Kermis in Utrecht; Zotter- en lekkernijen voor een piek

Sneller, hoger, duurder, duizelingwekkender; en vooral elektronisch, dat moet de kermisattractie tegenwoordig zijn. Maar op het jaarlijkse Maliebaanfestival in Utrecht tref je nog waarzeggers, ouderwetse draaimolens, en vrouwen met baarden.

Maliebaanfestival, Utrecht: vr 14 t/m wo 19 juli, van 14u tot laat in de avond. Inl Nederlands centrum voor Volkscultuur 030-319997.

Alle attracties - zelfs de suikerspinnen - kosten er maar één gulden. In de volksmond staat het Maliebaanfestival, een combinatie van kermis, circus, jaarmarkt, braderie en muziek-optredens, daarom bekend als de piekenkermis. Vanaf 14 juli wordt het voor de achtste maal gehouden.

Wie tijdens het festival over de lommerrijke Maliebaan loopt, ziet een mengeling van bots-autootjes en gokautomaten met allerlei vormen van nostalgisch vermaak: touwtje-trekken, de bootjesmolen, bussen gooien en de Kop van Jut (waarvan er in Nederland nog slechts drie functioneren). Daarnaast zijn er steltlopers, vendelzwaaiers en een klein kindercircus met paarden en wilde beesten. Dit jaar is in een tent naast de poffertjeskraam bovendien een expositie over de geschiedenis van de kermis te zien, evenals een video over het dagelijkse leven van kermis-exploitanten. Dit 'ter lering ende vermaak', want dat was vroeger ook een belangrijk aspect van dit soort festiviteiten.

Kermis is een eeuwenoud volksfeest, ontstaan uit de rituelen rond de inwijding van een nieuwe kerk. Het woord is dan ook waarschijnlijk een verbastering van 'kerk-mis'. In onze contreien doken de eerste kermissen in de elfde eeuw op. Die van Utrecht ontstond in 1023, toen de Domkerk in aanwezigheid van de Duitse Keizer werd ingewijd door twaalf bisschoppen. Deze verplichte feestdag werd gevierd met een jaarmarkt en 'vertooninge van veel zotternyen'. Het vermaak werd verzorgd door acrobaten, jongleurs, muzikanten en een enkele dansende beer. Ook spelletjes als 'koekhakken' en 'katknuppelen' waren zeer populair.

Toen in de Domstad het aantal kerkelijke feestdagen groeide, gaf dat aanleiding tot de uitdrukking 'dat het t'Utrecht bijnae geduerigh kermis was'. De kronikeur die dit optekende telde er maar liefst 46. Na de Reformatie werden al deze katholieke feesten zuinigjes samengevoegd tot één grote kermis-annex-jaarmarkt. Dit roemruchte juli-festijn trok van heinde en ver bezoekers. Niet voor niets schreef Belle van Zuylen dat je op de Utrechtse kermis geweest moest zijn om mee te tellen.

In de loop van eeuwen groeide uit de jaarmarkt een reizend pretpark met steeds nieuwe vormen van amusement, waaronder de stoomcarrousel, de dierentuin en het circus. Ook kon je op de kermis kennismaken met uitvindingen als het elektrisch licht, de bioscoop en de vélocipède. Verder bleef het aloude volksfeest de ontmoetingsplaats bij uitstek voor huwbare pubers. In de negentiende eeuw konden dienstmeisjes een zogenaamde kermisvrijer huren. Deze begeleidde het meisje over de kermis terwijl zij alles betaalde. Een vorm van emancipatie avant la lettre.

“De kermis is volksvermaak voor alle rangen en standen”, menen de kermisklanten Joop Keijzer en Tonny Wouts. Op verzoek van de Stichting Stadsontspanning hebben zij enige jaren geleden de Utrechtse stadskermis nieuw leven ingeblazen. Keijzer en Wouts zijn beide afkomstig uit een geslacht van Brabantse kermis-exploitanten, en ze hebben duidelijke opvattingen over hun métier. “We moeten weer terug naar een betaalbaar, ouderwets feest met levende muziek en een circus”, vertellen ze, “anders schieten we ons doel voorbij.” Hun visie blijft niet onopgemerkt, want in vakkringen won het Utrechtse festival vorig jaar de Kermisprijs vanwege zijn eigen karakter en 'nieuwe visie'.

Dit jaar wordt zelfs de religieuze oorsprong van de kermis weer in ere hersteld, wanneer de kleindochter van Joop Keijzer op zondagochtend zal worden gedoopt. Op de scooterbaan, temidden van een koor zingende nonnen.

    • Joanita Vroom