Esthetische verwenmomenten aan de Kaap; Onder het vernis van een klein blank paradijs

Ingesloten tussen de zee, de Tafelberg en Devil's Peak, Lion's Head en Signal Hill toont Kaapstad hooghartig haar bijna obscene schoonheid. Een rit langs de kustweg maakt de 'betoverende panorama's' van de reisboeken volledig waar. Maar natuurschoon komt zelden alleen in Zuid-Afrika. Kaapstad draait niet om de realiteiten van het land heen.

De opperstuurman van de Drommedaris zag hem als eerste. Na vier maanden varen vanaf Amsterdam kreeg hij op 5 april 1652 'den Taffelbergh' in zicht. De bemanning hees de vlag, de echo van een kanonschot klonk over de baai. De opperstuurman kreeg voor zijn ontdekking een beloning van vier Spaanse realen “in klinkende munt”, noteerde Oppercoopman Jan Anthonisz van Riebeeck in zijn Daghregister.

Het vervolg is bekend. Het verversingsstation dat Van Riebeeck voor de Verenigde Oostindische Compagnie aan de 'Caep de Boa Esperance' moest aanleggen voor schepen op weg naar Indië bepaalde de woelingen en wreedheden van Zuid-Afrika's moderne geschiedenis. Het station groeide uit tot een kolonie en was het begin van landveroveringen, Brits-Boerenoorlogen, apartheid en goede hoop. De Tafelberg bleef het onbeweeglijk monument van continuïteit, de eeuwige hoeder van Kaapstad.

Moderne reizigers, die nu het weer mag bij honderdduizenden naar de Kaap toestromen, zien nog steeds als eerste de Tafelberg. Wie wegrijdt van de lughawe ziet de achterkant van de berg oprijzen. Maar natuurschoon komt zelden alleen in Zuid-Afrika. Kaapstad draait niet lang om de realiteiten van het land heen. Na twee minuten ziet de bezoeker links de eerste 'plakkerskampen', de branding in de zee van haveloze hutten van karton, hout en golfplaat die de stad omringt. Vervolgens slingert de weg zich om de flanken van de berg naar de stad. Ingesloten tussen de zee, de Tafelberg en de lagere heuvels Devil's Peak, Lion's Head en Signal Hill toont zij hooghartig haar bijna obscene schoonheid.

Dit kan geen objectief verhaal zijn, want ik woon er, aan de voet van de Tafelberg. Inwoners van Kaapstad, de tijdelijke figuranten in dit magistraal décor, geloven dat zij deel zijn van een wereldwonder. Ze gedragen zich ernaar. Welcome to Cape Town - now go home, was vroeger de tekst van een populaire autosticker. Het was een waarschuwing aan de ongewenste 'Vaalies' - Zuidafrikanen uit het Noorden, de Transvaal - dat ze tijdens hun jaarlijkse vakantietrek naar de Kaap in december een domein van exclusiviteit betraden. De befaamde sloomheid van Kaapstad is zo misschien ook te verklaren: het tempo van de rest van de wereld doet er niet toe.

Het leven in Kaapstad wordt gedomineerd door de berg, de 'Vader van de Moederstad'. Zelfs de zwervers, de Bergies, zijn ernaar vernoemd. De Tafelberg scheidt als een zandstenen wand van bijna elfhonderd meter hoog, plat als een tafel, de stad af van het binnenland. De berg en zijn uitlopers, de Twaalf Apostelen, bepalen het weer en de stemming van de stad. In de zomer glijden wolken zachtjes langs de bergwand om een paar honderd meter lager te verdampen - een verschijnsel dat bekend staat als het Tafelkleed. In de winter is hij grotendeels verborgen in een grijze nevel.

Te voet en met de kabelbaan - het sweefspoor - kan men de berg op, vaak om te ondervinden dat het er kan spoken. Door het verraderlijke weer aan de zuidpunt van Afrika worden bergbeklimmers meer dan eens overvallen door mist en regen. In de maanden november tot en met januari raast de Zuidoosterstorm langs de Berg met nietsontziende kracht naar beneden de stad in. Van Riebeeck, in wiens dagboeken de Nederlandse boekhouder het wint van de romantische avonturier, klaagt vaak over de gevolgen voor zijn oogst. Op een dag in 1652 woei het zelfs “soo affgrijsselijck hardt, dat alle onse bonen, erte ende garst aan stuck woeijen”.

