Wegverlichting in natuur onderzocht

DEN HAAG, 13 JULI. Het ministerie van verkeer en waterstaat onderzoekt de effecten van verlichting van snelwegen in natuurgebieden. Daarbij wordt naast de uitwerking van verlichting op de verkeersveiligheid ook gelet op de de gevolgen voor energiegebruik en natuur en milieu. Dat zegt minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) naar aanleiding van vragen in de Tweede Kamer van de RPF-fractie.

Vorige maand schreven enkele natuurbeschermingsorganisaties een verontruste brief aan Rijkswaterstaat, naar aanleiding van de plaatsing van lichtmasten langs de A50 bij Wolfheze. De organisaties, waaronder Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, wezen onder andere op het verstorende effect van het licht op mens en dier, het grote energiegebruik en de ontsiering van het landschap.

Hoofdbezwaar van de organisaties was echter de ongewenste aantasting van de duisternis. Volgens de organisaties sterft duisternis als natuurverschijnsel in Nederland uit. Zij vrezen “Belgische toestanden”. De zuiderburen hebben hun rijkswegen namelijk ruimschoots voorzien van lichtmasten.

Jorritsma schrijft in haar antwoord dat op basis van de huidige kennis geen uitspraken gedaan kunnen worden over de effecten van verlichting op de natuur. De natuurorganisaties erkennen in hun brief ook dat kennis over dosis-effectrelaties in verband met wegverlichting nauwelijks voorhanden is. Jorritsma acht terughoudendheid bij de aanleg van wegverlichting in natuurgebieden echter noodzakelijk. In overleg met deskundigen zal zij daarom komen met aanbevelingen voor de toepassing van verlichting in gebieden die gevoelig zijn voor verstoringen door licht.

In de periode tot 1998 moet in totaal ruim 300 kilometer weg van verlichting worden voorzien. De kosten daarvan worden geraamd op 60 miljoen gulden. Ongeveer 20 procent daarvan loopt door een natuurgebied.