Reclamekaravaan vooral geïnteresseerd in de vrouw

ALPE D'HUEZ, 13 JULI. Als de reclamekaravaan van de Tour de France door de straten van Alpe d'Huez trekt, schudt een bejaarde toeschouwer teleurgesteld het hoofd. Was dit nu alles? “Vroeger was de stoet een ware lust voor het oog”, herinnert hij zich. Hij heeft nog foto's van vóór de oorlog. Toen liep alles en iedereen uit om de bonte optocht te zien. Circusclowns vertoonden hun acts op de langzaam tuffende vrachtauto's. En na de bevrijding was Yvette Horner een decennium lang een grote attractie. Vastgebonden op het dak van een camion speelde de populaire accordeoniste haar deuntjes, terwijl de mensen langs de weg enthousiast meedeinden.

In de jaren zestig en zeventig was de caravane publicitaire met name boeiend voor de liefhebbers van spektakel. Om de aandacht van de ongeduldig wachtende wielerfans te trekken - de karavaan rijdt circa een uur voor de renners uit - zochten de sponsors naar onnavolgbare stunts. In België oogstte een waaghals een keer veel applaus, door een sportauto op twéé wielen door de bochten van het parkoers te sturen. Veel bekender zijn de zogeheten Michelin-mannen, een lange rij van in plastic verpakte motorrijders, die regelmatig op het zadel gingen staan om te zwaaien naar de ademloze kijkers.

Anno 1995 mogen dergelijke grappen niet meer. Hervé Adnal, adjunct-directeur van de reclame-karavaan, zegt dat zulks het gevolg is van de hogere veiligheidseisen van de Tourdirectie. “Er gebeurden ongelukken, die het imago van de Tour schaadden”, verduidelijkt hij. Adnal geeft toe dat de caravane publicitaire daardoor wel wat saaier is geworden. “Maar de belangstelling van het volk is nog steeds groot. Ik durf zelfs te beweren dat het merendeel van de mensen langs de weg voor de karavaan komt. Dat is ook geen wonder, want het passeren van de stoet duurt een minuut of twintig. De renners zijn in twee, hoogstens drie minuten voorbij.”

Henri Desgrange, de stichter van de Tour, creëerde in 1930 de reclamekaravaan, in het jaar dat hij ook de landenploegen invoerde. Desgrange rook geld. Het principe was simpel: wie tegen betaling reclame wilde maken, mocht zich opstellen in de stoet voertuigen die de renners elke dag vooraf ging. De Société du Tour de France, een besloten vennootschap, is altijd zwijgzaam geweest over zijn inkomsten en uitgaven. Toch bestaan er cijfers over de opbrengsten uit de reclamekaravaan. In het boek Vreugde en verdriet in de Tour staat geschreven dat deelneming van één auto in 1973 20.000 francs (bijna 7.000 gulden) kostte, voor een bestelwagen moest 5.000 francs méér worden betaald. Voor een kleine vrachtwagen rekenden de Tourbazen 30.000 francs en een grote camion kostte nog 10.000 francs méér.

Onderzoek heeft uitgewezen dat ieder jaar miljoenen mensen langs de Franse wegen staan om zich te vergapen aan het Tourcircus. “Reclamemaken via de karavaan is dus nog steeds bijzonder interessant”, oordeelt Tourmedewerker Adnal. De directeur-adjoint zegt niet te weten hoe hoog de tarieven precies zijn, “maar er zijn thans gemiddeld 210 voertuigen in koers. Dat zijn er méér dan verleden jaar.” Desondanks bestaat de indruk dat de belangstelling voor de niet meer zo kleurrijke reclamestoet afneemt. Een vertegenwoordiger van een van de deelnemende bedrijven beaamt dat ook. “Meedoen is peperduur. Reken maar na, wil je meetellen, dan heb je minimaal drie auto's nodig. En een crew van een man of zes, voor wie je ruim drie weken hotels en maaltijden moet betalen. Je dient bovendien allerlei presentjes aan te schaffen om aan het publiek uit te delen. En je moet mooie meiden inhuren om dat te doen. Er zijn steeds meer firma's die voor een tv-spot kiezen tijdens de Tour.”

Maar bij het concern Poulain, al decennia lang vaste klant in de karavaan, is men veel positiever. De chocoladefabrikant, wiens naam ook schittert op de gele trui, wil koste wat kost aanwezig zijn in de bonte rij voertuigen. Het bedrijf weet te melden dat er in juli vijftien miljoen toeschouwers zijn bij de Tour, van wie 45,6 procent mannen, 27,7 procent kinderen en 26,7 procent vrouwen. Vooral op die laatste groep heeft Poulain het gemunt, bekent een medewerker van de onderneming. “Vrouwen houden van zoet, maar wat nog belangrijker is: zij plegen de inkopen te doen.”