Door de invloed van de scheepvaart sinds de zeventiende eeuw heeft Kaapstad van alle steden in Zuid-Afrika de meest Europese atmosfeer. De Nederlandse en Britse overheersing is te herkennen in de architectuur van enkele historische gebouwen. 'Stad' is overigens een overdrijving. Kaapstad is in omvang niet veel meer dan een dorp aan de baai, met een klein centrum rond een Europees aandoend plein, Greenmarket Square, waar lome hippies hun zelfgemaakte waren verkopen. De meeste mensen wonen op de winderige Kaapse vlakten, twintig tot dertig kilometer buiten de stad. Daar staan de huizen van 'kleurlingen' en de krotten van zwarten onvast ge-doe-het-zelfd op duinzand. Elk jaar in juni en juli worden duizenden weer dakloos wanneer de gevreesde stormen van de Kaapse winter de hutjes de lucht inblazen. Daar, op de Cape Flats, is de magie van de Tafelberg zeer relatief.

De meeste blanken sluiten hun ogen voor wat er verderop gebeurt. Ze spelen in uiterst comfortabele omstandigheden Europaatje, verlost van de laatste sporen schuldgevoel nadat ze zich democratisch uit de macht hebben laten stemmen. De abominabele Engelstalige kranten teren op het zand-zee-zomer gevoel. Ze presenteren dagelijks een strandfoto van een fris meisje in bikini en melden zelden wat er in de zwarte woongebieden gebeurt. De Kaap afficheert zichzelf graag als liberaal-vooruitstrevend. Geloof het niet. De Westkaap-provincie is de enige waar de Nationale Partij vorig jaar aan de macht bleef. En de conservatieve hardegat-Boeren in de Vrijstaat en de Transvaal, geconfronteerd met de overmacht aan zwarte buren, passen zich meestal gemakkelijker aan Afrika aan. Racisme is de 'liberale' Kaap niet vreemd. Zowel blanken als kleurlingen, de mensen van gemengd ras die hier in de meerderheid zijn, kijken vaak neer op de zwarte minderheid. Een zwarte ANC-senator, die voor het eerst in Kaapstad kwam omdat het parlement hier is gevestigd, beklaagde zich onlangs over de behandeling in een restaurant. Thuis in de Noord-Transvaal, zogenaamd bolwerk van conservatieve blanken, had hij zoiets al jaren niet meegemaakt.

De vooroordelen vinden hun oorsprong in de apartheid en de demografische geschiedenis van het gebied. De oorspronkelijke bevolking van de Kaap bestond uit de Khoi- en San-stammen, mensen met een lichtere huidskleur dan de zwarten in het binnenland. Zwarten kwamen pas vanaf de jaren vijftig van deze eeuw naar Kaapstad, op zoek naar werk. De Nationale Partij-regering riep de Kaap in absurd apartheidsidioom uit tot Coloured Preferential Area, een voorkeursgebied voor kleurlingen waar zwarten zoveel mogelijk moesten wegblijven.

Wees daarom niet verbaasd als blanken of kleurlingen zonder een spoor van twijfel betogen dat zwarten “hier niet thuishoren”. Een lezeres van The Argus noemde het onlangs in een ingezonden brief “een schande” dat toeristen meteen als ze het vliegtuig uitkomen worden geconfronteerd met de krottenkampen. Zij pleitte niet voor de oude oplossing van de bulldozer, of de nieuwe van huizen bouwen, maar stelde serieus voor het vliegveld te verleggen. Dan zouden de bezoekers een vriendelijker entree krijgen tot de stad.

Kaapstad is het centrum van het schiereiland, de Kaap, dat een groot aantal baaien en stranden binnen een uur rijden van de stad telt. Een ritje langs de kustweg maakt de “betoverende panorama's” van de reisboeken volledig waar - binnen een dag als het moet. De weg leidt via Camps Bay, waar de eerste van de Twaalf Apostelen heerst, en de baai van Llandudno (voor de zeer rijken) naar Hout Bay.

Overal staan witte villa's tegen de berghellingen aangebouwd. Wie het weten kan, vergelijkt de Kaap met de Franse Rivièra in de jaren dertig, nog onbedorven door toeristische ontwikkeling. Het zal niet lang duren. De plannen voor nieuwe hotels en een soort Disneyland liggen klaar. Intussen kopen buitenlanders met harde valuta de villa's op en wordt Duits na Afrikaans, Engels en Xhosa de vierde taal van de Kaap.

