De 'zonderling' Douglas C. Engelbart is een legende in de computerwereld; 'Tien jaar achterop door het succes van de PC'

Op de auto van Douglas C. Engelbart staat For Sale By Owner. En wie zou van deze man niet een tweedehands Volvo willen kopen? De puik onderhouden stationcar uit 1973 moet 1.950 dollar opbrengen.

Engelbart is een levende legende in computerkringen. Al in de jaren vijftig zag hij een toekomst voor zich waarin werknemers zouden samenwerken binnen een en hetzelfde computersysteem. Het werken achter een beeldscherm, in wat hij een workstation noemde, zou de toekomst hebben. Maar zijn geldschieters verwierpen zijn ideeën keer op keer en zo doolde hij van onderzoeksinstituut naar researchcentrum, totdat hij halverwege de jaren zeventig definitief als zonderling werd afgeschreven.

Pas de laatste jaren groeit de erkenning, omdat Engelbarts ideeën uit de jaren zestig één voor één ingang hebben gevonden in de industrie. Zo was Engelbart betrokken bij de uitvinding van de muis, bij de ontwikkeling van grafische vormen op het beeldscherm en bij het gebruik van de kaders die we nu kennen als 'windows'. Ook introduceerde hij de zogeheten groupware, software die het mogelijk maakt dat een team van computergebruikers aan hetzelfde document kan werken.

Daarnaast was Engelbart betrokken bij de ontwikkeling van talloze andere computervindingen en technische verbeteringen. Hij was een van de initiatiefnemers van Arpanet, de voorloper van Internet. In 1968 voerde Engelbart in San Francisco de eerste interactieve multimedia-show op. Voor een geboeid publiek van 'computernovices' bracht hij beeldcontact tot stand met zijn onderzoekscentrum Stanford Research Institute (SRI) van de Stanford University.

Sinds het begin van de jaren tachtig heeft de ontwikkeling van 'personal computer' een enorme vlucht genomen. Schattingen over toekomstige verkopen moesten van jaar tot jaar worden bijgesteld. Maar daar is Engelbart, in tegenstelling tot wat je zou verwachten, helemaal niet blij mee. “We zijn door het succes van de pc tien jaar achterop geraakt”, zegt hij zonder een spoor van ironie. “Die jaren krijgen we niet meer terug. We lopen achter.”

De ontwikkeling die begin jaren tachtig begon met de IBM pc en de Macintosh van Apple staat volgens Engelbart haaks op wat er tot die tijd was gedaan. Tot die tijd was sprake van samenwerking door individuele gebruikers onder een paraplunetwerk, maar dat werd vervangen door een strikt particulier gebruik van de computer. Engelbart: “Pas een jaar of twee geleden is het besef gegroeid dat je veel verder komt door informatie te delen. Alleen met open standaarden is de vooruitgang gediend.” De ondernemers maakten alleen maar wat verkoopbaar was, ze produceerden alleen die produkten waarmee ze hun marktaandeel konden vergroten. Engelbart: “Het is niet goed dat de technologie bepaalt welke produkten er komen. Organisaties moeten zien hoe ze het collectief produktiever kunnen maken, met de technologie als hulpmiddel.”

Maar tijdens de jaren van stilstand is de vertrouwdheid met de computer toch gegroeid in alle lagen van de maatschappij. Is dat dan geen winst? “Natuurlijk wel”, antwoordt Engelbart, “maar dat had gelijktijdig kunnen gebeuren. Alle toepassingen en produkten die ontwikkeld zijn voor de individuele gebruiker, moeten nu weer worden veranderd. Dat kost enorm veel geld. Bovendien moeten mensen weer leren om anders te werken. Dat is allemaal verspilling, want dat had van het begin af moeten gebeuren. Als we niet beter leren hoe we een visie moeten ontwikkelen en flexibeler worden, lopen we een achterstand op. Dat is iets dat moet worden geleerd.”

Engelbart is al dertig jaar bezig. Hij is niet alleen computerdeskundige, maar heeft zich ook al in een vroeg stadium beziggehouden met de vraag hoe de computer produktief kan worden gemaakt. Het wilde er bij hem niet in, dat voortgaande automatisering het enige doel was dat de computer diende. Vandaar dat hij al vroeg dacht aan interactieve mogelijkheden per computer om het collectief intellect van werknemers en de efficiëntie van de organisatie te vergroten. Hij kreeg op basis van zijn ideeën bij het Stanford Research Institute (SRI) in 1963 een beurs om het Augmentation Research Center op te zetten. Het softwaremodel dat hij daar ontwikkelde, 'Augment', streeft naar vorming van organisaties van knowledge workers die efficiënter werken en produktiever zijn.

Engelbart volgde in 1969 zijn produkt Augment en het computersysteem dat de programmatuur aankan naar Tymshare. Dat bedrijf werd na acht jaar overgenomen door vliegtuigbouwer McDonnell Douglas en inmiddels is Augment ondergebracht in zijn eigen Bootstrap Institute, in het Californische Fremont. Het instituutje wordt gerund door Engelbart en zijn dochter Christina, een antropologe, en is gevestigd in een paar kamers gekregen van een bedrijf dat computermuizen produceert. “We hebben onze kantoorruimte te danken aan Logitech”, zegt Engelbart in zijn werkkamer. “Ze zeiden tegen ons: Als jij de muis niet had uitgevonden, waren wij er niet eens.”

Het instituut streeft naar het verbeteren van veranderingsprocessen in een bedrijf met behulp van Augment. Engelbart: “Verbeter het verbeteringsproces, daar gaat het om. Veel bedrijven vervallen telkens in dezelfde fouten en proberen dat telkens op dezelfde manier te herstellen. Ik probeer dat proces structureel te verbeteren en op een hoger plan te tillen.”

Engelbart geeft cursussen die een week duren. “Het is prachtig om de stadia te zien de cursisten tijdens de workshop doorlopen”, aldus Engelbart. “Op woensdag begint het bij de mensen te dagen en op vrijdag zijn ze dol-enthousiast, maar dan moeten ze weer naar huis.”

Volgens Engelbart en zijn dochter heeft het bedrijf al een veelbelovende toekomst achter de rug. “Nu mijn zijspoor toch het hoofdspoor is geworden, ben ik wel mijn eigenlijke werkterrein kwijtgeraakt”, zegt Engelbart. “Ik heb geen plaats meer in het systeem van waaruit ik kan meepraten. De mensen die toen met hun tijd meegingen en gewoon meedraaiden, bevinden zich inmiddels wel in een positie om te profiteren van de nieuwe ontwikkelingen. Ik niet. Het is frustrerend, maar zo is het leven nu eenmaal.”

Engelbart vergelijkt de ontwikkeling van de computer met die van de auto. “Ik denk dat we nu ongeveer in 1907 zitten. In 1915 kwam de T-Ford uit en vanaf toen werden auto's vrij normaal. Misschien zitten we ergens tussen 1907 en 1915. De computer wordt nog op een zeer primitieve wijze benut. Met name op het gebied van de kennisuitwisseling en toepassing daarvan in de werksituatie, zijn we nog niet erg ver. Ons collectieve vermogen om problemen op te lossen, op nationaal niveau, in bedrijven en elders, moet naar een veel hoger niveau.”