Nederlandse opera's

Eindelijk weer eens een kritisch-zinnig stuk over opera in de krant: Luttikhuis' 'brief' aan Mozart (CS 7-7-95). Zijn stelling daarin dat de diatonisch-harmonische taal van Mozart het muzikale verhaal 'directer' kan vertellen dan de chromatisch-harmonische taal van bijvoorbeeld Schönberg, is op zichzelf juist. Ik heb dat thema zo'n tien jaar geleden in deze krant (in 'De Chromatische Opera') nader uitgewerkt. Dat Luttikhuis de door mij voorgestelde oplossing van dit probleem (de toonklok) niet direct ziet zitten, zegt nog niet zoveel. Hij is geen componist. Maar hij toont zich in ieder geval bereid vaker te luisteren, wat een eerste voorwaarde is. 'Misschien ga ik het dan toch nog horen', is de laatste, hoopvolle, zin van zijn stuk.

Voorlopig vindt Luttikhuis dat 'de verschillen' (tussen de uren van de toonklok) 'voor het oor nauwelijks te onderscheiden zijn'. Ook 'ontbreekt de hiërarchie'. Maar het verschil tussen een drieklank van bijvoorbeeld het zevende en het achtste uur (het verschil tussen c-d-f en c-d-fis) is minstens zo dramatisch als het verschil tussen majeur en mineur, waar hij het over heeft. Dat kun je leren ervaren, leren horen. Zoals ook de natuurlijke verwantschap van de diatonische hiërarchie (de 'functies' tonica, dominant, subdominant en mediant) met de chromatische (de vier kwartieren van ieder uur) hoorbaar, dat wil zeggen, invoelbaar gemaakt kan worden. Het gaat, zoals bij alle muziek, om de toepassing. Maar voor zo'n analyse ontbreekt de dagbladcriticus meestal te tijd. Of het analytisch vermogen.

Voor een gewone luisteraar, een muziekliefhebber, is dat alles overigens geen voorwaarde. (Al blijft gelden dat je meer hoort als je meer weet.)

De muzikale luisteraar ervaart 'de zekerheid waarmee de harmonie zich door haar veranderingen beweegt', zoals collega Jenny McLeod dat omschreef. Ook in de chromatiek.

Toen er van De Hemel een cd verscheen (mijn eerste) schreef Luttikhuis dat hij bij herhaald horen 'steeds meer sterren aan het firmament' ontdekte. Dat geeft hoop voor Symposion, al weet ik niet of daar ooit een cd van verschijnt. Ik zit immers niet in het muziekleven alhier, waar ik het geluk heb te wonen.

Naschrift Paul Luttikhuis:

Zou het toeval zijn, dat Schat wijst op de verschillen tussen het zevende en het achtste uur? Ik ben bang dat ik 'c-d-f' gewoon hoor als omkering van een kleine drieklank met toegevoegde kleine septiem (dus als mineur) en c-d-fis als een dominantseptiemakkoord (dus als majeur). Maar nog belangrijker is, dat de diatonische hiërarchie gebaseerd is op leidtonen, die de muziek nogal dwingend in een bepaalde richting sturen.