Italië wil extra geld voor bergboeren

BRUSSEL, 14 JULI. In de Europese Unie dient zich een nieuw gevecht aan over landbouwsubsidies. Italië wil dat boeren in bergstreken extra geld krijgen uit Brussel. Niet alleen Griekenland, Spanje en Portugal steunen die eis, maar ook Zweden en Finland.

De EU-ministers van landbouw zullen maandag in Luxemburg opnieuw praten over het Italiaanse voorstel. Besluiten worden niet verwacht, maar Rome is er in elk geval in geslaagd het punt op de agenda te krijgen zodat er mogelijk later dit jaar wel een beslissing wordt geforceerd onder het huidige Spaanse voorzitterschap van de EU. Na Spanje is Italië aan de beurt om leiding te geven aan de ministerraden van de EU.

Italië vindt dat de specifieke steun voor de bergboeren - zoals hogere hectaretoeslagen, hogere premies voor zoogkoeien en extra subsidie voor melk die wordt verwerkt tot “speciale kaas van de streek” - moet worden gefinancierd uit de gewone middelen van het landbouwbeleid van de EU. In een al eerder dit jaar uitgedeeld memorandum schrijft de Italiaanse minister van landbouw dat de landbouw in bergstreken “een maximale economische bescherming” moeten hebben, “ten einde de voorwaarden te scheppen voor het voortbestaan van menselijke bedrijvigheid in die streken, hetgeen van vitaal belang is voor de bescherming van het milieu en het landschap”.

De Benelux, Groot-Brittannië, Duitsland, Denemarken en Frankrijk verzetten zich tegen de Italiaanse benadering. Zij wijzen op het bestaan van de structuurfondsen, bedoeld om regio's met economische achterstand te steunen. Voor het Italiaanse argument dat de bergboeren een belangrijke rol spelen bij natuurbehoud bestaat in Brussel wel begrip. Maar daarvoor moeten aparte financieringsbronnen worden gevonden, is de redenering. “Wij vinden natuurbescherming ook heel belangrijk en daar is met Nederland dus best over te praten. Maar we vinden niet dat het huidige markt- en prijsbeleid in de landbouw daarvoor moet worden gebruikt”, aldus een Nederlandse diplomaat.

Ook Frankrijk wil extra geld voor de boeren. Vorige maand spraken de EU-ministers van landbouw af om boeren in landen met een sterke munt te compenseren voor het feit dat hun inkomen vermindert door de relatieve waardedaling van de EU-subsidies. Voor Nederland komt dat in het eerste jaar neer op 106 miljoen gulden. Frankrijk wil nu ook de mogelijkheid om boeren in eigen land te compenseren voor een verslechtering van hun concurrentiepositie ten opzichte van landen met een zwakkere munt. De meeste andere lidstaten voelen weinig voor dergelijke vorm van nationale steunverlening.