De Sahara begint al voorbij Sevilla

CÁDIZ, 14 JULI. Achter de Pyreneeën, even voorbij Barcelona, begint Afrika. Dat was lange tijd het exotische imago van Spanje in de rest van Europa. De invoering van de democratie en het lidmaatschap van de Europese Gemeenschap hebben snel een einde gemaakt aan het beeld van een eeuwenlang isolement. Maar juist nu Spanje een vanzelfsprekend deel uitmaakt van Europa, lijkt de oude vergelijking meer dan ooit op te gaan. Na drie jaren van droogte begint de zuidelijke helft van het Iberisch schiereiland steeds meer trekjes te vertonen van de Sahara. Wie Sevilla passeert en afzakt richting Cádiz, rijdt langs een glooiend landschap van uitgedroogde, bruine akkers dat in weinig meer te onderscheiden is van Marokko, even verderop.

Deze week werd een aanvullende noodrantsoenering ingesteld voor het gebied rond de Guadalquivir, de belangrijkste waterader in het zuiden. Andalusische boeren zeggen dit jaar door de droogte al voor miljarden guldens verlies te hebben geleden. Daarbij zinkt het kleine, persoonlijke ongemak al snel in het niet, maar toch: de rantsoenering in het zuiden eist ook zijn tol in de particuliere huishoudens. Wie rond de baai van Cádiz een douche wil nemen, een was wil draaien of het toilet wil doortrekken doet er goed aan dit tussen negen uur 's avonds en zes uur 's ochtends te doen. Want overdag sluit het waterleidingbedrijf de kraan af en wie niet de luxe kent van een eigen put zal het dan zonder water moeten stellen.

Dat is een offer dat niet onderschat moet worden, zegt loco-burgemeester Enríque García Agulló van Cádiz. “Wij zijn een hygiënisch volk. Dus zijn we gewend drie maal per dag te douchen, bij voorkeur overdag.”

Het probleem van de droogte overvalt Spanje met bijbelse regelmaat: zeven natte jaren wisselen zeven jaren af waarin nauwelijks regen valt. Als het weer zich een beetje aan deze agenda houdt kunnen de circa driehonderdduizend bewoners rond de baai van Cádiz zich nog drie, vier jaar alleen maar in de avond douchen. Een onhoudbare zaak meent García, om nog maar te zwijgen over de problemen bij de landbouw en de industrie. Het toerisme heeft overigens geen centje pijn van de droogte, zo haast hij zich te verklaren. Hotels zijn uitgesloten van de rantsoenering, zodat de gasten de hele dag door naar hartelust hun toilet kunnen doorspoelen.

Het toerisme is belangrijk voor de door werkloosheid geteisterde zuidkust en dus weten bezoekers zich in een gepriviligeerde positie. Dat verloopt overigens niet altijd zonder problemen. Het stralend groene grasparket van een golfterrein bij het verderop gelegen stadje Marbella, te danken aan de overvloedige besproeiing, zette bij de lokale bevolking kwaad bloed. Ook de metershoge fontein bij de ingang viel verkeerd.

Vooral voor Cádiz is de waterschaarste frustrerend, zegt de loco-burgemeester. De havenstad ligt op een schiereiland en overal is wel een spoortje blauw te bespeuren van de Golf van Cádiz of de gelijknamige Baai. “Water in overvloed, overal om ons heen. Wat dat betreft lijkt het hier wel een beetje op Holland”, aldus García. Besloten is om van de nood een deugd te maken. In 1996 zal Cádiz zeewater drinken. Volgens de planning moet dan een van de drie ontziltingsinstallaties klaar zijn die in Andalusië gebouwd zullen worden. Het vakantie-eiland Mallorca krijgt eveneens een zoetwaterfabriek, die de grootste in Europa moet worden.

Daarmee is Spanje hard op weg om zich binnen Europa te ontwikkelen tot de specialist in het omzetten van zout in zoet water. Op de Canarische eilanden, ondermeer op het vulkanische Lanzarote, werken reeds een aantal ontziltingsinstallaties. Met de nieuwe fabrieken wil Spanje zich verder specialiseren in de techniek van osmose, waarbij het zout uit het water wordt gefilterd. Een fabriek vergt een investering van circa zeven miljard peseta (900 miljoen gulden), terwijl ontzilting ook een hoge energierekening oplevert. Europese subsidies moeten dan ook voor een belangrijk deel bijdragen aan de investeringen.

Niet iedereen is even enthousiast over de ontziltingsinstallatie. Zoals de Spaanse afdeling van de milieu-actiegroep Greenpeace. Met de vervuiling van de fabriek valt het wel mee: naast zoet water worden vooral zout-residuen geproduceerd, die zonder veel problemen in de oceaan zijn te lozen. Het is echter het hoge energieverbruik van de ontziltingstechniek dat milieubeschermers dwars zit. Zij zien liever dat Spanje wat zuiniger omspringt met zijn water.

Daar wordt aan gewerkt, verklaart de burgemeester. “Dat de kraan dicht gedraaid moet worden tijdens het inzepen van je handen, dat soort dingen”, zegt hij over de gemeentelijke publiciteitscampagne, waarvan zo op het eerste oog overigens weinig valt te bespeuren. Zuinigheid is geen prominente karaktertrek van de Andalusiërs; gevreesd moet worden dat de oproep weinig zoden aan de dijk zet. De waterbehoefte is nu eenmaal flink hoger dan vroeger en daar valt weinig aan te veranderen, meent García. In afwachting van de ontziltingsfabriek zal zijn stad van water worden voorzien uit de rivier de Ebro. Half augustus, wanneer de laatste reserves door de goot zijn gespoeld, wordt het water vanuit het noordelijke Catalonië aangevoerd. Ook hier profiteert Cadíz van zijn ligging: het water komt dan over zee, in grote olietankers.