Rustig feest in Ulster, met kogels, knokken en kapingen

BELFAST, 13 JULI. “Een rustige 12 juli-viering.” “Een feestdag zonder grote incidenten.” Zo spraken opgeluchte stadsbestuurders en politie-officieren in de Noordierse hoofdstad Belfast vannacht over de eerste 12 juli-festiviteiten sinds het staakt-het-vuren.

De politie hoefde alleen maar met plastic kogels te schieten om zich een woedende menigte van katholieken demonstranten van het lijf te houden. Vier huizen werden in brand gestoken. Het bustransport in West-Belfast moest worden gestaakt omdat een groot deel van de bussen gekaapt was. Het treinverkeer tussen Belfast en Dublin lag stil wegens een bommelding. En de katholieke buurt in de omgeving van de Ormeaustraat werd door honderden politieagenten in gevechtstenue hermetisch afgesloten om te voorkomen dat de doortocht van een protestantse parade in gevechten zou ontaarden. Niet meer dan kleine incidenten. In een stad waar vijfentwintig jaar lang de bomexplosies en de geweerschoten hebben geklonken is alle geweld relatief.

Naar schatting 600.000 protestanten vierden gisteren met optochten op achttien plaatsen in Noord-Ierland dat koning Willem III van Oranje in 1690 de katholieke Jacobus II bij de Slag aan de Boyne heeft verslagen. Dat is een feest waarmee ze hun aanhankelijkheid aan het protestantse geloof en de Britse kroon betuigen. Ze wapperen met het rood-wit-blauw en oranje. Ze hullen zich in de Union Jack, het Britse vaandel. Dragen Union Jackhoedjes, Union Jack-bh's en Union Jack-brillen. Door geen enkele bevolkingsgroep in Groot-Brittannië wordt de Britse vlag zo gekoesterd als door de protestantse Ulsterman.

Voor veel protestanten is de 12 juli-viering een soort carnaval in de zomer. Met vrienden, familie en bekenden bivakkeren ze de godganse dag langs de route die de Oranje Loges, een kruising tussn gildebroeders en vrijmetselaars, volgen. Ze nestelen zich in hun plastic campingstoelen, doen regelmatig een greep in de plastic zakken vol blikjes bier en deinen mee met de muziekbands die komen langsparaderen. Volksvrouwen hitsen als Mutter Courage de bonkige kerels die de oorlogstrom dragen tot grotere slagkracht op.

Veel katholieken ervaren de optochten als kwetsend, intimiderend en agressief. Daarom hadden de wijkbewoners in de omgeving van de Ormeaustraat met een sit-down-staking tegen de doortocht van de Ballynafeigh Loge willen protesteren. Maar gistermorgen rond zessen ontdekten ze opeens dat ze in hun eigen straten opgesloten zaten. Alle toegangswegen naar de Ormeaustraat waren geblokkeerd door grijze Landrovers en gewapende politiemensen. Ze konden niet eens brood en melk halen. Toen de protestantse optocht uiteindelijk door hun wijk trok, luchtten ze woede door met vuilnisemmers en pandeksels op het asfalt te slaan.

De Ierse regering diende onmiddellijk een klacht over het “onnodig grievend en gewelddadig optreden” van de politie. Misschien was dat de reden dat de Oranje Loge gisteravond bij terugkomst niet door, maar langs de katholieke wijk werd geleid. Bij een botsing tussen katholieke demonstranten en politie raakten toch weer vier mensen gewond. In Belfast geldt dat als een onbelangrijk incident.

    • Dick Wittenberg