Ronselen; Deportaties zonder logica in Belgrado

BELGRADO, 13 JULI. In het kantoortje van de SOS-lijn staat de telefoon roodgloeiend. Uit heel Servië komen de bange telefoontjes. Mannen die door de politie zijn opgepakt en naar de frontlijn in Bosnië en Kroatië worden gedeporteerd. Vrouwen vertellen hoe hun mannen 's nachts rond vier uur van hun bed worden gelicht. Oude mannen van over de zestig soms en ook jongens van zestien. Geen uitleg, geen huiszoekings- of arrestatiebevel. In hun pyama of onderbroek worden ze door de Servische politie meegenomen en hardhandig bijeen gedreven in brandweer- en politiekazernes. Bussen van Joegoslavische transportbedrijven wachten voor de poorten en vervoeren hen zo snel mogelijk naar de verre fronten.

“Ze mogen geen contact opnemen met hun familie”, vertelt de jonge advocate die als vrijwilligster de SOS-lijn van de Joegoslavische vredesbeweging beantwoordt. “De vrouwen weten niet waar hun mannen en hun zoons zijn gebleven. Maar de meesten worden door de Kroatische en de Bosnische Serviërs als schietschijf in de eerste linies gebruikt, zo hebben ooggetuigen bevestigd. De mannen worden als deserteurs behandeld en blootgesteld aan verschillende vormen van zowel geestelijke als lichamelijke mishandeling.”

De razzia's in Servië begonnen op 11 juni. Officieel erkende vluchtelingen, afkomstig uit de Servische delen van Kroatië werden bij tientallen opgepakt en naar de oorlogsgebieden in Kroatië gereden. “Bij de grens dwongen de Servische autoriteiten hen een verklaring te ondertekenen dat ze vrijwillig deelnamen aan het leger van de 'Servische Republiek Krajina',” vertelt Biljana Kovacevic, bestuurslid van de mensenrechtenorganisatie Helsinki Watch in het vervallen gebouw van de organisatie in het centrum van Belgrado. Kovacevic noemt de deportaties 'volstrekt illegaal', en in tegenspraak met alle vluchtelingenverdragen en ook met de grondwet van Servië zelf. “Geen enkele natie heeft het recht om zijn eigen inwoners te recruteren voor militaire deelname aan een vreemde legermacht”, stelt Kovacevic. Protesten van de mensenrechtenorganisatie, en van het hoofdkantoor van de VN-vluchtelingenorganisatie in Genève haalden echter niets uit. Het Servische regime ontkent simpelweg dat de deportaties plaatshebben. Er zou slechts sprake zijn van een “georganiseerde persoonscontrole”, zoals de Servische minister van binnenlandse zaken vorige week zei.

Nu de Servische aanvallen in Bosnië escaleren neemt ook in Servië de angst en de spanning toe. Al sinds maanden dringt de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic er bij Milosevic op aan vluchtelingen terug te sturen naar Bosnië. De Bosnische Serviërs kampen met een schrijnend tekort aan manschappen op de frontlinies. In de Servische ijver om Karadzic in zijn nieuwe offensief terwille te zijn blijken nu niet alleen vluchtelingen uit Kroatië en Bosnië, maar ook Servische staatsburgers door de politie van Milosevic op transport te worden gesteld. “Iedereen die ook maar iets met Bosnië of Kroatië te maken heeft gehad dreigt op dit moment afgevoerd te worden”, stelt Kovacevic. Helsinki Watch documenteerde bijvoorbeeld het geval van een gepensioneerde Servische militair die twintig jaar geleden in dienst van het oude Joegoslavische leger in de Kroatische stad Petrinja was gelegerd. Zijn twee zoons werden in Petrinja geboren, waarna het gezin weer naar Servië verhuisde. Niet alleen de zoons, maar ook de oude man werden 's nachts uit hun huis gehaald. Zo stapelen de voorbeelden zich op: de in Belgrado geboren jongeman die in Sarajevo kunstgeschiedenis studeerde, de Amerikaan die zijn familie in Servië komt opzoeken maar in Knin blijkt te zijn geboren.