In Hout Bay stopt men in het Chapmans Peak hotel, uitzicht op de baai, voor gebakken inktvis en een flesje Blanc de Noir - waar anders dan in Zuid-Afrika kan rosé zo heten? De weg gaat verder langs spectaculaire steile klippen omhoog naar Chapmans Peak. Via het winderige paardrijstrand van Noordhoek en gehuchten-aan-zee als Kommetjie en Scarborough komt men in Cape Point, de zuidpunt van het schiereiland. In dit natuurreservaat laten bussen vol toeristen zich fotograferen bij het bord 'Kaap de Goede Hoop'. Hier vloeien de Atlantische Oceaan (koud) en Indische Oceaan (een paar graden warmer) in elkaar over. Op de terugweg, door de marinebasis Simon's Town, nodigt het brede stand van Fish Hoek uit tot zwemmen. Via Kalk Bay en Muizenberg - het eigen strand van de Cape Flats - keert men terug naar de stad in de wetenschap dat de Ontwerper van de Kaap overdreven veel esthetische verwenmomenten aan zo'n klein stukje aarde heeft toegewezen.

Voor de Nederlander die een beetje politiek correct door de wereld wil, zal het niet voldoende zijn. Na een jarenlange privé-boycot kan men natuurlijk niet onbeschroomd blijven hangen op de wijnlandgoederen rond Kaapstad om aan de Boschendal, l'Ormarins en Klein Constantia te nippen. Bovendien komt het Nederlandse aandeel in de Zuidafrikaanse tragedie je hier onontkoombaar tegemoet: zonder Van Riebeeck geen Heerengracht, geen slaven uit de Oost, geen Verwoerd en geen winkeltjes met meeneem-etes.

Er zijn genoeg mogelijkheden om het vernis van het blanke paradijsje te schrapen. Maar het is niet raadzaam op eigen houtje de zwarte townships in de omgeving (zoals Gugulethu, Khayelitsha, Langa, Crossroads) te gaan verkennen. De criminaliteit is hoog en toeristen zijn een logisch doelwit, zelfs als ze vroeger geld hebben overgemaakt aan het Komitee Zuidelijk Afrika. Het is beter met iemand te reizen die de gebieden goed kent of op pad te gaan met een veilige bustour.

Links en rechts van het centrum van de stad, bijna op dezelfde hoogte, vertellen twee gebieden meer over het leven en lijden van Kaapse gemeenschappen. De Bo-Kaap is een wijk van lage huisjes en straten met kinderhoofdjes, die sinds de achttiende eeuw tegen Signal Hill is aangegroeid. Nu wonen er elfduizend 'Cape Malays' of 'Cape Muslims'. De afstammelingen van de slaven uit de Oost overleefden de apartheid als een hechte, gelovige gemeenschap. Vanuit het kleine Bo-Kaap-museum organiseert Shereen Habib rondleidingen door het wijkje. Ze laat de graven zien van de moslim-leiders die door de Nederlanders jarenlang werden verbannen naar Robbeneiland, twaalf kilometer voor de kust. Het voorbeeld vond later navolging bij de blanke Afrikaners, die er Nelson Mandela en generaties vrijheidsstrijders opsloten.

Bewoners van de Bo-Kaap protesteerden onlangs tegen buitenlandse filmploegen die met hun snelle-jongenslompheid de schilderachtige straatjes onveilig maken. Het isolement had ook z'n voordelen, beginnen Zuidafrikanen te merken. Hoog boven de stad, met uitzicht over de zee, de stad en de berg, oefent het wijkje van de moslims grote aantrekkingskracht uit op yuppies en projectontwikkelaars. Tijdens de apartheid konden ze er niet kopen. Sommige bewoners vrezen dat het einde van de Groepsgebiedenwet - de opgelegde segregatie - op den duur ook het einde van hun gemeenschap betekent.

Voor District Six, de kleurlingenwijk aan de andere kant van de stad, diende het einde zich al in 1966 aan. Het apartheidsbewind verklaarde deze oude stadswijk toen tot blank gebied. District Six was wat in Nederland een achterbuurt zou heten, een typische bruisende havenwijk met immigranten, arbeiders, kunstenaars en gangsters. Toen de bulldozers in 1982 hun werk hadden voltooid, stonden er op de kale vlakte alleen nog wat kerken en moskeeën, waar de godsvrezende Afrikaners niet aan durfden te komen. Zestigduizend kleurlingen - de zeer diverse groep Overigen uit de rassenclassificatie - waren verplaatst naar hun eigen gebieden op de Cape Flats. De stad en de berg waren hen voor altijd ontnomen.

