Hoogleraar gelooft dat 'brein' aanslag New York proces wint; 'Bewijs tegen sjeik is zwak'

Zes maanden na het begin van het proces in New York tegen de Egyptische sjeik Omar Abdel-Rahman en tien aanhangers is het openbaar ministerie uitgesproken. Nu is de verdediging aan het woord. De Nederlandse hoogleraar Ruud Peters was als getuige voor de blinde sjeik opgeroepen, maar de rechter heeft deze week in een tussenvonnis het oproepen van buitenlandse deskundigen afgewezen. Het proces zal naar verwachting nog wel enkele maanden vergen. Een tussenstand.

AMSTERDAM, 14 JULI. “Dit is een oorlogszaak. De vijand is de Verenigde Staten”, zo begon het openbaar ministerie in januari van dit jaar de rechtszaak tegen de blinde Egypische sjeik Omar Abel-Rahman en de zijnen. De elf mannen worden beschuldigd van seditious conspiracy - vrij vertaald samenzwering tegen de staatsveiligheid - door middel van aanslagen op een dag in 1993 op tot de verbeelding sprekende gebouwen als het hoofdkwartier van de Verenigde Naties en de Federale recherche (FBI), op bruggen en tunnels tussen New York en New Jersey en op de Egyptische president Mubarak (tijdens een bezoek aan Washington) en nog een paar andere leiders.

Sjeik Omar Abdel-Rahman was volgens de aanklagers het meesterbrein achter deze samenzwering, waarvan ook de aanslag op het World Trade Center (WTC) in februari 1993 deel zou hebben uitgemaakt, de enige in het rijtje gewelddaden die daadwerkelijk heeft plaatsgehad. Overigens is deze aanslag zelf de beschuldigden niet ten laste gelegd; hiervoor zijn eerder vier andere volgelingen van de sjeik veroordeeld. De verdediging op haar beurt ziet de hele zaak tegen sjeik Abdel-Rahman eerder als het resultaat van politieke druk na de aanslag op het WTC, toen in binnen- en buitenland (Egypte) de wrevel groeide over de activiteit van de radicale prediker.

Sjeik Omar Abdel-Rahman (57) - Dr. Rahman voor de Amerikaanse aanklager want hij is gepromoveerd aan de gezaghebbende islamitische universiteit van Kairo, de Azhar - begon zijn carrière als radicaal na de dood van de Egyptische president Nasser. De overledene was een ongelovige, zo stelde hij, voor wie niemand mocht bidden. Sindsdien is hij alleen maar geradicaliseerd: voor hem zijn heersers die het islamitische recht niet toepassen, ongelovigen, tirannen die mogen worden gedood. Alleen, of een dergelijke opinie daadwerkelijk strafbaar is, is de vraag.

“Hij benadrukt de onwettigheid van het regime”, zegt professor dr. mr. Ruud Peters, bijzonder hoogleraar islamitisch recht aan de universiteit van Amsterdam. “Dat is steeds zijn rol geweest. Hij vertelt wat de islam voorschrijft. Het is één stap verder om ook wat te doen.”

De Egyptische regering heeft de sjeik na de moord op Nassers opvolger als president, Anwar el-Sadat, in 1981 berecht, maar hij werd vrijgesproken. In 1990 kwam hij via Soedan de VS binnen. Nu is het de beurt aan de Amerikaanse autoriteiten hem te berechten. Maar Peters gaat ervan uit dat hij opnieuw vrijuit gaat.

Peters had, als de rechter er geen stokje voor had gestoken, in New York moeten getuigen als jihad-deskundige, expert op het gebied van de heilige oorlog. Belangrijkste bewijsstukken tegen Abdel-Rahman zijn een opgenomen gesprek tussen een FBI-informant en de sjeik, en zijn preken die op cassettes worden verspreid. Die preken zijn doorspekt met oproepen tot heilige oorlog - vandaar.

“Sjeik Abdel-Rahman predikt in het openbaar dat moslims jihad moeten plegen. Hij bedoelt: ze moeten zich verdedigen waar ze worden aangevallen, in Bosnië, in Palestina, in de Filippijnen”, zegt Peters. Maar het openbaar ministerie leest hierin: een terroristische oorlog tegen de VS.

Jihad is in de vroegste betekenis 'een inspanning op de weg van God'. Later, wanneer de profeet Mohammed, vanuit Mekka naar Medina uitgeweken, het met de Mekkanen aan de stok krijgt, wordt het 'vechten voor godsdienst'. Latere islamitische geleerden houden het op dat 'vechten voor godsdienst', maar daarnaast wordt de jihad ook 'vechten voor de goede zeden' of 'vechten tegen de eigen slechte neigingen'. Tegenwoordig, aldus Peters, wordt jihad ook gebruikt in een geseculariseerde betekenis van 'kruistocht': “Er is dan weinig religieus meer aan. Ik ben in een Egyptische krant eens een 'jihad tegen het straatvuil' tegengekomen.”

Sjeik Abdel-Rahman heeft het wel degelijk over 'vechten'. Maar er zijn twee soorten jihad: de expansieve en de defensieve. De eerste is die van de kalief uit de begintijd van de islam, die moet blijven proberen zijn gebied uit te breiden. De defensieve jihad is de individuele plicht van de inwoners van een aangevallen gebied om terug te slaan. Als hij daartoe niet in staat is, hebben anderen de plicht te helpen. Peters: “Dat is sjeik Abdel-Rahmans jihad.”

Volgens Peters is het tweede grote bewijsstuk van het openbaar ministerie, het opgenomen gesprek tussen sjeik Abdel-Rahman en de FBI-informant, Emad Salem, evenmin sterk. Salem, een Egyptische ex-militair die voor een miljoen dollar voor de Amerikaanse autoriteiten klikte, zelf is al niet zo betrouwbaar - hij is bij diverse gelegenheden op leugens betrapt - en het gesprek met de sjeik lijkt op uitlokking.

Salem zegt, aldus de transcriptie, een groot werk op het oog te hebben - wat denkt de sjeik daarvan? Wat denkt hij van het gebouw van de VN, dat moet helemaal op zijn zijkant rollen! Maar de sjeik reageert ontwijkend: dat is slecht voor de moslims, zegt hij een paar keer, niet doen! Salem moet maar een doel in het leger zoeken.

Peters sluit niet uit dat die laatste opmerking in het verslag het resultaat is van slechte kwaliteit van de band of de vertaling, er zitten wel meer merkwaardige dingen in het gesprek. Het kan ook zijn dat sjeik Abdel-Rahman probeerde Salem met een kluitje in het riet te sturen.

Dat Salem sjeik Abdel-Rahman kwam raadplegen is op zich niets bijzonders. Abdel-Rahman is een mufti, aldus Peters, een deskundige in islamitisch recht die in concrete zaken door gelovigen om raad wordt gevraagd. Hij geeft fatwa's uit, wettelijke adviezen die niet-bindend zijn. Een mufti kan zijn aangesteld door de staat, maar ook zoveel gezag verwerven dat hij wordt benaderd door gelovigen. De medebeschuldigden van sjeik Abdel-Rahman kwamen inderdaad allemaal in de moskeetjes in New Jersey en New York waar hij preekte - maar dat deden ook zovele anderen, allen eerbare burgers.