Vuilnisbakkenwolf

Scientific American, juli 1995. ISSN 0036-8733

Loont het de moeite om de rode wolf te redden? Die vraag is in de Verenigde Staten actueel. Voor het rode wolvenprogramma van de U.S. Fish and Wildlife Service moet de komende vijf jaar, inclusief veldstudies en fokstations, 4,5 miljoen dollar op tafel worden gelegd. Maar intussen heeft moleculair biologisch onderzoek aan het licht gebracht, dat het hier vermoedelijk niet om een echte diersoort gaat, maar om een soort 'vuilnisbakkenras'. De rode wolf (Canis rufus) zou ontstaan zijn uit bastaardering tussen de coyote (C. latrans) en de grijze wolf (C. lupus), of misschien een inmiddels uitgestorven ondersoort daarvan. Iedere hondenliefhebber weet, dat bastaardering binnen de familie der hondachtigen meer regel dan uitzondering is en bij de wilde broertjes is dat niet anders. Komt een bastaard - en een veedief op de koop toe - wel in aanmerking voor bescherming volgens de Endangered Species Act? Anderzijds bezitten de laatste in gevangenschap levende rode wolven ongetwijfeld allerlei unieke lichaamskenmerken en gedragseigenschappen, die in het wild niet meer te vinden zijn.

In het julinummer van de Scientific American komt de kwestie aan bod. Het verhaal ziet er, karakteristiek voor dit mooie blad, inspirerend uit. De rode wolf (Canis rufus) is paginabreed in beeld, vrij klein van stuk, met opvallend lange poten en een warme, kaneelkleurige vacht. Twee overzichtskaartjes maken zijn lot in een oogopslag duidelijk. In de achttiende en negentiende eeuw kwam de soort nog wijd verspreid voor in het zuidoosten van de VS, waar zijn verspreidingsgebied deels overlapte met dat van de wat westelijker wonende, kleinere coyote en de toen nog alom aanwezige grijze wolf. In de loop van de jaren zeventig van deze eeuw werd de rode wolf in het zuidoosten van de Verenigde Staten door jagers nagenoeg uitgeroeid. De U.S. Fish and Wildlife Service greep nog net op tijd in, de laatste wilde exemplaren werden gevangen en naar een fokstaton gebracht. Daar bleek, dat de meeste geen 'echte' rode wolven waren, maar bastaarden met de nauw verwante coyote. Met de veertien meest raszuivere rode wolven werd een fokprogramma opgezet en inmiddels paraderen er weer enkele honderden exemplaren achter de omheiningen van de verschillende wolvenkennels. De rode wolf is in de VS hèt voorbeeld geworden van een geslaagde campagne om een soort voor uitsterven te behoeden.

Maar is het wel een soort? Al in de vorige eeuw hadden John James Audubon en John Bachman in hun in 1851 verschenen klassieker 'Levendbarende Viervoeters van Noord-Amerika' moeite om de rode wolf als soort te onderscheiden. Bioloog Ronald Nowak voerde schedelonderzoek uit. Bij museummateriaal dat voor 1930 werd verzameld, onderscheidt de schedel van de rode wolf zich duidelijk van die van de (kleinere) coyote en de (grotere) grijze wolf. Ná 1930 verzamelde schedels van de rode wolf gingen steeds meer op die van de coyote lijken. Naarmate de rode wolven schaarser en zeldzamer werden, kozen de overgebleven exemplaren kennelijk steeds vaker een coyote als partner.

Volgens de jongste inzichten echter zeggen zulke schedelmetingen niet zoveel. Want als de rode wolf inderdaad een hybride is, kan dat heel goed kloppen met de waarneming dat zijn schedel een 'middelmaatje' vormt. Om het definitieve bewijs te leveren dat de rode wolf een echte soort is, begonnen twee biologen - de auteurs van het artikel in Scientific American - aan een gedetaileerde genetische analyse van voor elke diersoort kenmerkende stukjes kern-DNA , die uiteindelijk juist tot de slotsom leidde dat de rode wolf onomstotelijk een bastaard is. In een apart kadertje in het blad wordt glashelder uitgelegd hoe zo'n analyse precies in zijn werk gaat. Ook zijn er foto's uit de bontkluizen van de Smithsonian Institution, waar grote voorraden huiden worden bewaard van rode en grijze wolven en coyotes die al voor 1930 gestorven zijn. Genetische analyse van dit historische materiaal bevestigde de conclusie nogmaals. De huidige rode wolven in gevangenschap hebben nog min of meer dezelfde genetische eigenschappen als de dieren die vóór 1930 gestorven zijn. Men is er dus goed in geslaagd om de rode wolf in gevangenschap te laten voortbestaan, maar tegelijkertijd ontkomt men niet aan de constatering dat de rode wolf in 1930 ook al veel weg had van de coyote en dus ook in die tijd al aan bastaardering deed. Een echte aparte soort is het blijkbaar nooit geweest. Wel staat vast dat de rode wolf, als liefhebber van knaagdieren, konijnen en zelfs herten traditioneel een rol in het ecosysteem vervult die de kleinere coyote niet helemaal kan overnemen.

Om de dieren na herintroductie in het wild van verdere bastaardering te weerhouden verdient het aanbeveling om ze in vrij grote groepen los te laten. In het hele Amerikaanse zuidoosten komt de coyote algemeen voor. Om ze daar nu uit te gaan roeien omwille van de rode wolf zou wel erg onaardig zijn. In elk geval maakt het verhaal in Scientific American aannemelijk dat ook een vuilnisbakkenwolf recht heeft op een plaatsje onder de zon.

Verder in dit julinummer ondermeer een methode om valsemunters te ontmaskeren, een tot de verbeelding sprekende reportage over diepzeeonderzoek met minuscule onderzeeërtjes en onderwaterrobots om deze geheimzinnige wereld van 40 meter lange kwallen en vissen met ogen als schoteltjes te leren kennen, en een veelbelovende nieuwe techniek om diabetici in de toekomst te genezen door transplantatie van nieuwe alvleeskliercellen.