Voorhoeve; Minister van oorlog als een echo van Woodrow Wilson

DEN HAAG, 13 JULI. Opeens was Joris Voorhoeve geen minister van defensie meer, maar minister van oorlog. De minister van defensie, dat is de man van abstracte zaken zoals reorganisatie van de krijgsmacht, jaarlijks NAVO-overleg en de rol van de krijgsmacht in een veranderende wereld. De minister van oorlog is een andere. Dat is de man die in het crisiscentrum van zijn departement omringd door mensen met strepen en sterren op de mouw moet beslissen over mensenlevens.

Stoppen met luchtsteun of opnieuw de hulp inroepen van NAVO-toestellen, voor die vraag stond Joris Voorhoeve dinsdagmiddag. Het was nauwelijks een keuze. Een derde actie vanuit de lucht zou hebben betekend, aldus het 'terroristische' dreigement van de Bosnische Serviërs, dat 30 Nederlandse gevangen genomen militairen zouden worden doodgeschoten en het stadje Srebrenica platgebrand. Dus vroeg Voorhoeve de VN en de NAVO de acties te stoppen. “We hebben verloren”, zei hij enkele uren later voor de televisie. Het is lang geleden dat een Nederlandse minister van oorlog zich in dergelijke bewoordingen uitliet.

De Nederlandse militaire aanwezigheid in het voormalig Joegoslavië is voor Voorhoeve altijd een humanitaire aanwezigheid geweest. Keer op keer stond hij klaar om de sceptici te vertellen dat het zonder de aanwezigheid van de Verenigde Naties allemaal nog veel erger zou zijn geweest. De statistieken met de dalende lijn bij het aantal doden en gewonden waren zijn bewijsmateriaal voor de 'goede zaak'.

Het is de “authentieke betrokkenheid bij de humanitaire doeleinden van de Nederlandse presentie in Bosnië”, zoals het GPV-Kamerlid Van Middelkoop het twee weken geleden in een debat in de Tweede Kamer uitdrukte. In de opstelling van Voorhoeve herkende hij de aloude idealistische traditie van het Nederlandse buitenland-beleid. Sterker nog, wie goed had geluisterd naar de toespraak die Voorhoeve vorige maand in New York hield, hoorde daar “iets van de echo van de veertien-punten speech van Woodrow Wilson”, aldus Van Middelkoop.

Hij doelde daarmee op de idealistische toespraak van de Amerikaanse president waarin deze een lans brak voor een nieuwe wereldorde. In New York sprak toen in feite de ex-directeur van het Instituut voor Internationale betrekkingen Clingendael. Die in die hoedanigheid al in 1993 pleitte voor een militair optreden van de westerse gemeenschap in het voormalig Joegoslavië. Als minister van defensie kon hij daar vorig jaar uitvoering aan gaan geven.

De idealist Voorhoeve is deze week geconfronteerd met de rauwe werkelijkheid. “Er heeft zich vanmiddag een ramp van grote omvang voltrokken met vergaande consequenties”, sprak hij dinsdag op zijn persconferentie in Den Haag naar aanleiding van de gebeurtenissen in Srebrenica. Een ramp die volgens hem echter onafwendbaar was. “De manier waarop de Verenigde Naties uitvoering hebben gegeven aan de veilige gebieden, is altijd een verkeerde geweest. Het probleem met de Veiligheidsraad-resoluties waarin de veilige gebieden werden uitgeroepen was dat men wel zei dat het veilige gebieden waren, maar de internationale gemeenschap legde er niet de middelen naast om dat ook werkelijk realiteit te maken.”

De onmogelijke taak in Bosnië zo goed mogelijk vervullen is het Leitmotiv van Joris Voorhoeve sinds hij minister van defensie is. Vertrekken uit het wespennest dat vroeger Joegoslavië heette is er wat hem betreft dan ook niet bij. Dit in tegenstelling tot de opvatting van 'zijn' politiek leider, VVD-fractievoorzitter Bolkestein die het einde van de Nederlandse opdracht in Bosnië snel dichterbij ziet komen. Zoals Voorhoeve het twee weken geleden in de Tweede Kamer diplomatiek uitdrukte is Bolkestein op lange termijn pessimistisch over de ontwikkelingen in het voormalig Joegoslavië waar hijzelf altijd een optimistische toon hanteert in de overtuiging “met een buitengewoon belangrijke taak” bezig te zijn.

Een paar uur na de Servische overname van Srebrenica had Voorhoeve de groene helm al weer verruild voor de blauwe. Dat was toen het kabinet moest besluiten over de vraag: hoe nu verder? Ondanks de militaire nederlaag stond voor Voorhoeve vast dat de humanitaire taak onmiddellijk voortgezet diende te worden. Als het aan hem lag was er dan ook geen sprake van het terughalen van de Nederlandse militairen uit de onder de voet gelopen enclave. Dus blijven de Nederlandse blauwhelmen onder de op de vlucht geslagen Moslim-bevolking.

Alom was er bewondering en waardering voor het optreden van Voorhoeve. Althans in de politiek. Daar liggen dan ook de 'roots' van Voorhoeve. Vanmorgen was hij aanwezig op de militaire erebegraafplaats in Loenen bij de begrafenis van de afgelopen zaterdag doodgeschoten soldaat Van Renssen. Dat zal Voorhoeve ongetwijfeld hebben doen denken aan het andere forum waar hij zijn verhaal nog moet verdedigen. Dat zijn de familieleden van de Nederlandse militairen in Bosnie en niet te vergeten de militairen op zijn departement zelf. Zij hanteren andere maatstaven.