De Yangtze in China is ontembaar

SHIMA, 14 JULI. Op het moment dat de Chinese boer zijn varkens het dak ophees, zakte zijn huis in elkaar. Zo verloor hij alsnog alles, behalve zijn leven. Gelaten kijkt de boer naar een hoop stenen, bedekt met een laag modder: dat daar was zijn boerderij. Het water, dat die dag meer dan twee meter hoog stond, is alweer verdwenen, maar het heeft een chaos achtergelaten.

De stralend blauwe hemel doet nauwelijks vermoeden dat regen de oorzaak is geweest van de vernielingen in en rond Shima, een boerengemeenschap in de provincie Hunan in Midden-China. Begin deze maand verwoestte het water van de Yangtze- en de Yuanrivieren hier en in de omgeving honderden huizen. Door de aanhoudende regen zijn in heel China tot dusver 1,3 miljoen mensen dakloos geworden, waarvan een miljoen in Hunan. Daarbij kwamen volgens officiële gegevens bijna 1.200 mensen om het leven.

Zij die het hebben overleefd maar zonder woning zitten, wachten in zelfgemaakte tenten van bamboe en plastic het zakken van het water af. Zij hopen binnen afzienbare tijd terug te keren naar hun in aller ijl verlaten huizen. Veel reden tot hoop is er echter niet, want de meeste plattelanders in Hunan wonen, zoals zovelen in China, in barakken van steen en plaatwerk, die zonder zware regenval al bouwvallig zijn.

“In ieder geval had ik een dak boven mijn hoofd”, zegt een gedupeerde boer. Nu bivakkeert hij samen met honderden anderen boven op een smalle dijk, met aan de ene kant water en aan de andere kant modder. Als een rups van plastic kronkelt het tentenkamp over de rode aarden wal. Het grootste probleem op dit moment is de zon. Terwijl de stukken nylonzeil enige dagen geleden nog bescherming boden tegen de regen, versterken zij nu slechts de hitte.

Een van de boeren vertelt dat al vanaf mei aan de versteviging van de dijken werd gewerkt. Maar tegen de aanhoudende regen en de steeds sneller stromende Yuan viel niet op te spitten. Toen de rivier over de dijk begon te stromen vluchtten de mensen met hun dieren en huisraad naar de daken van hun krakkemikkige huizen in afwachting van hulp.

Maar anders dan de Chinese staatstelevisie de afgelopen dagen heeft beweerd, kwamen in Shima niet honderdduizenden burgers en soldaten van het Volksbevrijdingsleger te hulp om “schouder aan schouder met het volk de overlevenden te bevrijden”. In en rond Shima zaten sommigen meer dan vijftig uur gevangen op hun daken voordat ze met hulp van andere boeren naar veiliger plaatsen konden worden gebracht.

“Het herhaalt zich ieder jaar. En telkens lijkt het erger te worden, dat is geen toeval”, zegt een restauranthouder uit Shima. “Net zoals de zware beving in 1976 geen toeval was. In datzelfde jaar stierf partijvoorzitter Mao Zedong.” Volgens de restaurateur, wiens uitspraak een klassiek-Chinese denkwijze weerspiegelt, zijn de overstromingen een waarschuwingsteken dat Chinese politici slecht functioneren.

In Peking wordt daar anders over gedacht. Volgens het ministerie voor waterzaken zijn de overstromingen beheersbaar en kunnen ze zelfs worden voorkomen. Mits de juiste maatregelen worden genomen.

De afgelopen vier decennia zijn projecten uitgevoerd die de omvang van de overstromingen zeker hebben beperkt. Maar of een door de Chinese regering bejubeld miljardenproject - de bouw van China's grootste dam in de Yangtzerivier, de zogeheten Drie-Engtendam - veel effect zal hebben, wordt in binnen- en buitenland betwijfeld. Maar volgens de ontwerpers van de 185 meter hoge dam zullen de overstromingen in Hubei, ten noorden van Hunan, sterk worden teruggedrongen.

Volgens de critici zal het echter weinig uithalen, behalve dan dat een miljoen mensen zal moeten verhuizen, omdat aan de bovenloop van de dam een reservoir zal ontstaan met een lengte van 550 kilometer. “Toen de Gezhouba-dam [in de Yangtze] werd gebouwd, vertelde men hetzelfde verhaal, namelijk dat zij de overstromingen zou tegengaan”, aldus een watertechnologisch expert uit Hunan, die anoniem wil blijven. “Maar veel heeft het niet uitgehaald. Als een dergelijk grote dam bij zware regenval overeind wil blijven, dan zal veel water moeten worden geloosd. De Yangtze valt niet te temmen.”

Volgens het Chinese persbureau Nieuw China komen jaarlijks bij overstromingen gemiddeld drieduizend mensen om het leven. In 1954 eisten zij een record aantal doden van enkele miljoenen mensen. Tevens zou per jaar 42 procent van China's landbouwareaal getroffen worden door natuurrampen. En dit jaar hebben overstromingen volgens officiële gegevens al een economisch verlies van 4,4 miljard dollar veroorzaakt.

Naar verwachting nemen die verliescijfers nog behoorlijk toe, want stroomafwaarts is nog sprake van veel wateroverlast. De Chinese staatstelevisie heeft beelden getoond uit de provincies Hubei, Jiangxi en Anhui, waar op sommige plaatsen het water zo hoog stond dat alleen de toppen van telefoonpalen nog boven het water uitstaken.

Premier Li Peng riep deze week de slachtoffers van de overstromingen op voorlopig voor zichzelf te zorgen. In Shima volgen de boeren noodgedwongen het advies van hun premier op. Met grote pompen wordt het ondergelopen land drooggepompt en op de akkers probeert men te redden wat er te redden valt. De rijstoogst is goeddeels vernietigd en daarmee dient het volgende probleem zich al aan: hoe de winter door te komen.

De partijlijn is dat het leven binnen twee á drie maanden weer zijn normale loop zal hervatten, maar volgens de boeren in Shima, die vaker zijn getroffen door overstromingen, duurt het nog vijf tot zes jaar voordat de landbouwgrond weer volledig is hersteld en net zo vruchtbaar is als voor de overstromingen.

De watertechnologisch expert ter plaatse constateert bitter dat de Chinese overheid onvoldoende geld uittrekt voor de versteviging van de dijken. “Blijkbaar geven de autoriteiten eerder geld uit aan doodskisten dan aan het medicijn. De oplossing voor de overstromingen bestaat, maar dat kost nu eenmaal geld.”