Jazz-dance trompettiste houdt produktie in eigen hand; Saskia Laroo wars van fratsen, frutsels, gefreak

Saskia Laroo treedt op zaterdag 15 juli op in de Paulus Potterzaal van het Congresgebouw in Den Haag om 18u15. CD: It's like jazz (Laroo Records SL9401), cd-singel (maxi) Idem: Ya know how we do (Laroo Records SL 9501)

“In 1986 heb ik me al een voorstelling gemaakt van wat er nu in mijn leven gebeurt.” Jazz-dance trompettiste Saskia Laroo houdt de zaken graag in eigen hand. Niet alleen haar muziek maar ook de produktie. Platenmaatschappijen die geld in haar zagen na de release in 1994 van de hitgevoelige cd It's like jazz, maken vooralsnog weinig kans. Laroo blijft onafhankelijk. Nu kost dat haar nog forse investeringen (“ik heb geen cent om van te leven”), maar over pakweg een jaar, denkt ze, kan ze gaan innen. Dan komen de royalties binnen uit de twintig landen waar haar cd is uitgebracht.

Laroo is net terug van een promotietour door Zuid-Afrika, georganiseerd door het agentschap TOCO. In elf dagen heeft ze ruim dertig radio- en tv-stations te woord gestaan.

Laroo's definitie van de muziek die zij maakt luidt eenvoudig: 'groovy beats met een solo eroverheen'. Op haar cd kwamen die beats uit een computergestuurde sampler, bediend door haarzelf en compagnon Rob Gaasterland. Baslijnen speelde ze hier en daar zelf in, “want ik speel ook bas”. De soli waren behalve van haarzelf afkomstig van gastsolisten Hans Dulfer en fluitist Ronald Snijders.

Tijdens een live optreden, zoals op het North Sea Jazz Festival, brengt ze een traditionele ritme-sectie mee, aangevuld met rappers, een scratcher en een trombonist. “We proberen zo strak mogelijk te spelen”, zegt Laroo. “Geen frutsels, fratsen of gefreak. Het klinkt natuurlijk anders dan met al die apparatuur in de studio, maar er is prima op te dansen.”

Saskia Laroo (35) begon op haar achtste met trompetspelen in de Den Ilpse fanfare en eindigde tien jaar later aan het Hilversums Conservatorium. Ze sloot het vak onderwijsleer af met een tien voor haar sciptie De Trompet. Daarin ontwikkelde ze een methode om snel te leren improviseren op akkoordenschema's. In de jaren daarna bracht ze haar speelmethode in praktijk bij uiteenlopende groepen, waaronder Fra Fra Sound en de Rosa King Band, met wie ze begin jaren tachtig op het North Sea Jazz Festival stond.

“Op een gegeven moment had ik zo'n beetje alle soorten muziek gespeeld: pop, salsa en jazz”, zegt Laroo. “Ik wilde mijn muziek op een hoger plan brengen. Dus ben ik gaan sparen voor studio-equipment om zelf een cd te kunnen opnemen met mijn eigen muziek.” Die cd is uiteindelijk elders opgenomen, hoewel de Amsterdamse beschikt over onder meer een vleugel, een synthesizer, een contrabas, een gitaar, allerlei regelpanelen, twee Atari-computers en opname-materiaal.

Muzikaal gezien vindt Laroo jazz-dance, R&B (“dat is het nieuwste, een soort swingbeat”) of house absoluut niet minder veeleisend dan jazz of welke andere muziekvorm dan ook. “Veel mensen denken: hmm, een housedeuntje, dat zet je zo in elkaar. Dat is niet zo. De structuur van de Clubmix op mijn cd-single bijvoorbeeld bestaat uit notenclusters die elkaar aanvullen en afwisselen. Er wordt veel troep op de markt gebracht, maar als je het goed wilt doen, kost zoiets tijd.” Dat er een house-versie van haar muziek uit is gebracht, was om discotheken te bedienen. “Club-DJ's willen een bonkende dreun. Jazzdance vinden ze te slap.”

In Zuid-Afrika liet Laroo tussen de bedrijven door een videoclip opnemen ter ondersteuning van haar cd-single. “Vooral de Japanners vroegen om een clip”, zegt ze. Haar self-made-succes - in ruim een half jaar gingen er alleen al in Nederland zevenduizend cd-exemplaren over de toonbank - heeft Laroo naar eigen zeggen 'strenger' gemaakt, vooral tegenover medemuzikanten. “Van mensen met wie ik te maken heb hoef ik niet langer alles te pikken. Ik heb het voor het zeggen. Daar krijg ik een ongelooflijke kick van.”

    • Viktor Frölke