Een strand van stilte

Een nachtelijk feestmaal voor een echtpaar dat op het punt staat te gaan scheiden, leidt tot verhalen vol verwijzingen naar oude mythes en sprookjes. 'Wat ons eigenlijk ontbrak, was een huis van woorden om samen in te leven,' zegt de hoofdpersoon in Michel Tourniers roman Het nachtelijk liefdesmaal. Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn gegaan.

Michel Tournier: Het nachtelijk liefdesmaal. Vert. en nawoord Jeanne Holierhoek. Uitg. Meulenhoff, 234 blz. Prijs ƒ 17,90 bij Van Gennep.

Het werk van Michel Tournier (Parijs, 1924) is in Nederland veelvuldig vertaald. Het bekendst zijn geworden de roman Vrijdag of het andere lied en De elzenkoning, boeken die bij lezing een diepe indruk op mij maakten.

Zelf woon en leef ik temidden van honderden oude en nieuwe gevallen boeken, voor een belangrijk deel aangeschaft via het modern antiquariaat, de ramsj, de witte boekwinkels, tweedehandsboekenzaken, antiquariaten en markten - bovendien vallen mij als redacteur van Bres boeken ten deel die ik nauwelijks leestijd kan gunnen.

Het zijn niet de slechtste boeken die verramsjt worden; het is al eerder in deze rubriek gezegd en mag wel eens herhaald worden voor degenen die voor de ramsj de neus ophalen. Alles beter dan de oud-papiermolen, waarin een groot deel van al die tijdschriften verdwijnen die nu voortdurend om onze aandacht roepen.

Bij Van Gennep aan de Nieuwezijdsvoorburgwal in Amsterdam ligt alfabetisch gerangschikt de gehele Nederlandse literatuur, op de bestsellerauteurs na, hoewel ook van hen nog wel eens een titel tussen de wal en het schip valt.

Mijn oog viel daar op het aansprekende omslag van Michel Tourniers Het nachtelijk liefdesmaal, vertaald en uitgeleid door Jeanne Holierhoek, als tweede druk in december 1991 bij Meulenhoff verschenen.

Bij het doorbladeren bleek me, dat behalve de twee eerder genoemde romans en dit boek, twee andere romans van Tournier vertaald waren (De gouden druppel en De meteoren), als ook de vertelling Gilles & Jeanne en het boek Dwaze liefdes en ander kort proza.

Hooggestemde verwachtingen werden bij het lezen niet teleurgesteld. De HIJ en de ZIJ uit de eerste vertelling, De zwijgzame gelieven, de visserszoon die kapitein op een kabeljauwtrailer wordt, en zijn vrouw die redersdochter is, blijken elkaar als de boot voorgoed uit de vaart is, steeds minder te zeggen te hebben.

Eerst vergezelt zij hem nog op zijn strandvisserstochten, waar zij de zandfiguren van het omslag en de maker ervan ontmoeten, maar - ontdekt zij: 'We zijn hier gescheiden door een onmetelijk strand van stilte waar iedere dag zijn eb aan toevoegt. De niet te stuiten woordenvloed van mei '68 deed me dromen van een laconiek soort wijsheid, van weloverwogen woorden, schaars maar zwaar van betekenis. In plaats daarvan zinken wij weg in een logge stilte, even leeg als destijds de praatzucht van de studenten.'

Na de archetypische echtelijke onenigheid komt hij tot een voorstel: 'Aangezien jij en ik de pech hebben niet tot hetzelfde geslacht te behoren en we elkaar niets meer te zeggen hebben, rest ons dus als ik het goed begrijp nog maar één mogelijkheid: uit elkaar gaan. Laten we dat dan tenminste met enige ophef doen. Ik stel voor dat we al onze vrienden uitnodigen voor een nachtelijke maaltijd.'

De medianoche, met uitsluitend produkten van zijn strandvisserij, en even wellustig beschreven als elk feit of personage in dit boek, leidt tot 19 vertellingen, die bij elkaar een caleidoscopische collage vormen, zich afspelend zowel in de tuin van Eden als onder de Hooghly-brug in Calcutta, met knipoogjes naar andere sprookjes- en verhalenvertellers - een lustwarande van woorden, die de aanleiding tot de nachtelijke liefdesmaaltijd doet vergeten.

'“Je bent niet gaan staan, hebt niet met je mes tegen je glas getikt om onze vrienden de droevige mededeling te doen dat we gingen scheiden,” zei Nadège.

“Dat komt omdat de noodzaak van een scheiding me minder vanzelfsprekend lijkt, nu al die verhalen door mijn hoofd spelen,” antwoordde Oudalle. “Wat ons eigenlijk ontbrak, was een huis van woorden om samen in te leven. In vroeger tijden werden echtparen door de godsdienst voorzien van een gebouw dat zowel reëel was - de kerk - als denkbeeldig, bevolkt met heiligen, verlucht met legenden, weergalmend van gezangen, dat hen tegen zichzelf en tegen aanvallen van buiten beschermde. Zo'n bouwwerk misten wij. Onze vrienden hebben ons nu alle materialen geleverd. De literatuur als wondermiddel voor echtparen in nood...”

De tegen het ochtendgloren steeds fantasierijker wordende legendes, vol verwijzingen naar vroegere mythes en sprookjes, verteld in een onnavolgbare stijl, maken dit boek tot een waarlijk leesavontuur. Wat ligt er nog meer van Tournier in de ramsj?