Kritiek Planbureau op fusiegolf in onderwijs

RIJSWIJK, 13 JULI. In het voortgezet onderwijs zullen de komende jaren grote spanningen ontstaan tussen bestuur, docenten en ouders over het ontstaan van grote scholen. Het gaat dan om het onderbrengen van verschillende schooltypen in één gebouw en het bij elkaar plaatsen in één klas van leerlingen van uiteenlopende niveaus. Dit voorspelt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in het vandaag verschenen rapport 'Processen van schaalvergroting in het onderwijs'.

“De emotionele discussies over schoolstructuur en schoolgrootte die eerder het nationale debat domineerden, zullen zich dan naar het lokale bestuursniveau verplaatsen”, aldus het SCP.

Het Planbureau baseert die verwachting op het feit dat de golf van scholenfusies - tussen 1987 en 1995 liep het aantal middelbare scholen terug van 1.927 naar ongeveer 750 - vooral een succes is geworden, omdat de overheid ruimhartig 'nevenvestigingen' heeft toegestaan, waarbij grote scholen hun verschillende schooltypes toch in aparte gebouwen konden onderbrengen. In totaal zijn er meer dan 500 nevenvestigingen.

Door dat beleid is volgens het SCP de ideologisch geladen discussie omzeild over het doel van het beleid: gezamenlijke opvang van verschillende leerlingen en gemeenschappelijke basisvorming in de eerste leerjaren. Maar binnenkort zullen de scholenbesturen en gemeenten toch streven naar concentratie van schooltypen in één gebouw, om financiële reden. In 1997 worden zij immers verantwoordelijk voor de schoolhuisvesting, in het kader van de decentralisatie. Vooral hoog opgeleide ouders en docenten uit HAVO en VWO zullen zich tegen die samenvoegingen verzetten, verwacht het SCP. Het Planbureau wijst er ook op dat in de loop van het fusieproces kwaliteitsoverwegingen meestal op de achtergrond raken. Door het ontbreken van een maat voor kwaliteit domineren vaak financiële overwegingen.