Die Fransen

HET HAD ZO MOOI kunnen zijn: vandaag uit protest tegen de voorgenomen Franse atoomproeven geen Nederlandse diplomaten bij de Parijse herdenkingsplechtigheden ter gelegenheid van de 14de juli en een indrukwekkend aantal francs in omloop, met de hulp van tienduizenden Nederlandse toeristen beplakt met stikkers met daarop een veroordeling van de Franse experimenten. De ansichtkaartenactie 'Ik ben woedend' richting Bondsrepubliek en de recente overwinning op Shell zouden erbij in het niet zijn verzonken. De politiek zou voortaan aan de publieke opinie en niet langer aan politici en diplomaten zijn geweest.

Maar het is anders gelopen. Misschien zijn toeristen niet de meest voor de hand liggende actievoerders. En de zo aardig op gang komende anti-Franse mediahype over Mururoa werd van de schermen geveegd door de tragedie in Srebrenica. Even dreigden de Fransen eerder deze week zich zelfs als redders van de Nederlandse blauwhelmen op te werpen, wat maar weer eens aantoont dat politiek meer moet zijn dan een jolige jacht op een massapsychologische eendagsvlieg.

De minister van buitenlandse zaken heeft te maken met dagelijkse en soms onverwachte verschuivingen in een gecompliceerd patroon van min of meer samenhangende vraagstukken waarin de waan van de dag gemakkelijk in botsing komt met de belangen op termijn. Zo is het opschorten van contact, waartoe Greenpeace had opgeroepen, wel zo ongeveer het laatste waartoe een gelouterde diplomaat overgaat, zelfs al is het maar bij wijze van demonstratie. Want wie men vandaag de handdruk weigert, kan morgen de belangrijkste bondgenoot zijn. Dat is zeker een klemmende overweging voor een land als Nederland dat het vooral van zijn overtuigingskracht en zijn gezond verstand moet hebben.

DE NEDERLANDSE politiek en diplomatie gaan toch al voorzichtig om met een Franse partner die de overtuiging koestert dat hier historisch nog al wat eigenheimers wonen. Nog op 25 oktober vorig jaar brachten premier Kok en minister Van Mierlo een soort verzoeningsbezoek aan president Mitterrand. De minister van buitenlandse zaken constateerde zelfs de overbrugging van “tientallen, misschien wel eeuwen afstand” - alsof Mitterrand zelf niet een kleurrijk en geslaagd staatsbezoek aan de Lage Landen had gebracht. Geleerde beschouwingen zijn de laatste tijd openbaar gemaakt waarin wordt aanbevolen de traditionele oriëntatie op 'de Angelsaksen' in te ruilen voor een hechte relatie met de as die wordt verondersteld Parijs en Bonn te verbinden. Bij een dergelijke omzichtige manoeuvre kunnen publieksacties, hoe sympathiek misschien ook, worden gemist.

Het 'paarse' kabinet heeft inmiddels moeten constateren dat vriendschapsbezoeken en goede wil alleen onvoldoende zijn om goede betrekkingen te onderhouden. Staten zijn geen vrienden van elkaar, hoe opzichtig de leiders elkaar ook omhelzen en op de schouders kloppen. Wel hebben staten soms parallel lopende belangen. Maar lang niet altijd. Zo koos Den Haag voor de Amerikaanse Apache-helikopter en niet voor de Franse Tigre. Zo handhaaft Nederland zijn drugsgedoogbeleid hoewel dat Noordfranse burgemeesters mateloos blijft irriteren. Dat Parijs geen tekens ziet van de beloofde nieuwe Nederlandse politiek, laat zich begrijpen.

DE FRANSEN ZELF hebben er geen moeite mee hun belangen door te drijven. Hun atoommacht is daarvan het zichtbaarste en in eigen land onomstreden symbool. Hoe omzichtig kanselier Kohl zijn tweede ontmoeting met president Chirac zou benutten om het Duitse ongenoegen over de Franse kernproeven onder woorden te brengen, trok deze week aller aandacht. Dat Chirac van zijn kant onverdroten zijn bondgenoten had verrast en gebruskeerd en vooral zijn nieuwe vriend Kohl thuis in het nauw had gebracht, wekte woede maar geen enkele verbazing.

Als het hun zo uitkomt lopen de Fransen dwars door alle muren. Chirac toont zich daarbij een drieste navolger van zijn voorbeeld De Gaulle. De kernproeven op een atol in de zuidelijke Stille Oceaan zijn niet het enige bewijs. Terwijl de Nederlandse blauwhelmen in Bosnië van alle kanten worden geprezen voor hun optreden in de afgelopen dagen, zei de Franse minister van buitenlandse zaken, Hervé de Charette, gisteren voor de televisie dat “zij (de blauwhelmen) tenslotte handlangers waren geworden van wat wij altijd hebben verworpen”. De bewindsman doelde vermoedelijk op de 'etnische zuivering' door de Serviërs. Voor alle duidelijkheid voegde hij eraan toe: “Er zijn dingen die een man van eer niet aanvaardt.” Inmiddels heeft Buitenlandse Zaken in Parijs laten weten dat de minister zich hiermee niet tot Nederland had gericht.

Vervolgens heeft Chirac persoonlijk en met een beroep op de 'solidariteit van het Westen' Frankrijks geallieerden uitgedaagd om binnen 48 uur nu maar eens ernst te maken met een afstraffing van de Bosnische Serviërs voor hun verovering van Srebrenica. Een eerdere Franse offerte was in de verschillende hoofdsteden en in het VN-hoofdkwartier in New York stilzwijgend terzijde gelegd.

VASTSTAAT DAT OP deze 14de juli de Frans-Nederlandse betrekkingen ondanks het initiatief van Kok en Van Mierlo vorig jaar niet in hun beste staat zijn. Een geruststelling is dat de Nederlandse regering niets te verwijten valt, een onontkoombaar feit dat beide mogendheden ondanks alles toch maar door een paar honderd kilometer worden gescheiden. Als er al geen aanleiding is voor een nieuw opbloeiende vriendschap dan toch altijd nog voor ouderwetse en onderkoelde zakelijkheid. Daarbij hoort dat Nederlandse diplomaten geen Franse recepties mijden en francs onbezoedeld blijven.