Nieuw voorstel beurzen

DEN HAAG, 13 JULI. Minister Ritzen (onderwijs) heeft het wetsvoorstel voor invoering van de prestatiebeurs dat vorige maand met één stem verschil in de Eerste Kamer werd verworpen, opnieuw ingediend.

Wegens de verwerping door de senaat moet het voorstel het gehele wetgevingstraject opnieuw doorlopen. Het kabinet ging gisteren akkoord met Ritzens nieuwe voorstel, dat hij nu naar de Raad van State heeft gestuurd. Het voorstel is nauwelijks gewijzigd. Na eventuele verwerking van de kritiek van de Raad van State zal het voorstel naar de Tweede Kamer gaan.

De beoogde datum van invoering van de prestatiebeurs is nu 1 september 1996. Het voorstel houdt in dat het recht op een beurs wordt beperkt tot vier jaar en het volledige beursbedrag moet worden terugbetaald als de student niet binnen zes jaar zijn diploma heeft gehaald. De belangrijkste kritiek van de Eerste Kamer betrof de gehaaste invoering van de prestatiebeurs, die Ritzen al komend studiejaar had willen laten ingaan. De haast was ook het belangrijkste kritiekpunt van de Raad van State, in de vorige wetgevingsronde van het voorstel. Volgens de studentenorganisaties ISO en LSVb bedreigt het voorstel de toegankelijkheid van het hoger onderwijs, door het verhoogde risico op forse studieschulden.

Een tweede wetsvoorstel, dat de afschaffing beoogt van de kinderbijslag voor studenten van achttien jaar en ouder die geen recht hebben op studiefinanciering, wordt eveneens zo snel mogelijk weer bij de Tweede Kamer ingediend. Het maakt geen onderdeel meer uit van het wetsvoorstel voor de prestatiebeurs, zoals eerder het geval was. Die maatregel moet op 1 januari 1996 ingaan, drie maanden later dan eerder de bedoeling was. Als die datum wordt gehaald, scheelt dat het kabinet volgend jaar ruim honderd miljoen gulden.