Wie te veel op straat speelt wordt een straatkind

Cemal Dalmis uit Rotterdam:

“Eigenlijk gaat al mijn tijd op aan voetbal. Ik train drie keer in de week en speel elke zaterdag een wedstrijd. Van mijn zakgeld koop ik voetbalplaatjes en voetbalboeken. Ik moet van mijn vader en moeder ook mee betalen aan mijn voetbalschoenen, want ik maak er wel drie per jaar op. Zo'n schoen kost tweehonderd gulden, dus dat is een beetje duur.

Ik voetbal al vijf jaar en ik word steeds beter. Nu speel ik als spits in de D2 van Excelsior in Rotterdam. En dit seizoen heb ik 22 doelpunten in 9 wedstrijden gescoord. Daarom mag ik volgend jaar waarschijnlijk in de C2 gaan voetballen. Daar voetballen alleen jongens die veel groter zijn dan ik.

Het liefst zou ik over een paar jaar zo goed zijn, dat ik heel vaak bij Studio Sport kom. Dan ging ik in het Nederlands elftal spelen en niet bij Turkije. Want het Nederlands elftal is rijker en daar verdien je meer. Bij wedstrijden ben ik wel altijd meer voor Turkije dan voor Nederland, omdat Turkije meer mijn echte eigen land is. Nederland is ook mijn land - omdat ik hier ben geboren - maar Turkije is dat meer. Zo voelt dat gewoon.

Mijn vrienden zijn bijna allemaal Nederlands. Vroeger toen ik nog niet voetbalde, speelde ik wel op straat met jongens van school of uit de buurt. Daar wonen veel Turkse jongens. Maar nu zijn de jongens uit mijn elftal mijn vrienden geworden, echt leuke jongens. Allemaal Nederlands - er speelt maar één andere Turkse jongen bij Excelsior.

Soms zijn jongens uit mijn klas jaloers op mij. Bijna elke jongen zit ook bij voetbal, maar ik ben beter. Soms als ik met gym scoor, zeggen ze dat ik geluk heb gehad, maar dan heb ik gewoon goed gespeeld. Ik ben in bijna alle sporten de beste van de klas, misschien vinden ze dat niet leuk.

Ajax is gewoon de allerbeste club van Nederland. Ze hebben de beste spelers en de mooiste voetbalkleren. De meeste jongens bij mij in de straat en op school zijn meer voor Feyenoord. Maar ik vind dat niks. Daar spelen alleen oude mannen van 35 en 40 jaar. Ze hebben wel ervaring, maar ze zijn niet meer zo snel.

Ik wil trouwens niet alleen profvoetballer worden. Eigenlijk wil ik dokter worden en dan voetballen als bijwerk. Volgend jaar ga ik eerst naar de HAVO en daarna naar het VWO. Ik ga naar de middelbare school in Hillegersberg en niet een hier in de buurt. Daar zitten te veel buitenlandse kinderen op en dan praat je alleen je eigen taal, dat is volgens mijn vader en mijn moeder niet goed voor je Nederlands.

Misschien heb ik volgend jaar minder tijd om te sporten, maar met voetbal stop ik nooit. Ik stop liever met tennissen en zwemmen. Van zwemmen kan ik ook niet veel meer leren, want ik heb 14 zwemdiploma's, alle zwemdiploma's die er zijn. Je hebt ook minder tijd om op straat te spelen als je in de brugklas zit. Maar dat doe ik toch al niet zoveel, alleen af en toe voetballen.

Als je te veel op straat speelt, word je een straatkind. Dan kom je 's middags niet thuis, maar pas om 11 of 12 uur 's nachts. Bij mij in de buurt wonen heel veel straatkinderen, die klieren en breken in bij kelders. Ik mag dat niet van mijn vader en moeder. Daarom moet ik ook op tijd naar bed, om 8 uur.

Dan droom ik bijna altijd dat ik bij Ajax speel en dat ik topscorer van de wereld ben. Elke bal die ik schiet gaat in het doel. Maar in het echt hoef ik niet de beste voetballer van de wereld te worden, hoor. Als ik maar zo beroemd word dat mensen mij herkennen op straat.''