Minder kwik in milieu door spaarlampen

De hoeveelheid kwik in TL buizen is in de loop der jaren gestaag gedaald, het aantal in gebruik zijnde TL buizen neemt toe.

De totale hoeveelheid kwik in TL lampen blijft daardoor nagenoeg gelijk. Zo waren in 1979 in Noorwegen 4 miljoen TL buizen verkocht, die totaal 120 kilo kwik bevatten, in 1989 gingen er 6,5 miljoen over de toonbank, waarin 112 kilo kwik zat. Volgens Trond Hansen van het in Trondheim gevestigde Norwegian Institution of Technology is onderzoek naar milieu-effecten van dit soort lampen een moeizaam proces, omdat veel fabrikanten geheimzinnig doen over de exacte hoeveelheden van de gebruikte materialen. Toch wilde hij tijdens de onlangs gehouden Right Light Three Conferentie in Newcastle upon Tyne wel een schatting geven van de materialen in een TL buis. Een TL buis van 200 gram bevat volgens hem onder meer gemiddeld 0,1 gram kwik, 0,1 gram antimoon, 0,3 gram barium en 0,1 gram zeldzame metalen. Bepaald geen onschuldige stoffen: kwik kan de hersens aantasten, antimoon is schadelijk voor de longen en het inhaleren van barium kan tot bewusteloosheid of tot hartstilstand leiden. Gescheiden inzameling is voor gebruikte TL buizen volgens Hansen een eerste vereiste om de eventuele schade te beperken, en een statiegeldsysteem zou in dit opzicht veel nut kunnen hebben.

Wie een degelijk oordeel over de milieubelasting van dit soort lampen wil vellen, moet verder kijken dan alleen naar de lamp, stelde de uit Mannheim afkomstige wetenschapper Wolfgang Bräuer. Zo hebben elektronische spaarlampen een slechte naam vanwege de relatief grote hoeveelheid kwik die ze bevatten, in een spaarlamp van bijvoorbeeld 15 watt zit 5 mg kwik. Maar, zegt, Bräuer, een gemiddelde kolencentrale produceert 37 microgram kwik per kWh opgewekte elektriciteit. Een spaarlamp van 15 W geeft evenveel licht als een gloeilamp van 75 W. Door het zuiniger omgaan met elektriciteit zorgt de spaarlamp, uitgaande van een levensduur van 8000 uur, netto voor bijna 13 gram minder kwik. Uitgaande van de Duitse situatie, waar voor 39 procent kerncentrales en voor 56 procent gas- en kolencentrales elektriciteit opwekken, zouden spaarlampen de hoeveelheid kwik, die in het milieu komt, ongeveer kunnen halveren. Hierbij gaat Bräuer uit van het slechtste geval, waarbij alle spaarlampen bij het huishoudelijk afval terecht komen, en waarbij vervolgens de totale hoeveelheid kwik uit de lampen vrijkomt. 'Het is natuurlijk noodzakelijk om de hoeveelheid kwik in spaarlampen te reduceren,' stelt Bräuer, 'maar de genoemde resultaten geven aan dat de aanwezigheid van kwik geen reden is om gloeilampen niet door spaarlampen te vervangen.'