Eerste ritzege Engelsman in Tour

SAINT ETIENNE, 14 JULI. Met de sprintzege van Maximilian Sciandri heeft Engeland dit jaar zijn eerste ritwinnaar gekregen in de Tour de France. De renner van de MG-formatie was in de straten van Saint Etienne veel te snel voor zijn medevluchter Hernan Buenahora uit Colombia. Erik Breukink eindigde op de vijfde plaats in het Centraal Massief, dat bijna elk jaar als tussenstation fungeert tussen de Alpen en de Pyreneeën.

Sciandri is 28 jaar geleden geboren in het Engelse Derby, maar hij leerde het wielervak in Italië. De zwaargebouwde coureur heeft een Italiaanse vader en een Engelse moeder. Tot 1994 reed hij met een Italiaans paspoort, maar om zich te kunnen plaatsen voor het wereldkampioenschap op Sicilië besloot hij een Britse licentie aan te vragen. Bij de Azzurri kreeg hij geen plaats in de WK-ploeg, als Engelsman behoorde hij meteen tot de nationale top.

Voor Sciandri betekende de overwinning van gisteren zijn eerste etappezege in de Ronde van Frankrijk. In de Giro behaalde hij de afgelopen jaren drie ritzeges. De Ronde van Romagna schreef hij twee keer op zijn naam. Vanaf vandaag heeft hij als beroepsrenner in totaal 24 overwinningen behaald.

Voor Erik Breukink was de rit van Bourg d'Oisans naar St. Etienne een uitstekende gelegenheid zijn geschaden imago weer een beetje op te vijzelen. In de Alpen had hij weliswaar niet slecht gereden, toch kwam hij op de steile hellingen veel tekort tegen de wereldtoppers. Gisteren waren de wegen vlakker en kreeg hij de kans weg te springen uit het peloton. Maar de eerste de beste serieuze klim bleek voor Breukink net iets te veel van het goede.

Breukink moest op de Col de l'Oeillon terrein prijsgeven op het moment dat de kleine Buenahora en de grote Sciandri gingen versnellen op de klim van de eerste categorie. Alle andere medevluchters kwamen net als Breukink in de problemen. “Dit was mijn kans en die heb ik laten liggen”, vertelde de teleurgestelde Nederlander aan de finish. “En zo'n kans krijg ik niet vaak meer. Ik kon het tempo niet volgen. Maar we blijven het proberen”, zo sprak hij zichzelf na afloop nog enige moed in.