Nota Nuis: budget voor cultuur stijgt met 30 mln gulden

ZOETERMEER, 14 JULI. Gesubsidieerde kunstinstellingen moeten zich meer richten op de markt. Ook dienen ze meer samen te werken met producenten die zonder overheidsgeld werken. Het cultuurbudget zal stijgen met iets meer dan dertig miljoen, het verschil tussen de aangekondigde verhoging van 60 miljoen en de nog te realiseren bezuiniging van 27 miljoen, waartoe het vorige kabinet had besloten.

Dat schrijft staatsecretaris Nuis van cultuur in een gisteren aan de Tweede Kamer aangeboden notitie Pantser of ruggegraat over de hoofdlijnen van het cultuurbeleid van 1997 tot 2000. In het rapport schetst Nuis de cultuur als de ruggegraat van de samenleving, die zich open moet stellen voor nieuwe invloeden van buiten. Een maatschappij vol gepantserden “drijft in argwaan uiteen.” De nota pleit voor een belangrijke rol van het onderwijs in de culturele vorming van de jeugd.

Nuis verwacht van gesubsidieerde instellingen dat zij zich meer op het gebied van de media bewegen. Ze zouden, met subsidie van de cultuurfondsen, radio- en televisieprogramma's moeten maken. Ook op het gebied van de beeldende kunst bepleit Nuis het marktgericht denken. De burger zou inspraak moeten krijgen bij de keuze van een kunstwerk in de openbare ruimte.

De zorg voor monumenten kan met minder geld toe als ze door hergebruik een nieuwe economische functie krijgen. Bijna 40 procent van de monumenten verkeert in een matige tot slechte staat, sommige zijn niet meer te redden. Volgens het Strategisch Plan Monumentenzorg van het vorige kabinet is tien jaar lang jaarlijks 140 miljoen gulden extra nodig om die achterstand in te halen. Het kabinet stelt een nader te bepalen bedrag beschikbaar stelt uit de meevallers van 1995. Nuis rekent op enkele honderden miljoenen.

De cultuurfondsen, belast met het verstrekken van subsidies, dreigen een 'smaakmonopolie' te ontwikkelen en daarmee zo nadrukkelijk het artistieke klimaat bepalen dat sommige stromingen of aandachtsgebieden niet aan bod komen met als gevolg een verschraling van de artistieke verscheidenheid. De staatssecretaris wil de fondsen daarom uitgebreid evalueren.

De verzelfstandigde musea moeten zich via sponsoring en andere vormen van fondsverwerving beter op de markt richten. Nuis verwacht volgend jaar een afronding van de verzelfstandiging van de rijksmusea. De Rijksdienst Beeldende Kunst, de Opleiding Restauratoren en het Centraal Laboratorium worden mogelijk verzelfstandigd in een Instituut voor Cultuurbehoud.

Buitenlandse kunstenaars moeten de mogelijkheid krijgen tijdelijk in Nederland te blijven, bij voorbeeld in het het door de Amsterdamse Kunstraad en het Fonds voor de Letteren voorgestane literatorenhuis, waar buitenlandse schrijvers en vertalers enige tijd zouden kunnen verblijven. Ook moeten de opleidingsmogelijkheden van vertalers groter worden. Samen met de Vlaamse Gemeenschap in de Taalunie zal Nuis strijden voor het Nederlands als officiële taal in de Europese Unie.

De Federatie van Kunstenaarsverenigingen en de Kunstenbond FNV noemen het dat “zwak” dat van het extra geld dat het kabinet in het vooruitzicht stelde, nu nog maar de helft over is, zodat er weinig extra's overblijven. De Federatie en de Kunstenbond spreken ook hun twijfels uit over de grotere aandacht voor de markt. “Dat zou een onwenselijke ontwikkeling zijn.”