Commandant eist medische hulp gewonden

DEN HAAG, 14 JULI. De commandant van de Nederlandse blauwhelmen in voormalig Joegoslavië, overste Karremans, weigert de basis Potocari te verlaten zolang er geen zekerheid is over het lot van 59 Bosnische burgers die bij de val van Srebrenica ernstig gewond raakten.

Deze slachtoffers verblijven al enkele dagen in het Nederlandse basiskamp. Karremans onderhandelt sinds eergisteren met een plaatselijke commandant van het Bosnisch Servische leger om alle gewonden in veiligheid te krijgen.

“Hij heeft ons laten weten pas weg te gaan als deze mensen worden overgebracht naar een ziekenhuis, bij voorkeur in Bosnisch gebied of onder de verantwoordelijkheid van het internationale Rode Kruis worden gebracht. In het uiterste geval wil hij toestemming om ze zelf mee te nemen”, zei kolonel Dedden vanmorgen op de dagelijkse 'briefing' van het ministerie van defensie. De commandant van Dutchbat 3 heeft zich de afgelopen dagen ingezet de gewonden de juiste medische behandeling te laten krijgen. De Bosnische Serviërs hebben tot nu toe geweigerd transporten door te laten naar Bosnisch gebied. Met veel moeite lukte het de Nederlanders gisteren om dertig slachtoffers onder te brengen in een medische post in Bratunac. Karremans liet deze groep begeleiden door een kolonel-arts van zijn bataljon.

Niet bekend

De defensiestaf geeft geen commentaar op de televisiebeelden die de Bosnische Serviërs gisteren beschikbaar stelden waarin was te zien hoe generaal Mladic de overste Karremans ervan beschuldigde opdracht te hebben gegeven om “op mijn mensen te schieten” en tevens had verzocht om luchtaanvallen door de NAVO. Daarop antwoordde Karremans in het Engels dat de dingen zo niet gaan: “Dat is een zaak van laag tot hoog, tot aan de VN in New York toe.” Voorhoeve had eerder reeds laten weten dat de Nederlandse commandant de moed had getoond op een NAVO-ingrijpen aan te dringen terwijl “dertig van zijn eigen mensen nog gevangen zaten”. De militaire staf in Nederland heeft de beelden gezien, maar heeft nog niet kunnen vaststellen of de Servische televisie de beelden correct heeft gemonteerd.

In Potocari verblijven nu 335 Nederlandse VN-militairen. De Bosnische Serviërs houden er nog eens 55 gevangen: 38 in Bratunac, 10 in Milici en 7 in een aantal voertuigen bij een observatiepost. Deze laatste groep was tot gisteren gegijzeld door Bosnische moslims. Bij de val van Srebrenica hebben de Bosnische Serviërs ook Nederlandse voertuigen en wapens buitgemaakt, alsmede een groot aantal persoonlijke bezittingen van de blauwhelmen.

De naar schatting 20.000 vluchtelingen bij het VN-basiskamp in Potocari zijn allen overgebracht naar andere plaatsen, onder meer naar Tuzla. Gisteravond tegen negen uur was de grootscheepse evacuatie met meer dan 120 bussen en een groot aantal vrachtwagens voltooid. Eerder op de dag was generaal Mladic, bevelhebber van het Bosnisch-Servische leger, teruggekeerd naar zijn hoofdkwartier in Pale. Volgens Voorhoeve heeft overste Karremans geprotesteerd tegen het wegvoeren door de Bosnische Serviërs van mannen boven de zestien ter ondervraging over mogelijke oorlogsmisdaden. Een aantal van hen kwam na de ondervraging terug bij het basiskamp. Volgens Voorhoeve is voor onderzoeken naar oorlogsmisdaden het Internationaal Gerechtshof in Den Haag beschikbaar.

Minister Pronk zegde gisteren 20 miljoen gulden extra toe voor humanitaire hulp aan de vluchtelingen. Het geld zal onder meer worden uitgegeven aan de evacuatie van zwaargewonden. Nederlandse ziekenhuizen zijn bereid gewonden op te vangen.