Nederland moet zijn blauwhelmen terugtrekken

Volledige terugtrekking van de VN-troepen uit de oorlog in Bosnië zou erg zijn, maar vergroting van de militaire inzet pakt zo mogelijk nog ongunstiger uit, vindt Vinko Prizmic. Hij bepleit eenzijdige Nederlandse terugtrekking, bij wijze van protest tegen de prestigestrijd van de grote mogendheden.

Als de zee een stukje van Normandië ondergraaft en laat verdwijnen, dan is niet alleen een stukje van Normandië weg, maar ook een stukje van Frankrijk, van Europa, van de wereld. Daarom, als je de klokken hoort luiden, vraag niet voor wie ze luiden, ze luiden voor jou.

In de zomer van 1990 keken we allemaal trots naar de televisiebeelden van een indrukwekkende zee-, lucht- en landmacht. Wij, de beschaafde Westerse wereld, kwamen op voor een klein land, voor een klein volk, dat door een enge dictator werd aangevallen. En we boekten een glansrijke overwinning. De derde oliecrisis was afgewend.

In het begin van 1991 probeerde ik de oorlog die in toenmalig Joegoslavië in de maak was onder de aandacht van de Nederlandse media te brengen. Een redacteur van een dagblad vertelde me dat zijn krant geen science fiction publiceerde. Om de aandacht te trekken moest ik van beschouwende artikelen omschakelen op pamfletten. Net voor de aanval van het Joegoslavische leger op Slovenië, publiceerde Trouw (29 juni 1991) mijn pamfletje 'Westen, ik beschuldig U'.

Dat artikel heeft helaas nog niets verloren van zijn actualiteit. We schrijven zomer 1995. De enigzins geluwde oorlog in Kroatië is het vijfde jaar ingegaan, die in Bosnië het vierde. Door het vasthouden aan onze ideeën over Balkan, over oorlog, over redelijkheid etcetera zitten we daar al jarenlang vast, zonder het vooruitzicht dat we binnen afzienbare tijd weg kunnen, laat staan dat we iets kunnen bereiken.

Op dit moment, al dan niet in het kader van 'herijking buitenlands beleid' en afhankelijk van de ontwikkelingen ter plekke, worden we vaak geconfronteerd met meningen over de situatie in Bosnië en onze rol daarin, die variëren van volledige en onvoorwaardelijke terugtrekking tot oorlogverklaring aan de (Bosnische) Serviërs. Ik geloof niet dat de vertolkers van deze twee uiterste meningen koel en doordacht te werk gaan, maar dat ze zich waarschijnlijk door emoties laten leiden.

De meeste voorstanders van de grootschalige interventie hebben (misschien terecht) uitsluitend oog voor menselijk leed, terwijl de voorstanders van volledige terugtrekking (misschien terecht) uitsluitend naar het onoverwinnelijke Bosnische oorlogsterrein kijken.

De derde stroming kijkt (misschien terecht) naar onze nationale belangen en wil de eigen houding laten afhangen van de resultaten van een 'nationaal belangenonderzoek'.

Voor al deze meningen valt wat te zeggen, maar vooral voor de laatste. Al die jaren, gedreven door onze typische oprechtheid, hebben we ons nooit in voldoende mate gerealiseerd dat de duur van deze oorlog veel meer afhankelijk is van factoren van buiten Bosnië, dan van alle Bosniërs (van alle drie religies) tezamen.

Het begon met de nadrukkelijke pro-Sloveens/Kroatische houding van de Duitsers en dat heeft de oude angsten van Frankrijk en Engeland doen herleven. Een verenigd Duitsland dat de Balkan controleert is voor de twee bondgenoten te veel van het goede. Deze patstelling bood het door interne tegenstellingen aangeslagen Rusland de tijd om weer een rol als grootmacht te gaan spelen, wat op zijn beurt de islamitische landen in beweging bracht.

Op dit moment weet men niet meer wat erger is: de conflicten van de betrokken Westerse mogendheden onderling, de Westerse (katholiek/protestantse) alliantie tegen Oost-Europa (Grieks/Russische orthodoxie) of die tegen de oprukkende islam. Op dit moment is het iedereen tegen iedereen en Bosnië betaalt de rekening.

