Utrecht verplicht cursus inburgeren

UTRECHT, 13 JULI. De gemeente Utrecht wil buitenlandse nieuwkomers en vluchtelingen vanaf 1 januari verplichten een inburgeringsprogramma te volgen. Daarbij zal niet alleen Nederlandse les, maar ook een oriëntatie op de arbeidsmarkt worden geboden. Bij weigering kan worden gekort op de uitkering. De gemeente verwacht dat volgend jaar ongeveer 1.500 nieuwe immigranten voor dit programma in aanmerking komen.

Er zijn momenteel al 260 gemeenten in Nederland die een inburgeringscursus voorschrijven op straffe van sancties of met uitzicht op een beloning. In Rotterdam bijvoorbeeld krijgen nieuwkomers geen uitkering als ze geen inburgeringscursus volgen.

Het rijk is met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten overeengekomen dat met ingang van volgend jaar voor een inburgeringscursus per deelnemer een bedrag van 10.200 gulden beschikbaar is. Daarbij is uitgegaan van 500 uur onderwijs. De gemeente Utrecht vindt dit te beperkt en verhoogt het aantal uren onderwijs tot 900 uur omdat daarmee betere aansluiting op de arbeidsmarkt kan worden gegarandeerd.

De verplichting tot het volgen van een inburgeringscursus geldt ook voor de partner van de migrant en volwassen gezinsleden. Voor nieuwkomers die niet afhankelijk zijn van een uitkering, zoals bijvoorbeeld gezinsherenigers, overweegt het gemeentebestuur stimulerende maatregelen als reiskostenvergoedingen of een vergoeding voor kinderopvang. De inburgeringsplicht geldt voor mensen uit Oost-Europa, Marokko, Turkije, Suriname, Nederlandse Antillen, Aruba en de overige Derde-wereldlanden.

Volgens de gemeente Utrecht is de arbeidsoriëntatie onmisbaar. Weliswaar volgen buitenlanders nu vaak met redelijk succes taallessen (in Utrecht staan 2.000 mensen op een wachtlijst), maar ze slagen er nauwelijks in een baan te vinden. Ook de bezuinigingen op de arbeidsvoorziening vormen een belemmering.

Om arbeidsplaatsen voor de doelgroep te creëren, overweegt Utrecht een aantal Melkert-banen beschikbaar te stellen. Met het rijk heeft nog overleg plaats over de mogelijkheid van 'regelvrije zones' of vrijstellingen (concessies) voor bedrijven die ingeburgerde migranten werk aanbieden. Wethouder P. van der Linden (welzijn) onderstreepte dat dergelijke bedrijven in geen geval werk beneden het wettelijk minimumloon mogen aanbieden.