Gebrek aan troepen motief achter aanval op Srebrenica

Het ronselen van soldaten voor de legers van de Kroatische en Bosnische Serviërs, in Joegoslavië, moet een eind maken aan een van de belangrijkste problemen van beide legers: het tekort aan manschappen. Dat tekort lijkt ook één van de motieven achter de Servische aanval op Srebrenica: de val van de enclave maakt Bosnisch-Servische belegeraars vrij voor dienst aan andere fronten.

Het leger van de Kroatische Serviërs leed begin mei een vernietigende nederlaag tegen de Kroaten: tijdens een bliksemoffensief verloren ze West-Slavonië, een van de drie gebieden waaruit hun eenzijdig uitgeroepen 'Servische Republiek Krajina' (RSK) bestond. Die nederlaag werd gedeeltelijk veroorzaakt door het gebrek aan manschappen. Het RSK-leger telt 80.000 man, dat van Kroatië 100.000 en bij een algemene mobilisatie zelfs een kwart miljoen man. Bovendien hebben de Kroaten zich de afgelopen jaren duchtig bewapend.

De druk op de Kroatische Serviërs is na mei nog toegenomen. Begin deze maand trokken de Kroaten omvangrijke troepeneenheden samen in Oost-Slavonië, de meest oostelijke deel van de RSK, en aan de noordpunt van de Krajina, het westelijke deel van de RSK. De Kroatische Serviërs hebben zich weliswaar versterkt met enkele duizenden Joegoslavische (Servische) militairen, maar algemeen wordt aangenomen dat als Kroatië zou aanvallen - en die mogelijkheid is verre van uitgesloten - de RSK-troepen weinig kans maken.

Ook voor het leger van de Bosnische Serviërs (BSA) is het gebrek aan manschappen nijpend. Tachtigduizend Bosnische Serviërs moeten een frontlijn van 1.700 kilometer verdedigen tegen 130.000 man (volgens sommige bronnen 180.000 man) van het Bosnische regeringsleger en 34.000 man van het leger van de Bosnische Kroaten. Het BSA heeft weliswaar meer zware wapens, maar het verschil slinkt omdat het regeringsleger zelf wapens produceert in centra als Novi Travnik, Vitez, Zenica, Bugojno et Konjic, en zich ook door de lekken in het wapenembargo weet te versterken. Het beschikt inmiddels over zestig tanks, dertig pantserwagens, tweehonderd mortieren en kanonnen van een kaliber van meer dan 100 millimeter en zes helikopters.

Het gebrek aan manschappen is een van motieven voor de aanval op Srebrenica. De drie moslim-enclaves in Oost-Bosnië - Srebrenica, Zepa en Gorazde - zijn nu al jaren door de Serviërs omsingeld. Daarmee worden enkele duizenden Servische soldaten met hun zware wapens gebonden. De verovering van de enclaves maakt deze troepen en hun wapens vrij voor inzet elders.

Daar komt bij dat de verovering van de drie enclaves relatief eenvoudig is. De regeringstroepen binnen deze enclaves zijn relatief zwak en niet tot méér in staat dan nachtelijke guerrilla-aanvallen op Servische dorpen en stellingen in de omgeving en de VN-troepen - de Nederlanders in Srebrenica, de Oekraïeners in Zepa en de Britten in Gorazde - zijn zonder veel moeite uit te schakelen: de val van Srebrenica werd met opmerkelijk weinig wapengeweld bereikt.

Het tweede motief voor de aanval op Srebrenica is niet-militair van aard: de enclaves zijn de Bosnische Serviërs al sinds het begin van de oorlog een doorn in het oog. Zij streven naar een eigen gebied in Bosnië dat aan twee principiële eisen moet voldoen: het moet aaneengesloten zijn en het moet etnisch homogeen zijn. Dat sluit twee zaken uit: kwetsbare corridors en moslim-enclaves.

Tijdens de onderhandelingen over vredesplannen van de bemiddelaars Owen, Vance en Stoltenberg hebben de Serviërs het punt van de enclaves steeds hoog opgenomen: weken en maanden lang is onderhandeld over de aanwezigheid van de enclaves en de breedte van de corridors tussen de enclaves en het gebied van de moslims en tussen de enclaves onderling.

Tot dusverre werkte de aanwezigheid van de VN-troepen in de enclaves als werkzame afschrikking. Daar is verandering in gekomen door twee factoren: de komst van de 'snelle reactiemacht' die vanaf zondag operationeel is en die minder tandeloos belooft te zijn dan de blauwhelmen, en het tijdens de recente gijzelaarscrisis ontstane besef dat de blauwhelmen extreem kwetsbaar zijn. Dat UNPROFOR een tekortschietend mandaat heeft en te licht is bewapend wisten de Serviërs al - dat de internationale gemeenschap geen antwoord heeft op het wapen van de gijzeling wisten ze nog niet. De aanval op Srebrenica begon niet voor niets met de gijzeling van Nederlanders. En niet voor niets dreigden de Serviërs hun gijzelaars te doden als de luchtaanvallen niet zouden ophouden - een dreigement waarvoor minister Voorhoeve onmiddellijk zwichtte.