Brief aan een vriendenkring; Margaret Drabble beschrijft het leven van Angus Wilson

Margaret Drabble: Angus Wilson, A Biography. Uitg. Secker & Warburg, 714 blz. Prijs ƒ 63.-

Margaret Drabble heeft een te lange biografie van Angus Wilson geschreven, wat niemand zal verwonderen die haar romans heeft bijgehouden. Ongeveer de helft van het boek had genoeg kunnen zijn en meer indruk kunnen maken.

Nu moet de lezer die helft zelf opsporen tussen verslagen van reizen naar vele landen, diners met vele onbekende medegasten en soms verhalen over wat die andere mensen elders beleefd hadden. Tenslotte blijkt het ook in deze vorm toch een levensgeschiedenis om in gedachten te houden, dank zij de schrijfster, die haar onderwerp met zorg en begrip omringt en dank zij de persoonlijkheid van Wilson zelf.

Er zijn nogal wat Nederlanders die zich iets van zijn persoonlijkheid herinneren, want zijn reizen hebben hem vaak naar Nederland gevoerd. Hij was een drukke en zorgvuldige prater, zowel over wat hij aan ideeën meegebracht had als wat zijn publiek hem vroeg; hij zag er uit of hij altijd voorbestemd was geweest voor een prominente rol in de Engelse romanliteratuur.

In werkelijkheid was hij pas tegen zijn vijfendertigste gaan schrijven, korte verhalen eerst (The Wrong Set, 1949), later romans, Hemlock and After (1952), Anglo-Saxon Attitudes (1956) dat zijn bekendste gebleven is, en de rest. Voor en na de oorlog had hij een baantje gehad bij het British Museum; in de oorlog werkte hij in Bletchley, bij de sindsdien beroemd geworden ontcijferaars van Duitse geheime codes.

Een tijd lang genoten zijn boeken algemeen aanzien. Na 1970 werd hij minder geprezen, zonder dat hijzelf en zijn bewonderaars begrepen waar het in zat. Zijn verkoopcijfers waren behoorlijk geweest maar nooit genoeg om onbezorgd bij te leven, vandaar de reizen om overal lezingen te houden, in Amerika en Japan en andere landen. In 1963 kreeg hij een deeltijdbaan aan de nieuwe universiteit in Norwich en drie jaar later werd hij er professor; dat bracht wat op maar kostte veel tijd zodat schrijven moeilijker werd.

Terwijl hij een geanimeerd leven leidde als bekende Engelsman bleven zijn vooruitzichten onzeker. Zijn homoseksualiteit maakte het niet eenvoudiger. Wel had hij een vaste vriend in de persoon van Tony Garrett die tot het eind toe bij hem is gebleven, en hij werd niet bepaald lastiggevallen, maar hij had moeite met bepalen hoeveel openheid hij zich veroorloven kon. Misschien had hij zelfs meer last dan Margaret Drabble laat zien; zij kondigt vooraf aan dat zij details van het seksuele leven in overleg met Tony tot een minimum beperkt heeft.

In 1980 werd Wilson geridderd: Sir Angus. Dat was een eerbewijs, maar geld kwam er steeds minder (het pensioen van de universiteit bedroeg ongeveer 1000 gulden). Hij leed aan depressieve stemmingen, en in 1983 werden de eerste tekenen opgemerkt van de fysieke verzwakking die geleidelijk naar dementie voerde. In 1985 hadden Tony en hij genoeg van Engeland en verhuisden ze naar een flat in Saint-Rémy; en in 1989 kwamen ze terug. Wilson heeft zijn laatste jaren in een verzorgingshuis doorgebracht, tot zijn dood in 1991.

Tussen ongeduldige buien door, wanneer de tekst te veel op een brief aan een vriendenkring gaat lijken, wordt de lezer beurtelings opgewekt door de prestaties van Wilson en bedrukt door zijn lasten. Eentonige lektuur is Drabble's biografie niet, en al gaat het te vaak over onbekende vrienden, sommige van hen leren wij enigzins kennen, en enkelen kenden wij als Nederlandse lezers van vroeger. Dat geldt in het bijzonder voor Gerard Reve, vriend sinds 1952, oude vriend al bijna in 1962 bij zijn sensationele optreden op de literaire conferentie van het Edinburgh Festival, en nog steeds in het zicht in de laatste jaren toen hij een keer langskwam in Saint-Rémy.

Ik hoop dat iemand nog eens een vlugger, puntiger boek schrijft over Angus Wilson. Intussen is dit een overtuigende hommage. Toen hij niet alleen als professor maar als schrijver gepensioneerd leek tegen 1980 en later verdween naar Saint-Rémy kon de indruk ontstaan dat hij nooit de allure had gehad die wij hem toeschreven. Dat had hij wel; het is hier weer duidelijk te zien.