'Eigen budget' in zorg uitgebreid

DEN HAAG, 14 JULI. Het kabinet gaat de toepassing van het 'persoonsgebonden budget' vanaf januari 1996 uitbreiden.

Vanaf volgend jaar zullen mensen die langdurig zorg nodig hebben, dan zelf mogen bepalen of zij, bijvoorbeeld, een verpleegster thuis krijgen of dat zij geld krijgen om zelf de noodzakelijke zorg 'in te kopen'. Het kabinet heeft daartoe voor 1996 ongeveer 120 miljoen gulden beschikbaar gesteld. Staatssecretaris Terpstra van volksgezondheid noemt de beslissing “een absolute mijlpaal”, ook al zal voorlopig een beperkt aantal mensen van de mogelijkheden kunnen profiteren. “Het gaat nu echt beginnen en iedereen zal snel begrijpen dat het met geen mogelijkheid meer is terug te draaien”, aldus Terpstra.

De Gehandicaptenraad reageerde gisteren teleurgesteld op het kabinetsbesluit. De organisatie vindt dat de invoering van het persoonsgebonden budget te traag verloopt en dat mensen die van zorg afhankelijk zijn nog geen zeggenschap krijgen over het toegekende budget omdat het geld wordt beheerd door de vereniging van budgethouders.

Volgens Terpstra geeft het persoonsgebonden budget mensen die zijn aangewezen op zorg, meer vrijheid. Verder is de verwachting dat de kwaliteit van de hulpverlening zal stijgen door deze nieuwe aanpak omdat de belanghebbenden er zelf directer bij betrokken worden. Bovendien zal die persoonlijk ingekochte hulp eerder voldoen aan de wensen van de gebruikers.

De uitbreiding die het kabinet nu heeft afgesproken geldt voor enkele duizenden mensen die aangewezen zijn op thuiszorg of wegens een verstandelijke handicap extra zorg behoeven. Sinds 1 juli van dit jaar kon een beperkt aantal mensen reeds voor langdurige thuiszorg een persoonsgebonden budget aanvragen. Voor 1995 was hiertoe 40 miljoen gulden gereserveerd. Als de evaluatie in 1998 positief uitvalt, zal het persoonsgebonden budget op grote schaal worden ingevoerd.

Aan het verkrijgen van een persoonsgebonden budget zijn enkele voorwaarden verbonden. De belangrijkste is dat men zich aansluit bij een vereniging van budgethouders, waar onder meer de administratie zal worden bijgehouden. Met name binnen de ouderverenigingen is hiertegen herhaaldelijk bezwaar gemaakt, omdat er weer kosten mee zijn gemoeid en omdat een dergelijk orgaan bureaucratie in de hand zou kunnen werken. Staatssecretaris Terpstra meldde in een toelichting op de regeling dat het kabinet enige vorm van controle toch echt noodzakelijk vindt. Een andere voorwaarde is dat de 'zorgvrager' een indicatie heeft voor de gevraagde hulp en verder moeten de sofi-nummers van de zorg- of hulpverleners beschikbaar worden gesteld.

Wie straks een budget ter beschikking krijgt, ontvangt in ieder geval tweehonderd gulden per maand contant (2.400 per jaar) dat vrij mag worden besteed aan welke vorm van hulp die men nodig of gewenst vindt. Als de kosten van zorg voor deze persoon (veel) hoger uitvallen, dan loopt de verrekening in de vorm van declaraties via de verenigingen van budgethouders. Zij beheren het toegekende bedrag en zorgen ook voor de afdracht van premies en belastingen. In het eerste jaar zal het ter beschikking gestelde budget niet voor de inkomstenbelasting meetellen, zo is met de minister en staatssecretaris van financiën afgesproken. De kans op fraude is volgens Terpstra bijzonder klein. “Iemand die van het geld naar de Bahama's gaat, als dat al kan van 200 gulden per maand, heeft zichzelf daar op een ongelooflijke manier mee. Hij of zij zal de rest van het jaar geen middelen meer hebben om hulp in te kopen.”