Marco Pantani sieraad voor de Tour de France

ALPE D'HUEZ, 13 JULI. Ze zijn bijna uitgestorven, de ware berggeiten. Te midden van de krachtpatsers met de zware versnellingen hebben ze het meestal zwaar te verduren. In de tijdrit verliezen ze vele minuten die ze in de bergetappes nooit meer kunnen goedmaken. Maar ze rijden niet voor spek en bonen in de Tour de France. Marco Pantani, die gisteren de tiende etappe naar Alpe d'Huez in zijn voordeel besliste, is een sieraad voor de Ronde.

De 25-jarige Italiaan danste op zijn fiets. Hij wiebelde met zijn kleine lijf, alof het allemaal geen moeite kostte. Hij had geen last meer van zijn knie, die hem de afgelopen twee maanden zo veel problemen had gegeven. Hij passeerde de kopgroep en hield uiteindelijk één minuut en twintig seconden voorsprong op de drie tempobeulen achter hem. Miguel Indurain, Alex Zülle en Bjarne Riis reden met een heel zwaar verzet hard naar boven, maar de soepel pedalerende Pantani liet zich zijn eerste etappezege in de Tour niet meer ontnemen.

De kopman van Carrera fietst in de bergen met hetzelfde gemak waarmee de oude Spanjaarden Féderico Bahamontes en Manuel Fuente konden rijden. De eerste wist de Tour in 1959 nog op zijn naam te schrijven, de laatste had in Merckx een veel te sterke opponent. De Belg Lucien van Impe was in 1976 de laatste echte klimmer die de Tour won. Hij was de tussenpaus tussen Eddy Merckx en Bernard Hinault, twee zwaargebouwde coureurs die bergop veel lichtere klimmers de baas bleven.

Pantani meet 1 meter en 65 centimeter. Hij is een dwerg tussen de reuzen. Voor hem resteert de hoop dat hij langer op de fiets zal zitten dan Miguel Indurain. Hij weet dat de Spanjaard een veel betere allrounder is. Daarom mocht hij gisteren ook demarreren, aan de voet van de beklimming naar Alpe d'Huez. De logica van de wielersport leert dat de minder hoog geklasseerden een aanval kunnen wagen. De gele-truidrager merkt snel genoeg wie er ontsnapt en besluit in de meeste gevallen dat het allemaal geen kwaad kan.

Pantani steeg gisteravond naar de zevende plaats in het algemeen klassement, maar zijn achterstand op Indurain bedraagt nog altijd meer dan twaalf minuten. In de eerste Tourweek verloor hij kostbare minuten in de proloog, in de ploegentijdrit en vooral in de individuele race tegen de klok. Met zijn 56 kilo komt Pantani op het vlakke terrein duidelijk tekort tegen de zware jongens. Zelf denkt hij over een paar jaar minder tijd te verliezen, als hij ervaring en kracht heeft opgedaan. Hij verwijst naar zijn ploeggenoot Claudio Chiappucci, die zich de laatste jaren inderdaad sterk heeft verbeterd in de tijdrit.

Chiappucci was Pantani's jeugdidool. De manier waarop Il Diavolo (de duivel) ten aanval trekt, heeft het talent uit Romagna altijd aangesproken. Toen de kleine Marco in 1992 zijn opwachting maakte bij de beroepsrenners, was zijn bijnaam snel gevonden: Il Diavoletto. De kleine duivel had als amateur indruk gemaakt met een eindzege in de Baby Giro, de Ronde van Italië voor amateurs.

In zijn eerste profjaren vielen zijn prestaties tegen, mede door een aantal langdurige blessures. Vorig jaar wist Pantani zich te scharen bij de wereldtop. Hij won twee bergritten in de Giro en eindigde als tweede in het algemeen klassement. In de Tour was hij de grote smaakmaker, zonder ook maar een etappe op zijn naam te schrijven. Critici verweten de debutant een gebrek aan koersinzicht. Hij demarreerde dat het een lieve lust was, maar telkens was er een renner eerder bij de finish. Toch stond de man met de grote flaporen met een brede grijns op het erepodium in Parijs. De derde plaats was meer dan hij vooraf had durven hopen.

Dit seizoen had Pantani zijn hoop gevestigd op de eindzege in de Giro, totdat een onoplettende automobilist zijn knie blesseerde. De herstelperiode duurde anderhalve maand, waardoor zijn droom in duigen viel. In de Ronde van Zwitserland maakte hij zijn rentree, met een etappezege als schrale troost. Pantani was blij met de ritwinst, maar hij begreep dat de Tour een gedegen voorbereiding vereist. “Ik heb slechts zeventien dagen de tijd gehad om wedstrijdervaring op te doen. Normaal gesproken veel te weinig.”

De gebrekkige voorbereiding bleek in de Tour aanvankelijk een groot nadeel. Heel langzaam kwam hij in het gewenste ritme. Een etmaal voor de rit naar Alpe d'Huez zei hij in L'Equipe de vereiste topvorm te hebben benaderd. Het bleken geen loze woorden. Pantani was gisteren de sterkste van allemaal. Hij passeerde erkende klimmers als Richard Virenque alsof ze stil stonden. Hij verblijdde de Tour de France met een prachtige zegetocht, nadat hij in de beruchte Joop Zoetemelk-bocht (die daar onderuit ging) bijna de verkeerde kant op reed.

Precies 43 jaar nadat de legendarische Fausto Coppi als eerste Tour-renner de rit naar Alpe d'Huez op zijn naam schreef, reed Pantani met een ogenschijnlijk veel lichtere tred naar de winnende tijd. “Het is toch een historische overwinnning. Zoveel grote kampioenen hebben hier gewonnen, daar mag je best trots op zijn.” Of hij zichzelf nog kansen toebedeelt voor het erepodium, wilde een vragensteller weten. “Vorig jaar wilde ik een etappe winnen en werd ik derde. Dit jaar wilde ik op het podium eindigen en win ik een etappe. Wie zal het zeggen?”