Groente is slechte bron voor vitamine A

Provitamine A (caroteen) uit bladgroenten en wortels worden veel slechter door het lichaam opgenomen en in vitamine A omgezet dan tot nu toe door voedingskundigen werd aangenomen. Wageningse en Indonesische onderzoekers ontdekten dit bij een onderzoek in Indonesië. Hun resultaat zet aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Wereldvoedselorganisatie (FAO) voor het bestrijden van vitamine A-tekorten in ontwikkelingslanden op losse schroeven.

Bij een onderzoek in twee Indonesische dorpen naar het vitamine A-gehalte in bloed en moedermelk van vrouwen die hun kind borstvoeding gaven, bleek het vitamine A-gehalte niet te stijgen bij de vrouwen die 12 weken lang volgens lokale traditie geroerbakken caroteenhoudende groenten (spinazie, waterspinazie, cassavebladeren, wortels) als aanvulling op hun voeding kregen. In een groep overeenkomstige vrouwen die dagelijks een met caroteen verrijkte koek at, steeg het gehalte wel. Bij een negatieve controlegroep die een koek zonder caroteen at, bleef het vitamine A-gehalte net zo laag als in de groep die groente kreeg (The Lancet, 8 juli).

Vitamine A-deficiëntie is, naast jodium- en ijzergebrek, de belangrijkste gebreksziekte in bevolkingen die wel voldoende voedselcalorieën binnen krijgen. De kindersterfte in de ontwikkelingslanden kan volgens schattingen van de WHO en FAO met 23% worden teruggedrongen als overal de vitamine A-voorziening op peil zou zijn. De internationale hulporganisaties concentreren zich steeds meer op het bestrijden van de gebreksziekten, nu hongersnood eigenlijk alleen nog optreedt in gebieden die door oorlog en natuurrampen zijn ontwricht.

Vooral kleine kinderen, zwangere en borstvoedende vrouwen zijn snel hetslachtoffer van deze gebreksziekten. Donkergroene bladgroente zoals spinazie en zijn tropische varianten worden vaak voor consumptie aanbevolen bij (dreigend) tekort aan vitamine A. Ze zijn meestal lokaal te verbouwen en te verwerken. Als het onderzoek van de vakgroep Humane Voeding in Wageningen en het Instituut voor Voedingsonderzoek en -ontwikkeling in Bogor, Indonesië, door andere onderzoekers wordt bevestigd, zal het veelgegeven advies om vitamine A met bladgroente aan te vullen moeten worden veranderd.

De donkere bladgroenten en wortels die voor het onderzoek werden gebruikt, bevatten wel veel caroteen (provitamine A), maar het menselijk lichaam blijkt ze nauwelijks op te nemen. Vitamine A of retinol kan de mens direct uit voedsel opnemen. Retinol zit in melk, lever en vis en wordt toegevoegd aan margarine. De Nederlandse voeding bevat 65 procent van de vitamine A in de vorm van retinol, in de ontwikkelingslanden is dat slechts 10 tot 20 procent en is de caroteeninname veel belangrijker. Caroteen is een provitamine A en wordt in het lichaam omgezet tot vitamine A. Carotenen komen als kleurstoffen voor in wortels, donkere bladgroenten en fruit. Er zijn een paar verschillende soorten carotenen (onder andere verdeeld in alfa en bèta) waarvan bèta het best wordt omgezet. De behoefte aan vitamine A wordt uitgedrukt in retinol-eenheden (RE). Een microgram retinol is één RE. Zes microgram bèta-caroteen telt voor één RE, evenals 12 microgram van een aantal andere carotenen. Aanbevolen wordt om dagelijks 800 tot 1000 RE op te nemen, zogenden 1250 RE en kinderen oplopende hoeveelheden van 400 tot 700 RE.

De Indonesische vrouwen die aan het onderzoek meededen waren geselecteerd op bloedarmoede (anemie). Bij anemie is de kans groot dat ook het vitamine A-gehalte aan de lage kant is. Drie procent van de 175 vrouwen hadden een duidelijk tekort aan vitamine A, terwijl het bloedgehalte bij 33% van de deelneemsters marginaal was. Bij de vrouwen die een met caroteen verrijkte wafel aten, steeg het vitamine A-gehalte in het bloed met 38% en in de moedermelk met 67%. De stijging van 38% van vitamine A in het serum wordt veroorzaakt door de toename van caroteen. De veranderingen van vitamine A bij de bladgroente-eetsters en bij de negatieve controlegroep die niet-verrijkte koeken kreeg, waren verwaarloosbaar klein. In de bladgroentegroep was wel de caroteenconcentratie in het serum 17% hoger geworden.

De auteurs van de studie concluderen dat de omrekenwaarde van bèta-caroteen uit groente naar retinoleenheden onjuist is. Bèta-caroteen uit fruit wordt mogelijk wel beter omgezet in vitamine A. Maar fruit is in ontwikkelingslanden slechts periodiek beschikbaar. Caroteen in oliën (rode palmolie bijvoorbeeld) wordt ook goed opgenomen.

Literatuuronderzoek naar de basis van de omrekenfactoren leverde op dat die zijn gebaseerd op gebrekkig onderzoek, met weinig proefpersonen en ontbrekende controlegroepen. Van de vele mogelijke oorzaken voor de slechte bèta-caroteen-opname en -omzetting uit groenten vinden de onderzoekers de belangrijkste dat bèta-caroteen in bladgroente verpakt is in pigment-eiwitcomplexen in moeilijk afbreekbare structuren van plantecellen. Voedingsonderzoekers komen er de laatste jaren achter dat een chemische analyse van een voedingsmiddel nog niet zegt dat die stoffen ook in de menselijke stofwisseling terechtkomen. In fruit, waaruit bèta-caroteen wel goed wordt opgenomen, zit het caroteen in vetdruppeltjes. Daarnaast is het mogelijk dat de bereidingswijze van de groente veel invloed heeft. Koken maakt de carotenen misschien beter vrij, maar draagt het gevaar in zich dat de carotenen in een vorm worden omgezet die slecht voor de produktie van vitamine A bruikbaar is. Vet is waarschijnlijk nodig om de opname te bevorderen. De groenten in het Indonesische experiment werden volgens plaatselijke recept met vet bereid en daarvan kan bij zo'n veldexperiment moeilijk af worden geweken. De onderzoekers waarschuwen overigens voor een nieuw gevaar dat na bevestiging van de resultaten dreigt: donkergroene bladgroente bevatten zoveel andere nuttige voedingsstoffen dat ze niet uit de voeding moeten verdwijnen.