Een fenix in de dop

Beladen met een schat aan gegevens en uniek fotomateriaal is de Rotterdamse bioloog dr. Kees Heij onlangs teruggekeerd van een verblijf van een jaar op het Molukse eiland Haruku. Hij heeft daar het leggedrag bestudeerd van het Moluks grootpoothoen, Eulipoa wallacei. Grootpoothoenders zijn vooral bekend als thermometervogels, die hun eieren laten uitbroeden in hopen rottend blad. Het Moluks grootpoothoen doet dat anders: ze legt haar ei net als zeeschildpadden in het zand van zonovergoten stranden.

Er was tot voor kort weinig bekend over deze tot de Molukken beperkte vogelsoort. De vogels leven in het tropisch regenwoud op eilanden zoals Ceram, Buru en Halmahera, op een hoogte van 700 tot 2000 meter boven zeeniveau. Als het vrouwtjeshoen een legrijp ei heeft vliegt ze naar de legstranden, wat een afstand kan zijn van soms wel 40 à 50 km. Daar wordt 's nachts op een diepte van 60 tot 100 cm één ei gelegd en de moeder vliegt terug naar het hooggelegen bos. De eieren worden aan de zon overgelaten - zelfs een krokodil doet meer aan broedzorg.

Wanneer de jongen uitkomen, zijn ze voorzien van een grote dooiervoorraad en van een dikke onderhuidse vetlaag. De jongen zien hun ouders nooit en - uniek in de vogelwereld - ze zijn vliegklaar als het ei uitkomt. Het heeft lang geduurd voordat men doorhad dat de jongen en de ouders één soort vormden.

De jongen doen dagen over hun gegraaf naar het oppervlak. Als ze boven het zand komen, moeten ze onmiddellijk naar de bosrand vliegen om zich te verstoppen. Overdag cirkelen roofvogels (vooral Brahmaanse wouwen) boven het strand, en 's nachts kruipen er slangen rond op zoek naar kuikens. Ook varanen en katten zorgen voor slachtoffers.

Met behulp van de lokale bevolking en gewapend met een door Delft Instruments ter beschikking gestelde nachtzichtkijker heeft Heij de legvelden bestudeerd. Hierdoor is er nu meer bekend over het Moluks grootpoothoen, en zijn voor het eerst foto's van volwassen vrouwtjes en van uitkomende kuikens gemaakt.

Als gevolg van ongebreidelde eierraap is het Moluks grootpoothoen in zijn voortbestaan bedreigd. De meeste legplaatsen worden inmiddels niet meer bezocht, maar op de stranden van Haruku wordt nog wel volop gelegd.

De eieren die de dieren in het zand leggen, hebben een gewicht van gemiddeld meer dan 100 gram (en dat bij een gewicht van de hele vogel van nog geen pond!). Een kippeëi weegt slechts een derde daarvan.

De eieren hebben een economische betekenis. Een ei levert 300 rupiah op, ongeveer een kwartje. Doordat er tienduizenden eieren per jaar worden geoogst, kunnen er vele gezinnen hun bestaan aan ontlenen. Elk jaar worden de raaprechten voor bepaalde delen van het strand geveild. Hoewel officieel sprake is van een verstandig raapbeleid waarbij een deel van de eieren blijft liggen, is volgens Heij zonneklaar dat ieder ei wordt geoogst dat men kan vinden. Alleen al de kosten van de raapconcessie dwingen tot overberaping. Heij heeft zijn gegevens over de populatiegrootte op twee manieren verzameld. Ten eerste heeft hij zelf nachtenlang de dieren waargenomen, het aantal vers gelegde eieren geteld, en tegelijkertijd geteld hoeveel jonge kuikens er die nacht waren uitgekomen. Het voldoet om de kleine kratertjes te tellen die de dieren na uitkomen in het zand achterlaten. Maar ook bleken de pachters van de raaprechten over een periode van acht jaar per dag te hebben bijgehouden hoeveel eieren men had geoogst.

Er zit een dalende tendens is. Enkele jaren geleden was een oogst van zo'n 300 eieren per dag gewoon, maar nu is er een maximum van 200 eieren. Omdat men nu ook 's nachts eieren zoekt worden de eierleggende vrouwtjes in hun graafactiviteiten gestoord. Ook worden vaak reeds bebroede eieren gevonden, en zelfs reeds uitgekomen jongen die in de diepte zitten en nog niet in staat zijn om weg te vliegen. Volgens Heij is de populatie op Haruku, en daarmee het Moluks grootpoothoen, ten dode opgeschreven als er geen beschermende maatregelen worden genomen. Plannen voor een herintroductieprogramma liggen inmiddels klaar.