Vloeren kraken en faxen ratelen in Crisiscentrum

DEN HAAG, 13 JULI. Generaal H. van den Breemen kijkt geïrriteerd op. “Jongens, kan het even wat rústiger?”, roept hij vanaf de centrale tafel in het sober ingerichte zaaltje, diep onder het ministerie van defensie. Als het plotseling stil wordt, vervolgt de chef van de Defensiestaf zijn telefoongesprek. Het is druk in het Crisiscentrum van Defensie. Tien mannen - officieren, onderofficieren - en ander militair personeel zoeken hun weg in de smalle kamer. De vloeren kraken hinderlijk als zij naar telefoons, faxapparatuur en computers snellen. Twee televisies staan aan, één met teletekst pagina 101. Het andere toestel is op CNN afgestemd, maar geeft op dit moment niet meer informatie dan de namen van dure hotels in Zuidoost-Azië.

Zo'n vijftien meter onder de grond van het departement aan de Kalvermarkt in de Haagse binnenstad ligt het Crisiscentrum. Een complex dat is opgetrokken uit beton en staal. De lange, muf ruikende gangen leiden naar verschillende vergaderkamers en naar de slaapvertrekken. Naast de centrale vergaderkamer ligt het slaapvertrek waar minister Voorhoeve dinsdagnacht verbleef om direct op de hoogte te worden gesteld van de ontwikkelingen in de moslim-enclave Srebrenica, waar vierhonderd Nederlandse VN-militairen in het nauw werden gedreven door duizenden Bosnische Serviërs. Het cijfer 32 staat op de oranje deur. Op het bed, inmiddels netjes opgemaakt, ligt een blauwe slaapzak, twee telefoons staan op een schokvast bureau.

“We kunnen ons hier redden in oorlogstijd”, zegt kolonel P.P. Metzelaar, hoofd van het centrum. “Ook als er een nucleair conflict uitbreekt.” Op de vraag hoe en hoe lang de Defensietop en de leden van het kabinet dat kunnen, glimlacht hij minzaam. “We kunnen ons hier redden.” De bewoners van de bunker zijn beveiligd zijn tegen bommen, gifgassen en straling.

De minister is na de ochtendbriefing met de Defensiestaf vertrokken. Hij spoedt zich op weg naar Loenen om de begrafenis bij te wonen van de Nederlandse VN-militair Raviv van Renssen die in Srebrenica werd doodgeschoten door moslimstrijders. Op de stafkaarten in de vergaderkamer, waar eerder deze week de ministerraad bijeenkwam voor spoedoverleg, staan de oude posities van de Nederlandse blauwhelmen nog aangegeven.

Het is een komen en gaan van hoog defensiepersoneel in de bunker, waar de muren een meter, en de deuren een halve meter dik zijn. Het centrum, voorheen 'Defensie Noodzetel' geheten, werd tijdens de Golfoorlog in gebruik genomen. In oorlogstijd worden vanhieruit de troepen geleid. Ook de gezamenlijke commissie buitenlandse zaken en defensie van de Tweede Kamer werd er woensdagochtend vertrouwelijk ingelicht.

Pag.4: 'Je moet ze niet onnodig lastigvallen'

Defensie heeft verschillende keren per dag telefonisch contact met de commandant van Dutchbat, overste Karremans. Metzelaar: “Maar je moet ze niet onnodig lastig vallen. Als we contact willen met Dutchbat vragen we Karremans hierheen te bellen. Dan heb je een betere verbinding.” Voorhoeve heeft, toen de Nederlanders in de nacht van maandag op dinsdag tot terugtrekking werden gedwongen, gesproken met Karremans. “Contact leggen lukt niet altijd, zeker niet toen ze overwegend ondergronds zaten tijdens de inname van Srebrenica.” Maar ook in het situatiecentrum van de Koninklijke Landmacht - SITCEN-KL in Defensietaal - in de Julianakazerne in Den Haag kan verbinding worden gemaakt met de Nederlanders.

Het verzamelen van informatie is het voornaamste werk in het inlichtingencentrum, zegt Metzelaar. Kranten worden uitgespit, telexen worden permanent bewaakt. “Er komt zo verschrikkelijk veel informatie binnen. Het moet allemaal worden geselecteerd.” Voor snelle politieke reacties hebben minister Voorhoeve en zijn Defensiestaf directe, beveiligde lijnen met de Nederlandse vertegenwoordiging bij de NAVO en bij de Verenigde Naties in New York. Verder staan telefoon- en faxlijnen open voor contacten met de VN-hoofdkwartieren in Sarajevo en Zagreb.

Behalve het hoofd van het centrum zelf en zijn twintig stafleden zijn generaal H. van den Breemen, sous-chef operaties van de luchtmacht C. Hildrink meer beneden dan boven de grond te vinden. Zij worden ondersteund door zeven dienstploegen en slapen in een van de vele slaapvertrekken waar minder dan tien centimeter licht zit tussen de stapelbedden. “Sorry”, mompelt Metzelaar als zijn oog plotseling valt op een teen die niet bedekt is door dekens. De kolonel knipt snel het licht uit.