Periode uitzendwerk mag langer; Schoolverlater moet elke baan slikken

DEN HAAG, 13 JULI. Werkloze schoolverlaters moeten met ingang van volgend jaar iedere baan accepteren die beschikbaar is. Als academici werkloos worden, moeten zij ook solliciteren naar banen op HBO-niveau. Dit blijkt uit een adviesvraag over nieuwe regels voor passende arbeid van minister Melkert en staatssecretaris Linschoten (sociale zaken en werkgelegenheid) aan werkgevers, werknemers en de uitvoeringsorganisaties sociale zekerheid.

Mensen met een werkloosheidsuitkering zijn verplicht naar passend werk te zoeken en te aanvaarden. Het moet dan gaan om werk dat wat betreft aard en niveau passend is. Op dit moment geldt de regel dat iedereen die werkloos wordt eerst een half jaar op zijn eigen opleidings- en ervaringsniveau naar ander werk mag zoeken. Daarna moet men ook solliciteren op een lager niveau.

Het kabinet vindt dat de beschermende werking van deze regeling voor schoolverlaters en academici te groot is. Door de lange periode waarin uitsluitend werk op het eigen niveau mag worden gezocht, kunnen kansen op ander werk verloren gaan. Daarom wil het kabinet dat voor schoolverlaters, die immers nog geen arbeidsverleden hebben opgebouwd, voortaan alle arbeid als passend wordt beschouwd. Verder vindt het kabinet dat academici met enige werkervaring de kans op het vinden van werk op HBO-niveau direct moeten benutten, zeker omdat doorgroei naar het eigen, academische niveau vanuit een functie op HBO-niveau goed mogelijk is.

Uitzendkrachten mogen tegenwoordig een jaar lang bij dezelfde werkgever werkzaamheden verrichten. Hoewel de maximale wettelijke termijn van zes maanden nog niet is afgeschafd, voeren het Centraal Bureau van de Arbeidsvoorziening (CBA) en de Inspectiedienst van het ministerie van sociale zaken al geruime tijd een gedoogbeleid.

Dat heeft een woordvoerder van het CBA vanmorgen bevestigd. Met het besluit om de maximale periode voor uitzendwerk stilzwijgend te verdubbelen, anticipeert het CBA op de verwachte afschaffing van het vergunningenstelsel voor uitzendwerk. Minister Melkert (sociale zaken) heeft laten weten na de zomer hierover een definitieve beslissing te willen nemen. Zijn voorganger De Vries kondigde twee jaar geleden al aan dat het vergunningenstelsel op de helling zou gaan. De uitzendbureaus zijn vorige week door de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) op de hoogte gebracht van het gedoogbeleid.

De beslissing van het CBA om op verzoek de langere uitzendperiode te gedogen, lijkt verrassend. Binnen het CBA, waarin de overheid samen met werkgevers- en werknemersorganisaties zitting heeft, hebben de vakbonden zich de afgelopen jaren fel verzet tegen het oprekken van de maximale uitzendduur. Vorige week pleitte de FNV nog publiekelijk voor handhaving van de halfjaar-termijn. Vanmorgen bleek echter dat het CBA al vorig jaar heeft besloten om verlenging van de termijn te gedogen.

Volgens FNV-medewerker S. van der Pol blijft de FNV bij zijn standpunt. “Maar die brief van De Vries hangt boven de markt. Daardoor zijn we in feite gedwongen tot een soort gedoogbeleid te komen”, aldus Van der Pol. Dat de ABU de leden nu heeft ingelicht over het gedoogbeleid hangt volgens hem samen met het feit dat men druk probeert uit te oefenen op de minister.

Bij de ABU zegt men de leden op de hoogte te hebben gesteld omdat er een situatie van oneigenlijke concurrentie dreigde te ontstaan.