“De situatie is hopeloos”, verzucht de advocate bij haar rinkelende SOS-lijn. “We kunnen geen enkele logica in de deportaties ontdekken.” Volgens haar worden er dagelijks twee- tot driehonderd mannen gedeporteerd. Maar na meer dan een maand, en rond de dertig telefoontjes per dag, heeft ze nog steeds geen inzicht in de vraag wie waarom op welk moment wordt opgepakt. “Doe de deur niet open”, adviseert ze een beller. “Natuurlijk trappen ze hem ook in. U heeft in deze situatie geen garantie. Ik adviseer u om onder te duiken.”

Op de gang wacht een vrouw. Trots, rechtop, maar met grote bange ogen. Vier weken geleden werd haar man gearresteerd. Zomaar, op het plein voor het parlement waar hij met zijn zwager wandelde. “Als mijn broer niet was vrijgelaten had ik nooit geweten wat er met mijn man was gebeurd”, vertelt ze terwijl ze met haar nagel de plooien in haar rok strijkt. De vrouw stapte onmiddellijk op de bus en ging op zoek na haar man in de Krajina. Uiteindelijk wist ze hem te vinden: in een van de drie barakken bij het Plitvicefront waar ongeveer tweehonderd gedeporteerde Serviërs worden vast gehouden. “Er waren jongens van 16 jaar en bejaarden. De meesten hadden nog nooit hadden gevochten. Ik zag een invalide jongen op de betonnen vloer. De meeste mannen leken me ondervoed. Ze vroegen om water en iets te eten”, vertelt ze. Vies, uitgeput en totaal wanhopig. Zo trof ze ook haar echtgenoot aan. “Terwijl hij toch ervaring heeft: in het eerste jaar van de oorlog heeft hij als vrijwilliger gevochten. Nu wordt hij behandeld als een krijgsgevangene. Zijn paspoort is hem afgenomen.”

Niemand weet hoelang de deportaties nog voortduren. Geen van de getroffen vrouwen weet ook of hun mannen ooit nog terugkomen. Volgens Helsinki Watch hebben de 'kidnaps' iets te maken met de nieuwe wet op het staatsburgerschap die in Servië in voorbereiding is. “Als 'Servische broeders' werden de vluchtelingen drie jaar geleden het land binnengehaald. Nu zijn ze de 'bergmensen' die op de economie drukken en met hun oorlog in Bosnië en Kroatië de sancties tegen Servie hebben voortgebracht.”

Met het opgeven van het Groot-Servische ideaal door Milosevic is ook de bevolking de Servische Bosniërs en Kroaten gaan zien als een vreemd, zo niet vijandig volk. De drie meisjes die op het terras op de Knez Mihajlova aan hun colaatjes zuigen halen geïrriteerd hun schouders op. Natuurlijk hebben ze van de deportaties gehoord. Het lijkt hun wel rechtvaardig zo. “Die mensen horen niet in ons land”, zegt de meest blonde en opgemaakte. Het is voor hen of de oorlog in Bosnië in een ander werelddeel is. De nieuwe gevechten, de val van Srebrenica, ach ze volgen het al twee jaar niet meer. “Wij kijken MTV. Met Bosnië hebben we niets te maken. De 'Servische Republiek' zorgt er alleen maar voor dat de sancties tegen ons blijven aanhouden.”

Zo sluit de kring van het nationalisme zich steeds nauwer. Servische vluchtelingen worden teruggestuurd, evenals Servische staatsburgers met een Kroatische of Bosnische 'smet' op hun verleden. In de nieuwe wet kunnen alleen die inwoners aanspraak maken op het Servisch staatsburgerschap die voor 1992 niet alleen de Servische nationaliteit, maar ook residentie hadden in een van de gebieden van het huidige Joegoslavië. “De definitie van het Serviërschap wordt dus steeds enger”, zegt Biljana Kovacevic met een glimlach. “Straks blijft er nog maar eentje over.”