Industrie bedreigt 'zuivere waar' van biologische boeren

Een groep boeren nabij Lelystad werkt op biologische grondslag. Maar vlak boven hun gebied wil de gemeente nu een industrieterrein aanleggen.

LELYSTAD, 13 JULI. Sommige produkten die ze verbouwen - bloemkool, pompoen, peen en suikermaïs - zijn bijzonder in trek bij de babyvoedingsindustrie, die als geen andere branche hecht aan natuurzuivere waar. Twaalf boeren en tuinders aan de noordrand van Lelystad vormen samen een 300 hectare groot biologisch centrum, zo genoemd omdat ze hun gewassen kweken volgens de regels van de biologische teelt: onbespoten en zonder gebruik van kunstmest. Ze bezitten stuk voor stuk de zogeheten SKAL-licentie, wat betekent dat ze in hun sector aan de Europese normen voldoen.

Maar op den duur kunnen die verworvenheden verloren gaan, wordt gevreesd. Er zijn ver gevorderde plannen om vlak boven hun gebied een industrieterrein aan te leggen, in beginsel geschikt voor vrijwel alle soorten bedrijven, ook vervuilende industrieën. Schadelijke stoffen uit die hoek zullen hun landerijen besmetten, vrezen de boeren, met als gevolg dat ze hun licentie kwijtraken en de producenten van babyvoedsel zich van hen afkeren. Hierdoor zou hun commerciële voortbestaan ernstig in gevaar komen.

De betrokken agrariërs hebben al bezwaren ingediend bij de gemeente Lelystad en vervolgens bij de provincie Flevoland, in beide gevallen vruchteloos. In een laatste poging de plannen te verijdelen hebben ze een procedure bij de Raad van State aangespannen. Verder vestigen ze hun hoop op minister van landbouw Van Aartsen, die zich in zijn recente prioriteitennota lovend over de biologische landbouw uitliet. Kort geleden bracht hij een bezoek aan het centrum in Lelystad en getuigde bij die gelegenheidheid van “een sector waar muziek in zit”.

Woordvoerder van de boeren is de 69-jarige J.H. van Kampen, voorheen directeur landinrichting van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders en tegenwoordig voorzitter van Flevo BD (biologisch-dynamisch), een organisatie die de belangen van alle zestig alternatieve telers in Flevoland behartigt. “De gemeente”, zegt hij, “heeft ons eerst geholpen door de planologische voorwaarden voor dit centrum te scheppen en besluit nu om potentiële vervuilers toe te laten. Ik vind dat onzorgvuldig en onlogisch, een typisch geval van inconsistent beleid.”

M. Koomans, coördinatrice bij Flevo BD, voegt eraan toe: “En dat terwijl ons centrum een internationale uitstraling heeft. Boeren en tuinders uit praktisch de hele wereld, uit Afrika, Japan en Oost-Europa, komen hier op bezoek om te zien hoe we zonder chemische middelen en kunstmest een uitgebreid assortiment op de markt brengen.”

Het omstreden industrieterrein-in-wording, 200 hectare groot, was vroeger een viskwekerij van de Organisatie ter Verbetering van de Binnenvisserij, maar aan die functie kwam een eind toen aalscholvers uit de naburige Oostvaardersplassen hier massaal neerstreken om de vijvers leeg te vreten. Het gebied werd verkocht aan de NUON, energiedistributiemaatschappij voor Friesland, Gelderland en Flevoland, die er een 'milieu- en energiepark' van wil maken.

Die term houdt in dat het terrein allereerst bestemd is voor bedrijven die zich bezighouden met afvalverwerking en recycling. Ze zouden bovendien de warmte kunnen benutten die vrijkomt bij de nabijgelegen, op gas draaiende Flevocentrale. De vestiging van een regionale installatie ter compostering van groente-, fruit- en tuinafval staat al vast. D.J. de Jong, namens de NUON projectmanager voor het terrein, bevestigt bovendien dat een groep inzamelaars van afgewerkte olie een aanvraag heeft ingediend voor een industrie die deze afvalstof omzet in bruikbare produkten.

Van Kampen van Flevo BD vindt de term 'milieu- en energiepark' misleidend, omdat het bewuste terrein in principe open staat voor bedrijven tot categorie 8. Dat betekent dat alleen een kerncentrale er niet mag komen. Een vuilverbrandingsinstallatie kan er daarentegen wel terecht. Weliswaar wil de gemeente tussen industrie en biologische boeren een bufferzone van 200 meter vrijhouden, maar die helpt volgens Van Kampen niet tegen het overwaaien van schadelijk, wellicht puur giftig materiaal, ook al komen de heersende winden uit een andere hoek.

De gemeente ontkent dat het industrieterrein een bedreiging voor de boeren vormt. “Elk bedrijf dat er komt”, zegt een woordvoerder, “zal in het bezit moeten zijn van een milieuvergunning en zich dus moeten houden aan de gangbare milieu-eisen. Maar helaas, we hebben de telers niet van onze goede bedoelingen kunnen overtuigen.”

Maar nòg is het niet zover. Eerst moet de Raad van State een uitspraak doen. Tot zolang blijft de voormalige viskwekerij grotendeels in haar huidige staat.