Wie de waanzin van 'afzonderlijke ontwikkeling' tot zich wil laten doordringen,moet het kleine museum zien in Buitenkant Street. District Six is de afgelopen jaren vaak geromantiseerd in musicals en koffietafelboeken. Maar in het voormalige kerkje is de verwoesting teruggebracht tot menselijke proporties van verdriet over het verdwenen leven van generaties. Op de vloer ligt een kaart van het gebied waar je over kunt lopen. Er hangen bordjes van straatnamen die iemand wist te redden, en foto's van bekende bewoners. Een kleine tentoonstelling bestaat vooral uit foto's uit familie-albums, wazige herinneringen uit ballingschap. Het is een low budget-museum, dat draait op de inzet van vrijwilligers, oud-bewoners, en geld van de Nederlandse ambassade.

De grond van District Six is nooit op grote schaal bebouwd, alsof er een vloek op rust. Naast de kerken staan een technische school, een paar kantoren en woningen, die een verdwaalde indruk maken. Van stedebouwkundige programma's om het gebied weer op te vullen, is niets gekomen. “Natuurlijk hadden we achterbuurten en criminelen”, zegt Vincent Kolbe, een van de vrijwilligers. “Maar er woonden ook intellectuelen en jazz-muzikanten. Het was een raciaal gemengde wijk. District Six was zijn tijd ver vooruit, de mensen zagen geen kleur. Daarom haatte Pretoria het zo, daarom moest het weg.”

Nu zijn er plannen om de wijk te herbouwen. Oud-bewoners zouden voorrang krijgen, maar het zal District Six niet terugbrengen. Aan het eind van de rondgang door het museum hangt een dramatisch beeld: de luchtfoto van de wijk na de vernietiging. De wegen en straten lopen er nog, als spieren en bloedvaten, maar een belangrijk orgaan is uit Kaapstad weggesneden. De erfgenamen van District Six weten het zeker: dat was het hart.

UIT IN KAAPSTAD

Tanu Baru Tours (stadscode 021, telefoonnummer 240719) organiseert dagelijkse rondleidingen door de moslimwijk, de Bo-Kaap, en heeft ook een tour door de zwarte en kleurling-townships op het programma. Het District Six museum (4618745) ligt aan Buitenkant Street 25a. (open ma t/m za).

Slapen, eten en drinken kan men in Kaapstad en omstreken in alle prijsklassen. Tot de duurdere gerenommeerde hotels behoren het koloniaal getinte Mount Nelson (23100) en het moderne Bay Hotel aan zee in Camps Bay (4384444). Voor wie in het stadscentrum wil verblijven, is het Holiday Inn aan het Greenmarket Square (232040) een aanrader. De touristenorganisatie Captour (4185214) heeft meer informatie over de snel groeiende faciliteiten voor rugzak-reizigers en de bed-and-breakfast-huizen.

De Kaap heeft uitstekende restaurants. Veel wijnboerderijen die men aandoet via de befaamde 'wijnroutes' in de omgeving van Stellenbosch, Paarl en Franschoek hebben hun eigen eetgelegenheid. Het vijf-sterrenrestaurant Bosman's in het Grande Roche Hotel in Paarl (02211-632727) werd vorige week gekozen tot het beste van Zuid-Afrika. Het Waterfront, Kaapstads grootste toeristische attractie aan de oude zeehaven, heeft talloze restaurants en cafés.

Kaapse yuppies gaan naar Blues (4382040), met uitzicht over Camps Bay, en in de stad naar Rozenhof (241968) of het Floris Smit Huijs (233414). Een etnische eet-ervaring biedt het Africa Cafe (479553), dat gerechten uit verschillende Afrikaanse landen op de kaart heeft.

Kaapstad is de jazz-stad van Zuid-Afrika. Wie goede lokale jazzmuziek wil horen, kan terecht in club Manenberg (238595). Live-muziek-aan-zee wordt geboden in Dizzy jazzcafé-restaurant in Camps Bay (4382686), eigendom van het gastvrije Amsterdamse echtpaar Klein, dat de sombere grachtengordel verruilde voor de Tafelberg.