Dit jaar minder asielzoekers; Achterstand in behandeling van aanvragen 1994

DEN HAAG, 13 JULI. Door de grote stroom asielzoekers van vorig jaar kampt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het ministerie van justitie opnieuw met een achterstand in de behandeling van asielaanvragen.

Dit bleek gistermiddag bij de presentatie van het IND-jaarverslag over 1994 en de gegevens over het eerste halfjaar van 1995. Tot 1 juli heeft de IND ruim 1.300 buitenlanders een permanente verblijfsstatus verstrekt. Zij zijn erkend als politiek vluchteling. Over heel 1994 werden er 6.600 van deze zogeheten A-statussen verleend. Volgens directeur H. Nawijn van de IND wordt het verschil verklaard door de vele bezwaarschriften die nog in behandeling zijn. Hij onderstreepte dat de criteria voor het verkrijgen van de A-status de laatste jaren niet zijn veranderd.

Het aantal personen dat dit jaar in Nederland om politiek asiel heeft verzocht lijkt beduidend lager uit te vallen dan het jaar ervoor. In 1994 werden er 52.576 asielaanvragen ingediend bij de IND. In de eerste zes maanden van dit jaar waren dat er 14.387. Staatssecretaris Schmitz houdt er rekening mee dat het totaal dit jaar op 35.000 zal uitkomen. In de zomermaanden neemt het aantal verzoeken meestal toe. Bovendien kan de onzekere situatie in Bosnië-Herzegovina een nieuwe piek veroorzaken, aldus de bewindsvrouw.

De Bosniërs vormen al enkele jaren de grootste groep vluchtelingen die in Nederland asiel aanvragen. In de eerste zes maanden van dit jaar ging het om 2.317 personen. Op de tweede plaats komen vluchtelingen uit Somalië; iets meer dan tweeduizend personen dienden een verzoek om asiel in. Daarna volgen vluchtelingen uit Irak en Iran.

Hoewel het erop lijkt dat Nederland minder aantrekkelijk is geworden als het gaat om toelating van vreemdelingen, is volgens Schmitz nog moeilijk te meten wat de effecten zijn van de recente aanscherpingen van de Vreemdelingenwet. Eind vorig jaar werden in het parlement de wetten 'veilige landen van herkomst' en 'veilige derde landen' aangenomen. Vluchtelingen uit landen die als 'veilig' bekend staan kunnen in principe geen asielverzoek meer indienen. Dat geldt ook voor vreemdelingen die via een veilig land naar Nederland zijn gereisd alvorens een asielaanvraag in te dienen. Verder werden vorig jaar twee zogeheten aanmeldcentra ingericht aan de grenzen bij Zevenaar en Rijsbergen, waarin snel wordt beoordeeld hoe kansrijk het asielverzoek van de vreemdeling is.

IND-directeur Nawijn verwacht de achterstand in de behandeling van asielverzoeken in de tweede helft van dit jaar in te lopen. Rond de jaarwisseling zullen volgens hem 24.000 mensen één van de drie soorten verblijfsvergunning hebben ontvangen. Dat waren er in 1994 ruim 19.000. De IND kent behalve de A-status ook de vergunning tot verblijf op humanitaire gronden en de voorlopige vergunning tot verblijf voor gedoogden en ontheemden.

De IND heeft in de eerste zes maanden van 1995 19.500 buitenlanders het land uitgezet. Van de 237.000 mensen die de marechaussee in die tijd aan de grenzen controleerde, zijn er 7.700 teruggestuurd naar Duitsland of België.