'Euromunt moet een van de beste ter wereld worden'

DEN HAAG, 14 JULI. De toekomstige Europese munt moet even hard zijn als de beste nationale munten in Europa, de gulden en de D-mark. “Het moet een goede munt zijn of geen munt”, aldus Yves-Thibault de Silguy, de Europese Commissaris voor monetaire zaken vanochtend in een gesprek met enkele Nederlandse journalisten. Vrees dat de rente op de Europese munt hoger zal zijn dan het renteniveau in Nederland is ongegrond. Naleving van de criteria die zijn vastgelegd in het verdrag van Maastricht voor toelating tot de gemeenschappelijke munt, staat daarvoor garant.

De Eurocommisssaris beklemtoonde dat de Europese munt “één van de beste munten ter wereld” zal worden. Hij hoopte op een “besmettingsverschijnsel” waardoor het internationale gebruik van de Europese munt steeds aantrekkelijker zal worden en de Europese munt een rivaal wordt van de dollar.

Anderhalve maand geleden gaf de Europese Commissie een 'Groenboek' uit over de technische aspecten van de invoering van een gemeenschappelijke munt. In dit discussiestuk, 'Eén munt voor Europa', worden drie etappes voorgesteld om de invoering van de gemeenschappelijke munt te verwezenlijken. De eerste stap is het besluit van de staatshoofden en regeringsleiders om daadwerkelijk een gemeenschappelijke munt in te voeren en vast te stellen welke landen hiervoor in aanmerking komen. Een jaar later moeten de wisselkoersen van de deelnemende landen onherroepelijk aan elkaar geklonken worden en moet de Europese Centrale Bank het monetaire beleid overnemen. Tegelijkertijd moeten de financiële instellingen hun onderlinge transacties in de Europese munt omzetten en moeten staatsleningen in de gemeenschappelijke munt worden uitgegeven. Hierdoor onstaat een 'kritische massa' van financiële activiteiten in de Europese munt.

Uiterlijk drie jaar daarna - dus vier jaar na het besluit van de Europese Raad - wordt de operatie voltooid met de invoering van munten en bankbiljetten en met de overschakeling van het bancaire betalingssysteem.

Op de Europese top, vorige maand in Cannes, is het Groenboek voor kennisgeving aangenomen. Vooral in Duitsland en met name bij de Bundesbank leven bezwaren, onder meer tegen de invoering in twee fases en tegen de gedachte van een 'kritieke massa'. Dit zou het bankwezen in Duitsland, dat veel kleine lokale banken kent, nodeloos op hoge kosten jagen.

Vanochtend ontkende Silguy dat in Cannes kritiek op het Groenboek is geleverd. Ook de Duitse minister van financiën Waigel wijst het concept niet van de hand, aldus Silguy. Hij erkende het probleem van de kleine Duitse banken maar beklemtoonde dat gezocht zal worden naar een oplossing in nauwe samenwerking met de banken.

Op de volgende top, eind dit jaar in Madrid, zal worden besloten over de naam van de Europese munt en zal het scenario voor invoering worden aangenomen.

Het Groenboek streeft volgens Silguy naar een evenwichtige combinatie van zo laag mogelijke kosten voor het bankwezen, handhaving van het tijdsschema zoals vastgelegd in het verdrag van Maastricht (uiterlijk in 1999 invoering één munt) en ruimte om de eenheidsmunt psychologisch aanvaard te krijgen door de publieke opinie. “Er is tijd nodig om de mensen gerust te stellen. Het publiek mag niet in paniek raken”, aldus de Eurocommissaris. In dat verband bereidt de Commissie een voorlichtingscampagne voor om het publiek van de voordelen van een Europese munt te doordringen.

Silguy erkende dat zich problemen kunnen voordoen tussen de landen die tot de kern van harde munt-landen behoren en landen die daar vooralsnog buiten blijven. De gevolgen daarvan kunnen dramatisch zijn, vooral in grensgebieden. Maar volgens Silguy zijn de effecten van muntontwaarding op het handelsverkeer moeilijk te berekenen. Terugdraaiing van het vrije verkeer van goederen tussen landen die wel en die niet tot de groep landen met één munt behoren, is volgens hem juridisch en praktisch onuitvoerbaar. “De douane-posten zijn opgeheven en monetair compenserende bedragen (de compensatie voor valutaschommelingen op landbouwprodukten) is onmogelijk voor industriële goederen.”