeslachtige positie mag al niet helpen om de partij profiel te geven, de NP lijdt ook onder het gebrek aan een herkenbare achterban. De gedroomde doorbraak naar het gematigde zwarte electoraat is bij de verkiezingen vorig jaar uitgebleven. De partij kwam niet verder dan twintig procent van de stemmen. De NP is een soort christelijke centrumpartij geworden voor bedreigde minderheden, vooral Afrikaans-sprekende blanken en kleurlingen. Blanken die nog geloven in Afrikaner nationalisme, lopen over naar het conservatieve Vrijheidsfront van generaal Constand Viljoen. Gematigde Afrikaners zien dat ze tot nu toe weinig te vrezen hebben van het ANC, dat lonkt als een multiraciaal alternatief voor het nieuwe Zuid-Afrika. De NP verloor vorige week haar fractieleider in de gemeenteraad van de hoofdstad Pretoria. Hij liep over naar het ANC.

Als de NP probeert zich een kritische rol aan te meten, ondervindt de partij dat zij nauwelijks serieus wordt genomen. Hoezeer de NP ook probeert haar wedergeboorte te bewijzen, het verleden is nog vers in Zuid-Afrika. Veel problemen waar de regering-Mandela mee worstelt, zijn te herleiden tot het destructieve apartheidsbeleid. Het morele recht van spreken van de hoofd-veroorzaker is voorlopig beperkt. Bovendien wordt de partij achtervolgd door onthullingen over de betrokkenheid van achtereenvolgende NP-regeringen bij het geweld. De Klerk wordt daardoor permanent in het defensief gedrongen.

Voormalige medewerkers van de beruchte veiligheidspolitie zijn de afgelopen weken gaan praten over hun betrokkenheid bij moord, misdaad en anti-ANC-propaganda. Volgens de oud-politieman Paul Erasmus voerde de politie-afdeling Stratcom nog in de jaren negentig een campagne om het ANC te ondermijnen, onder meer door infiltratie en het verspreiden van leugens. De strategie zou volgens Erasmus door ministers van de NP zijn goedgekeurd, terwijl deze al met het in 1990 gelegaliseerde ANC onderhandelden.

Ook de onthullingen over de 'Derde Macht' houden aan. Dit geheime netwerk binnen politie en leger wordt verantwoordelijk gehouden voor het aanwakkeren van geweld in de zwarte woongebieden na 1990, onder meer door wapens te verschaffen aan de Inkatha Vrijheidspartij. Het weekblad Weekly Mail legde beslag op een tot nu toe geheim gebleven rapport, dat de geweldsonderzoeker rechter Richard Goldstone enkele weken voor de verkiezingen van april vorig jaar aan De Klerk overhandigde. Goldstone had bewijzen dat zittende politiefunctionarissen, onder wie de hoofdcommissaris generaal Johan van der Merwe, mede-verantwoordelijk waren voor “moord, fraude, chantage en politieke desinformatie”. Hij drong erop aan hen onmiddellijk uit hun positie te ontheffen. De Klerk reageerde niet. President Mandela, op de hoogte van het rapport, vroeg Van der Merwe nog een jaar aan te blijven, vermoedelijk om de loyaliteit van de politie aan de nieuwe regering niet in gevaar te brengen.

De Klerk heeft zich gedistantieerd van de onthullingen van Erasmus. De vice-president aanvaardt politieke verantwoordelijkheid voor “buitengewone stappen” die de veiligheidsmachten onder NP-bewind in de strijd tegen terrorisme moesten nemen, maar hij neemt afstand van excessen als moord en aanstichting van geweld. De Klerk heeft meer dan eens verklaard dat er binnen de veiligheidsmachten individuen zouden kunnen opereren die, uit onvrede met het hervormingsproces, betrokken waren bij misdaden.

De regering zal binnenkort een Waarheidscommissie installeren, die de 'vuile oorlog' van de apartheidsjaren gaat onderzoeken. Politiemannen kunnen hun daden opbiechten in ruil voor amnestie. In de getuigenbank voor de commissie kan mogelijk blijken waar de kennis van de politici ophield en het eigen initiatief van de 'foute' politieman begon. De NP zal ermee moeten leven dat haar verleden voorlopig haar politieke toekomst in de weg zal blijven zitten.