Leerlingen van een Nieuwegeinse basisschool maken een film; Huilen om een levend hondje van iemand anders

Een grote snee en drie dikke, rode druppels die naar beneden druipen. De knie van Jeoffrey (11) ziet er akelig uit. Hij zit op een bankje in de kleedkamer van het gymlokaal. Is-ie gevallen?

Nee, hij moet nog vallen. Of nee, het is nog een beetje anders: straks valt Mark en dan is het Jeoffrey zijn been dat gaat bloeden.

Het lijkt ingewikkeld, maar het komt allemaal omdat Jeoffrey en Mark meedoen aan een film. Op de basisschool Christoffel in Nieuwegein wordt een film opgenomen over een basketbalwedstrijd tussen de leraren en groep zeven. Het Filmtheater Nieuwegein organiseert elk jaar een filmweek en daarin wordt ook een film gemaakt met leerlingen van een basisschool. Dit jaar zijn die van Christoffel aan de beurt.

Mark speelt met groep zeven mee en straks doet hij net of hij valt. En omdat de cameraman dan meteen wil doorfilmen, hebben ze alvast een bloedend been klaargelegd - dat is het been van Jeoffrey.

Maar die snee dan, op de knie van Jeoffrey, is die wel echt? Nee, die is ook niet echt. Die is erop geschminkt, vertelt Jeoffrey. Iemand van de film heeft met lippenstift en met een beetje rode verf strepen op zijn been getekend en zo lijkt het net bloed.

In de film of op de televisie zie je heel vaak dingen die niet echt zijn gebeurd. Een indiaan die zwaargewond van zijn paard valt. Iemand die zomaar door de lucht vliegt. Een klein meisje dat auto rijdt. Of doodgewoon een regenbui. Soms moet een jongen huilen omdat zijn hondje dood is. Maar in het echt is het hondje dan niet dood en waarschijnlijk was het ook helemaal niet het hondje van die jongen.

De hoofdrol in deze film speelt Renske (11), zij is een meisje dat droomt dat ze sportverslaggeefster wordt. Daaraan kun je ook zien dat film heel anders is dan de werkelijkheid, want in het echt wil Renske helemaal geen sportverslaggeefster worden. “Hartstikke saai,” lijkt haar dat. Maar ze speelt dat ze dat graag wil worden. Als de regisseur zegt: 'actie', dan roept Renske vol vuur in de microfoon wat er op het veld gebeurt.

Spelen alsof is best moeilijk, vindt Renske. “Dan kijk ik weer te blij, dan kijk ik weer te bang.” Als het niet goed is, zegt regisseur Kees Leseman dat het nog een keer over moet. Soms gaat het wel zes keer of acht keer over voor hij echt tevreden is. Maar in de uiteindelijke film zie je Renske natuurlijk niet zes keer hetzelfde zeggen, dan zou de film heel erg saai worden en heel lang. Nee, de regisseur knipt alle beste stukjes uit en die plakt hij aan elkaar. Dat heet 'monteren'.

Het stukje film waar het bloedende been van Jeoffrey opstaat, monteren ze straks achter het stukje dat Mark valt. Als je niet beter weet en je ziet de film achter elkaar, dan denk je gewoon dat Mark valt en een snee op zijn knie heeft gekregen.

Als regisseur Kees even op zijn fluitje blaast en iedereen mag gaan rusten, zie je dat de basketballers allemaal heel hard loopt te zweten. Sommige dingen zijn natuurlijk wèl echt in de film.

    • Bas Blokker