Maar, is het zo 'simpel'? Hebben de Bosniërs dan geen enkele eigen inbreng? Zij zijn uiteindelijk degenen die vechten en sneuvelen? Deze vraag kan op duizenden manieren beantwoord worden; de enige uitgesloten antwoorden zijn ja en neen. Door de Golfoorlog en onze houding kort daarna, hebben wij bij de aangevallen partijen de indruk gewekt dat de democratische wereld agressie van wie dan ook nooit ongestraft laat.

Of de Bosnische moslims ooit het 'recht' hebben gehad te verwachten dat ze geholpen zouden worden, laat ik in het midden. Feit is dat zij daarop heel lang hebben gerekend en dat heeft hen ervan weerhouden op minder gunstige aanbiedingen in te gaan en een wat realistischer houding aan te nemen.

Heeft Nederland dit spelletje van de grootmachten nooit doorzien? Uit gesprekken in informele sfeer is me duidelijk geworden dat de Nederlandse politici geen naïevelingen zijn. Aan de andere kant, uit hun openbare verklaringen heb ik nooit kunnen opmaken dat ze van het spel op de hoogte zijn. Men heeft me een keer uitgelegd dat Nederland de relatie met de bondgenoten niet wil frustreren. De wijsheid van deze houding ontgaat mij, maar een conclusie laat ik over aan de lezer.

Een ding staat als een paal boven water: de oplossing van het Servisch/Kroatisch/moslim-probleem is in deze vier jaar geen millimeter dichterbij gekomen. De halfslachtige houding van de vooral Westerse democratieën heeft bepaald niet stimulerend gewerkt. De onmacht van de op een andere leest geschoeide VN is overduidelijk en de keuze van de VN-top en de bemiddelaars ter plekke kan allesbehalve gelukkig worden genoemd. Het enig tastbare resultaat - als dat ook meetelt - is dat de Bosniërs van alle drie religies wat later, maar toch op onnatuurlijke wijze dood gaan en soms ook nog met volle maag.

In april 1992 heb ik in een informele commissie voor buitenlandse zaken gewaarschuwd dat Bosnië nooit meer één staat wordt en dat we naar andere mogelijkheden voor de oplossing van het probleem moesten uitkijken. Tegelijkertijd heb ik me (in Trouw, 28 april 1992) afgevraagd of de Derde Wereldoorlog net als de Eerste in Sarajevo zou beginnen. Ik hoop nog steeds dat mijn vraag van retorische aard zal blijken.

Voor de toekomst zijn er een paar scenario's denkbaar en die variëren (opnieuw) van een volledige terugtrekking tot volledig engagement.

Een volledige terugtrekking (ongeacht hoe men die denkt uit te voeren) kan ertoe leiden dat het vacuüm dat daardoor ontstaat wordt opgevuld door jihad-strijders. (De Bosnische premier Silajdzic heeft dat onlangs aangekondigd.) Indien dit gebeurt dan zal het antwoord uit het noordoosten van Europa niet uitblijven. Het doet er niet toe wie van de twee zo'n treffen kan of zal winnen; de Westerse wereld is in elk geval de verliezer.

De ander optie - een volledig engagement - is zo mogelijk nog erger. Als voormalig reserve-luitenant van het voormalig Joegoslavisch leger, die zijn enige sterretje in de buurt van Gorazde heeft ontvangen, ben ik van mening dat een grondoorlog in Bosnië niet te winnen is. Daarbij is het ook zeker dat de Russen niet aan de kant blijven. Wat dit impliceert laat zich raden. Als we instabiliteit op de zuidoostelijke NAVO-flank in de beschouwing betrekken (tegenovergestelde belangen van Griekenland en Turkije), dan is het rampscenario bijna rond.

Door de 'eerlijke schuldverdeling' over alle oorlogspartijen, die door een aantal VN-functionarissen en journalisten wordt gehanteerd, is de steun van het volk aan onze aanwezigheid in Bosnië sterk gedaald. De spelletjes die de grootmachten zonder onze instemming spelen geven genoeg aanleiding om het Bosniëbeleid te herijken. Het feit dat de gijzeling van Engelse en Franse blauwhelmen (eind mei jl.) wel aanleiding was om alle luchtaanvallen te staken, terwijl dat aanvankelijk bij de gijzeling van Nederlandse blauwhelmen (juli) niet gebeurde, bewijst volgens mij ook dat wij een speelbal zijn.

Kortom, een eenzijdige Nederlandse terugtrekking uit Bosnië kan aan onze bondgenoten hopelijk duidelijk maken dat de situatie op de Balkan te ernstig is om hun oude prestigespelletjes te blijven spelen.